Tweede Kamer “ruikt beerput” bij Inholland

Er komt een diepgaand onderzoek van de Onderwijsinspectie naar financiële onregelmatigheden bij Inholland. Volgens staatssecretaris Zijlstra gaat het duidelijk “om meer dan niet-bewaarde bonnen of een verkeerde kilometerdeclaratie”.

Kort vooronderzoek van de inspectie op basis van signalen uit de media heeft volgens Zijlstra uitgewezen dat er mogelijk iets mis is met “de aanbesteding van te leveren diensten”, met “private activiteiten van de hogeschool” en met de arbeidsvoorwaarden van huidige en voormalige bestuurders. Onder hen de opgestapte collegevoorzitter Geert Dales en diens voorganger Jos Elbers. Verder zal de inspectie controleren of het interne financiële toezicht van Inholland wellicht tekortschiet.

Het brede onderzoek zal pas in juni klaar zijn, zei de staatssecretaris vanmorgen tegen de onderwijscommissie van de Tweede Kamer. Het geschrokken CDA-kamerlid Sander de Rouwe (“Ik ruik een beerput in potentie”) verzekerde hij dat hij de situatie in controle heeft, al kent hij de afloop van het onderzoek niet.

Een parlementaire hoorzitting over de oplopende hoeveelheid affaires – bepleit door SP en PvdA – raadde hij af, uit angst voor een “rare vermenging” van procedures. Ondanks het bezwaar dat het onderzoek erg lang gaat duren en tot veel onrust zal leiden, hield Zijlstra vol dat hij geen andere mogelijkheid ziet. Overigens zal het inspectieonderzoek naar de frauduleuze afstudeertrajecten voor langstudeerders van Inholland in februari openbaar worden en het hbo-brede onderzoek naar zulke trajecten in april.

Dan moet volgens de bewindsman ook duidelijk zijn of de verscherpte accreditatieregels, de verlaagde diplomabonus en de nieuwe besturingsregels hun vruchten hebben afgeworpen. “Mochten er toch nog hiaten zijn, dan zal ik kijken of de overheid meer instrumenten moet krijgen om te kunnen ingrijpen bij instellingen.”

Zo’n beslissing raakt echter aan artikel 23 van de Grondwet. De Wet op het hoger onderwijs (WHW) bepaalt nu dat raden van toezicht van de tien openbare universiteiten kunnen worden ontslagen en die van ‘bijzondere’ onderwijsinstellingen – vrijwel alle hogescholen – niet.

Kamerlid Jasper van Dijk (SP) noemt dat onderscheid raar, zeker in het hoger onderwijs. Zijn collega Lucas (VVD) heeft er ook vraagtekens bij en zelfs voor CDA’ er De Rouwe is een aanpassing van de WHW op dit punt bespreekbaar. Maar alleen als uit de onderzoeken blijkt dat sterker overheidsingrijpen onvermijdelijk is.

Zijlstra zei blij te zijn met deze open houding. In afwachting van het onderzoek gaat hij vast nadenken hoe hij de bestuurlijke checks and balances zou willen aanpassen. Dan ook zal hij de Kamer informeren of er laat in de opleiding een negatief bindend studieadvies moet komen voor trage studenten.

Het intrekken van onterecht verleende diploma’s is volgens de staatssecretaris een zaak van de examencommissie van de opleiding die in de fout ging. Volgens hem kan dat alleen als studenten zelf medeverantwoordelijk waren voor de gang van zaken. In alle andere gevallen zouden gedupeerde afgestudeerden een aanvullend onderwijsprogramma moeten krijgen van hun opleiding, zodat hun diploma weer op niveau komt. Zo’n aanvullend programma is volgens de staatssecretaris opeisbaar via de rechter.

Hoger Onderwijs Persbureau

Advertentie