Het botermesje

Body: 

Een huisgenoot stelt een simpele vraag, zonder te beseffen dat die bij masterstudent Paula Dubbink tot uitgebreide overpeinzingen leidt. Want: wat is nu écht Zweeds?

“Wat is nou het meest Zweeds aan ons hier”, vraagt mijn huisgenoot terloops tijdens het huisfeest. Hij denkt waarschijnlijk dat ik, na twee maanden een keuken te hebben gedeeld met 23 Zweden, wel een aardig oordeel over de Zweedse volksaard zal hebben en kan aangeven wat nu echt het meest Zweeds is. Ik moet hem teleurstellen.

We zitten met ruim 20 man in de keuken – het past net - en zijn het feest begonnen met een uitgebreide maaltijd. Die bestaat uit kilo’s gekookte aardappels en zalm (er zijn hele vissen gekocht, want er wist wel iemand hoe je die moest fileren) met dille. Op tafel ligt het huiszangboek – vier vettige A4’tjes die duidelijk al tijdens eerdere diners op tafel hebben gelegen. Op gezette tijden staat de ‘toastmaster’ op om het nummer van het lied aan te kondigen dat we gezamenlijk ten gehore zullen brengen. Iedereen zingt enthousiast mee, terwijl ik hummend ook mijn best doe.

Terwijl ik zie hoe de keukenploeg het afval netjes sorteert in zes (!*) verschillende plastic bakken, de borden afwast met verdund afwasmiddel uit een spuitfles en een laatkomer vrolijk begroet met ‘Sjaaa’ -  een afkorting van het al informele ‘tjena’ (hoi) - realiseer ik me dat er maar een ding in deze ruimte niet Zweeds is. Ikzelf.

Waar ik een jaar geleden nog vanuit mijn internationale bubbel stapsgewijs grappige Zweedse tradities als het kaneelbroodje en fika kon ontdekken, ben ik in mijn huis nu ondergedompeld in een geheel Zweedse wereld. En juist waar alles Zweeds is, wordt het praktisch normaal en dus niet meer zo bijzonder. Het verwordt tot een achtergrond, waartegen zich alle dagelijkse beslommeringen afspelen. Hoe kan ik dan één aspect uitkiezen, als de Zweedsheid alomtegenwoordig is? Dat is alsof je op Koninginnedag door Utrecht loopt en zegt dat hagelslag toch wel echt typisch Nederlands is.

Ik had mijn huisgenoot beter een tegenvraag kunnen stellen: denk je dat er iets is aan jullie wat niet Zweeds is? Maar die uitvlucht bedacht ik me natuurlijk pas later. Ik neem dus maar een slok uit mijn blikje cider en vind een oplossing in een klein detail.

“Smörkniven”.

”Het botermes?”

Inderdaad, huisgenoot. Het houten, vreemd gevormde werktuig dat in de botervloot steekt en waarmee je de boter op je knäckebröd kan smeren. Dat gaat precies even handig of onhandig als met een gewoon mes. Het is dus een charmant maar hogelijk onnodig stuk bestek. Dat symboliseert voor mij Zweden: ik zie het hier dagelijks gebruikt worden en vind dat nog steeds grappig.

Dat jij al 23 jaar botermesjes gebruikt zonder deze schattige dingen langer dan een seconde aandacht te hebben gegeven; dat is nu echt Zweeds.

(*) glas, metaal, plastic, gft, kartonverpakkingen (melk en yoghurt e.d. die je dan eerst wel schoon moet spoelen) en overig. En daarnaast wordt papier ook nog apart ingezameld. En dat gebeurt dan ook netjes!
 

Facebook Twitter Whatsapp Mail