Misschien ontmoeten we elkaar in het midden

Body: 

Universiteitshoogleraar Peter van der Veer ziet de Chinese en Nederlandse wetenschap naar elkaar toegroeien. Vooral studenten en promovendi moeten Investeren in persoonlijke relaties.

Toen ik begin dit jaar een lezing gaf voor studenten aan Renmin (People’s) University (nauw aan de partij gelieerd) in Beijing over westerse theorieën die handelen over ´civil society´ was de reactie van studenten en staf dat die westerse theorieën weinig relevantie hadden voor China. De studenten hadden het idee dat China een eigen wijze van omgaan met de autoriteiten had die cultureel ingebed was.
Studenten in China (en dan heb ik het niet over Hong Kong of Taiwan) zijn over het algemeen sterk nationalistisch en nogal defensief wanneer zij denken dat hun land bekritiseerd wordt. Ze gaan er gemakkelijk vanuit dat hun land niet door westerlingen begrepen kan worden. Als je hen duidelijk maakt dat de ideeën van de communistische partij ook uit het Westen komen zijn ze vaak even stil om er vervolgens op te wijzen dat het communisme in China volledig 'Chinees' geworden is.  
De kritische houding die Nederlandse studenten hebben ten aanzien van hun eigen samenleving vind je niet gemakkelijk terug in China. Dissidenten die grote aandacht krijgen in de westerse media zijn vaak volledig onbekend bij de studenten, ondanks de toenemende populariteit van de Chinese Twitter, Weibo.

Ik werk in Beijing in onderzoeksprogramma’s samen met Minzu University (universiteit van en voor minderheden) en met CASS, de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. Beide staan onder strakke partijcontrole met natuurlijk een partijsecretaris in elke afdeling en in CASS een centrum voor de studie van het Marxisme-Leninisme. Ondanks dat alles is het werk op individueel niveau met de collega’s en studenten heel goed te doen.
Ook in China vind je veel academici die gewoon academisch werk willen doen en de staatscontrole omzeilen, net zoals in Nederland academici de voortdurende vraag om 'valorisatie' trachten te omzeilen. Als ik het goed zie gaat in Nederland de academische organisatie steeds meer in de richting van de planeconomie, terwijl men in China meer in de richting van academische vrijheid gaat. Misschien ontmoeten we elkaar in het midden.

De grote investeringen in academisch China gaan natuurlijk, zoals ook in Nederland, naar de Natuurwetenschappen en heel sterk naar de Life Sciences. Die investeringen zijn zo groot dat men mag verwachten dat in de komende tien jaar China aansluiting heeft bij de wereldtop. Het potentieel van het land is enorm en de achterstand, die het nog steeds heeft, wordt snel ingelopen.
China is gericht op de top en niet op het brede middenveld en zal alles doen om Beijing University, Tsinghua, Fudan, Zhejiang en een aantal andere universiteiten om te smeden tot Harvard, Yale en Stanford. Maar dat duurt nog wel even, als het al mogelijk is binnen het communistische systeem.

Gezien de enorme investeringen in wetenschap en het ongelooflijke potentieel (4 miljoen studenten in China en meer dan een miljoen Chinese studenten in het buitenland) wordt China een belangrijke partner voor ons. Vooral studenten en postdocs moeten niet alleen naar Amerika kijken om ervaring op te doen, maar ook naar China. Dat is natuurlijk een heel andere ervaring dan in de Verenigde Staten, omdat je niet alleen op het laboratorium of in de bibliotheek zit, maar ook in China leeft, woont, uitgaat. Het is een fantastisch interessant land met een van de beste keukens (of eigenlijk een aantal regionale keukens) in de wereld. De steden zijn enorm (Shanghai en Beijing hebben beide meer dan 20 miljoen inwoners) en daarmee ook kosmopolitisch genoeg om veel plezier te kunnen hebben. Het landschap is zeer gevarieerd en de cultuur ook.

Het enige serieuze struikelblok is de taal. Mandarijn is niet als Spaans of Frans een taal die je in een paar cursussen redelijk onder de knie krijgt. Je hebt er echt een paar jaar intensieve studie voor nodig. Gelukkig zijn er op de universiteit genoeg mensen die Engels spreken en vooral Chinese studenten zijn erop uit hun Engels te verbeteren. Bovendien zijn er in toenemende mate ook andere buitenlanders op Chinese campussen, zodat het gemakkelijker geworden is om je te redden.

Sociale wetenschappers en cultuurwetenschappers moeten natuurlijk het Mandarijn redelijk beheersen om hun onderzoek te kunnen doen. Dat kan tegenwoordig ook steeds beter dankzij een enorm aanbod aan taalcursussen in Nederland en China. Maar werkelijk actief de taal beheersen kan alleen door een langdurig verblijf in China. Dan hoor je ook de heel verschillende wijze waarop mensen in verschillende delen van het land het Mandarijn uitspreken, sterk beïnvloed door lokale talen en dialecten. Dan begrijp je ook beter waarom Chinese humor ons niet snel aan het lachen brengt. En met de taal leer je natuurlijk ook de zeden en gewoonten kennen.

China verandert zo snel dat het land niet gevangen kan worden in algemeenheden en stereotypen. Een open, maar kritische houding is de beste houding om het land te leren kennen. Het is natuurlijk de moeite waard voor jonge onderzoekers van natuur, cultuur en omgeving om zich te verdiepen in een land waarin een op de vijf mensen woont, een land met een diepe geschiedenis en ongelooflijke economische groei. Die persoonlijke investering maakt het mogelijk voor de UU om samenwerking te realiseren met Chinese universiteiten en onderzoeksinstituten. In onderzoek gaat het altijd naast het harde werk om de intermenselijke relaties tussen onderzoekers. We moeten deze relaties ook opbouwen met onze Chinese collega’s. Daarin ligt onze toekomst.  

Peter van der Veer hield op 11 september 2012 de eerste lezing van de Studium Generale-reeks 'Ondertussen in China'. Bekijk hier een videoverslag van die bijeenkomst.

Facebook Twitter Whatsapp Mail