Hoe Nederlandse en Chinese onderzoekers elkaar weten te vinden

Body: 

Wederzijds wetenschappelijk belang en een groeiend vertrouwen. Dat is de basis van Chinees-Nederlandse samenwerking, leest Marianne van Driel van de KNAW China Desk in een nieuwe publicatie.

Wederzijds wetenschappelijk belang en een groeiend vertrouwen. Dat is de basis van Chinees-Nederlandse samenwerking, leest Marianne van Driel van de KNAW China Desk in een nieuwe publicatie.

Meer dan dertig jaar bilaterale wetenschappelijke samenwerking bindt Nederland en China. Het begon met een enkel programma, maar heeft inmiddels diepe wortels zowel binnen de huidige portefeuille van KNAW- en NWO-onderzoeksprogramma’s als daarbuiten. Het vertrouwen waarop deze samenwerking gebouwd is en het wederzijds belang voor beide landen en de individuele wetenschappers, is groot. Dat is ook wat spreekt uit de zestien interviews in de door KNAW en NWO gemaakte publicatie ‘Based on Science, Built on Trust’.

In de publicatie komen 16 Nederlandse en Chinese wetenschappers aan het woord, die gesteund door KNAW en NWO, samenwerken met wetenschappers in het andere land. In een breed scala aan wetenschappelijke disciplines hebben de onderzoekers elkaar gevonden, van watermanagement tot tandheelkunde of linguïstiek. Professor Emiel Hensen vertelt dat het onlogisch was geweest als zijn groep niet was gaan samenwerken met de groep van professor Li Can. Chemici in Dalian en in Eindhoven hadden namelijk beiden een cruciaal puzzelstukje in handen. De Chinezen waren expert op het gebied van Ramanspectroscopie, een analytische techniek om naar katalysatoren te kijken. De Nederlanders waren koplopers in de zogeheten theoretische katalyse, die deze techniek ondersteunt. Gezamenlijk zoeken ze naar (en vinden ze) manieren om biomassa om te zetten in energie.  

Wederzijds belang spreekt ook uit het gezamenlijke onderzoek van professoren Xia Jun en Nick van de Giesen naar de infiltratie van zout water in rivier delta’s. Nederland heeft een lange traditie op het gebied van het monitoren van water en de groep van van de Giesen heeft recent een revolutionaire techniek ontwikkeld om zout- en zoetwaterstromen nauwkeurig te kunnen meten. Deze wordt nu ook gebruikt voor onderzoek in de Yellow River Delta. In deze delta is de verdroging al verder gevorderd waardoor de Nederlandse onderzoekers kunnen zien wat ze kunnen verwachten in Nederlandse rivierdelta’s. Ook het onderzoek van professor Zheng Jinhai laat zien dat twee heel verschillende landen voor dezelfde uitdagingen kunnen staan. In zijn geval gaat het om overstromingsgevaar in rivier delta’s. Samen met Ton Hoitink hoopt hij een model te ontwikkelen waarmee verandering van het peil van het water voorspeld kunnen worden.

Een belangrijk doel van de wetenschappelijke samenwerkingsprogramma’s met China is het opleiden en begeleiden van getalenteerde jonge onderzoekers. Dit gebeurt niet alleen in de specifieke PhD-programma’s, maar ook in de gezamenlijke onderzoeksprojecten binnen de andere programma’s. Professoren Lü Yonglong en Arthur Mol hebben bijvoorbeeld een programma opgezet om gezamenlijk promovendi te begeleiden. Mol vertelt dat je een band voor het leven opbouwt als je een Chinese PhD opleidt. Als hij niet weet hoe hij in China iets het beste aan kan pakken, dan neemt hij contact op met één van hen. Hij vaart nagenoeg blind op hun advies. Professor Dick Swaab heeft in die zin al wetenschappelijke achterkleinkinderen, zoals hij zelf zegt. Van de 76 promovendi die hij begeleid heeft, zijn er 36 van Chinese afkomst. De geïnterviewden hechten grote waarde aan het trainen van promovendi en bouwen daarmee aan een waardevol netwerk voor de toekomst. 

In dit boek wilden we de wetenschappers zelf aan het woord laten. Zij vertellen hun verhaal over de samenwerking en laten daarmee zien waaraan onze programma’s een bijdrage leveren. De toegevoegde waarde van de samenwerking komt heel duidelijk naar voren in alle interviews. Alles begon vanuit een gedeelde passie voor hun onderzoek. Zoals professor Benjamin van Rooij zegt, je hebt dezelfde drijfveer nodig. Daarin vullen de onderzoekers elkaar aan, of het nou is door de beschikbare bronnen, de specifieke kennis, de toegang tot faciliteiten of het opleiden en begeleiden van jong talent. De wetenschappelijke resultaten zijn uitmuntend en de opgebouwde netwerken zijn sterk. De basis voor de samenwerking is wetenschappelijk, maar het fundament is vertrouwen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail