Afgebeuld worden bij Koreaanse monniken

Body: 

Merel sluit haar maanden als Koreaanse student af met een reis door het land. Ze gaat een weekend in een tempel zitten. Lekker chillen tussen de monniken, denkt ze. Niets is minder waar.

Reizend door Korea ontkom je niet aan de talloze boeddhistische tempels en altaren die het land telt. Ook al liggen ze soms goed verstopt in de bergen, zogenaamde temple stays zijn helemaal hot en happening onder toeristen, en soms ook onder de lokale bevolking.

Zodoende besloten mijn liftmaatje en ik dat een weekendje meedraaien met monniken in een tempelcomplex onderdeel moet worden van onze reis. We zijn immers toch van dag tot dag op zoek naar een bed, en slapen op een matje in zo’n tempel scheen best chill te zijn. Ikzelf zie het helemaal zitten. Beetje mediteren, beetje spiritueel doen, en ontbijt is nog inbegrepen ook: veel beter kan het niet worden.

Zo arriveren we op een zaterdagmiddag, na een lange bus- en korte taxi-rit (die laatste samen met een kaalgeschoren vrouwelijke monnik) bij de Golgul-sa tempel in Gyeongju. We vallen midden in een martial arts-demonstratie; een voorproefje van wat we die avond voor de kiezen krijgen, want dan staat er een heuse sunmudotraining op het programma.

Op die training, die we na het avondeten in speciale tempelkleding bijwonen, hadden we ons allebei verheugd. Tegen beter weten in, blijkt natuurlijk al gauw, want als niet-fitnessende of yoga-ende Europeanen ligt zowel onze conditie als lenigheid mijlenver achter die van onze leermeester, die flexibeler is dan een vouwblaadje, en nog nooit van rustpauzes gehoord lijkt te hebben.

Doodop en een tikje verslagen begeven we ons dus rond half 10 naar onze slaapvertrekken, waar de lichten bijna meteen uit moeten. Uitslapen is er namelijk niet bij in monnikenland: de volgende ochtend klinkt om 4 uur de gong. Dat betekent: opstaan, harembroeken aan, en een klimtocht naar de kapel voor het ochtendgebed. Een hoop knielingen, Koreaans gezang en ongemakkelijke zitposities later mogen we weer naar buiten voor een half uurtje ‘loopmeditatie’, waarna het tijd is voor de ontbijtceremonie.

Ik, stijf van de training van de avond daarvoor, houd de kleermakerszithouding bijna niet meer vol, maar ik durf niet te gaan verzitten, uit angst één van de belangrijke monniken te beledigen. Dus concentreer ik me maar op de kommetjes rijst en rauwe groenten voor me, die we op gestructureerde wijze met eetstokjes naar binnen moeten werken, terwijl ik probeer overmatig knoeien te voorkomen.

Na het ontbijtritueel voel ik me opgelucht: ik heb het zwaarste gedeelte van ons bezoek al achter de rug: het programma is bijna af. Maar dan wordt de laatste activiteit aangekondigd. Ik trek bijna wit weg: de dagelijkse ‘108 knielingen’ beginnen om 9 uur.

Mijn gezicht spreekt blijkbaar boekdelen, want al gauw komt er een monnik naar ons toe met de mededeling dat er, in plaats daarvan, ook een excursie naar een buurtempel mogelijk is. Of we daar misschien in geïnteresseerd zijn.

Ik kan hem wel knuffelen.


Dit is het laatste blog van Merel uit Korea. Ze keert binnenkort terug naar Nederland.

De regels in het klooster in Zuid-Korea! 

Facebook Twitter Whatsapp Mail