Een dankbaar karwei in Lanzhou

Body: 

Na een bezoek aan Lanzhou stelde moleculair geneticus Hans Lenstra zijn oordeel over de Chinese wetenschap behoorlijk bij. Hij is in zijn nopjes met een gezamenlijke Nature-publicatie.

Fantastisch, mijn recente kennismaken met de Chinese wetenschap! Hoe kwam dat tot stand? Eerst iets over onszelf. Op de faculteit Diergeneeskunde werken wij aan het DNA van runderen, schapen en geiten. Een tijdje geleden hebben we het DNA van het rund vergeleken met dat van wilde verwanten, zoals de bizon en de wisent, en daarover ook gepubliceerd.

Intussen hebben ze in China het genoomonderzoek groot aangepakt met de oprichting van het Beijing Genomic Institute, volgestouwd met honderden dure Amerikaanse DNA sequencers. Sindsdien sequencen ze in opdracht van instituten uit binnen- en buitenland alles wat los en vast zit. Mijn collega Jianquan Liu uit Lanzhou had zich ontfermd over het genoom van de yak, het huisdier van de Tibetaanse hoogvlakte. Hij wilde dit vergelijken met de huiskoe en met een wilde verwant, de wisent. Hij wist van ons werk en stuurde een email: of ik het aan DNA van een wisent kon helpen. Niet gemakkelijk voor een wilde diersoort, maar het plotselinge overlijden van een wisentkoe in Artis kwam als geroepen. Ik stuurde het DNA op en even later werd ik uitgenodigd om naar China te komen. Dat wilde ik wel een keer meemaken!

Een week van onvergetelijke indrukken. Ik verwachtte eigenlijk een ouderwetse Oost-Europese treurigheid, maar Lanzhou is een levendige stad vol wolkenkrabbers en nieuwe BMWs. De straat oversteken is overigens een hachelijke onderneming, we zullen het maar niet verder hebben over het verkeer. Als reviewer heb ik vrij vaak een artikel uit China moeten beoordelen. Daardoor had ik had eerlijk gezegd geen al te hoge pet op van de Chinese wetenschap. Ook dat beeld moest ik bijstellen: mijn gastheren waren niet van die schertsfiguren die je in niet-Westerse universiteiten maar al te vaak tegenkomt, maar serieuze, gedreven en uitermate deskundige onderzoekers die in vloeiend Engels de wetenschappelijke discussie niet uit de weg gaan.

Het werd ook duidelijk waarom ze mij hadden uitgenodigd. Aan de wisent wordt nog gewerkt, maar Jianquan en zijn medewerkers waren al bezig met een manuscript over de yak. Dat wilden ze aanbieden aan een toptijdschrift. De wetenschap met zijn geschreven en ongeschreven regels is echter een Westerse uitvinding; daar zijn ze in China wel achter gekomen. Bovendien mag je bij een toptijdschrift maar heel weinig fouten maken, sterker nog, je kunt maar weinig goed doen. Met andere woorden: of ik naar de tekst wilde kijken. Een dankbaar karwei, want het waren fantastische resultaten en mijn adviezen werden gewaardeerd. Ze zaten er helemaal niet mee dat ik de helft van de tekst doorstreepte. Na drie dagen werd het artikel opgestuurd; er was geen tijd om na te denken over een extra figuur die ik wel mooi had gevonden. Dat was ook niet nodig geweest, want het is gelukt! Als één van de 43 coauteurs ben ik zeer in mijn nopjes met een Letter in Nature Genetics.

Mijn algemene indrukken werden bevestigd toen we halverwege de week naar Beijing vlogen en ik kennismaakte met collega’s van Peking University. Het niveau van de Chinese universiteiten is enorm vooruitgegaan. Ze ontwikkelen zich tot volwaardige partners in het wetenschappelijk onderzoek. Ze steken Japan naar de kroon en zijn veel verder dan hun collega’s uit het Midden-Oosten, India of Indochina; die beantwoorden niet eens hun email. In China weten ze van aanpakken en willen ze graag scoren. Net als bij ons is dat prima zolang het niet ten koste gaat van de zorgvuldigheid.

Natuurlijk werd er goed voor mij gezorgd. De Chinese keuken is zeer verfijnd met talloze oude gebruiken. Bij officiële diners zijn er geen gangen zoals wij hier gewend zijn. Op een groot rond plateau worden allerlei gerechten neergezet. Ingewijden weten hoe je volgens het principe van yin and yang gerechten moeten combineren, maar zover ben ik niet gekomen. Bier en de sterke drank staan onder handbereik, dus pas op. Ze zijn geen lid van de blauwe knoop en alle gasten willen maar al te graag met je toasten.

De reisgidsen staan niet voor niets vol met nuttige tips over de omgangsvormen. Vermijd gezichtsverlies, dus het is niet gemakkelijk om een aanbod af te slaan. Soms heb je het gevoel dat je op eieren loopt. Wie het nog niet wist leert het bij een bezoek aan de Verboden Stad of de Chinese Muur: het is een land met een lange geschiedenis, een oude cultuur en diepgewortelde tradities. Daarbij is lang niet alles goed gegaan -bij ons wel?-  maar China richt zich op zijn toekomst. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Zij zoeken graag contact met ons en dat is beslist de moeite waard. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail