Sponsoring bedrijfsleven kan onderzoeksresultaten beïnvloeden

Body: 

Wetenschappers die de effecten van een product in opdracht van een bedrijf onderzoeken komen met andere resultaten dan wetenschappers die niet gesponsord worden. Dat blijkt volgens Wolfgang Stroebe uit analyses van wetenschappelijke artikelen.

Naar aanleiding van het beruchte Red Bull-onderzoek aan de Universiteit Utrecht vroeg het SP-Kamerlid Jasper van Dijk de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap schriftelijk of zij ook van mening was “dat gesponsord onderzoek over commerciële producten de schijn van belangenverstrengeling oplevert en dat dit te allen tijde moet worden voorkomen”? De staatssecretaris Dekker gaf het volgende antwoord: “Nee, deze mening deel ik niet. Van belang is dat er openheid is over onderzoek dat universiteiten samen met bedrijven verrichten, ...”. Aangezien dit kabinet met zijn “topsectorenbeleid” een substantieel deel van de Nederlandse Wetenschapsbeoefening aan de industriële sector heeft overgeleverd, kunnen we ervan uitgaan dat de staatsecretaris echt meent wat hij zegt.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek is deze uitspraak echter zorgwekkend. Er zijn meta-analyses gedaan naar de invloed van sponsoring door het bedrijfsleven. Een meta-analyse kijkt naar een veeltal individuele studies om te zien of de resultaten die uit deze studies voortkomen significant van elkaar verschillen wanneer er rekening wordt gehouden met bepaalde kenmerken (bijv. wel/niet gesponsord onderzoek). Meerdere meta-analyses tonen overtuigend aan, dat sponsoring door het bedrijfsleven, ook als het in publicaties vermeld wordt, de uitkomsten van onderzoek beïnvloedt, tenminste als het onderzoek de effecten van een product van de sponsor uitzoekt en dus voor de verkoop van dit product belangrijk is.

Omdat klinisch onderzoek naar de werking van medicijnen grote invloed heeft op de beslissingen die artsen nemen met betrekking tot de behandeling van hun patiënten, wordt veel onderzoek naar de invloed van de farmaceutische industrie op de uitkomsten van klinische trials verricht. Hier vergelijkt men bijvoorbeeld onderzoeken naar de effectiviteit van medicijnen die zijn gefinancierd door de producent van deze medicijnen met de uitkomsten van door neutrale bronnen gefinancierd onderzoek. Naar aanleiding van een eerste meta-analyse over dit onderwerp door Bekelman en collegae (2003), verschenen in het Tijdschrift van de American Medical Association, zijn meerdere meta-analyses gepubliceerd, die aantonen dat sponsoring de uitkomst van onderzoek beïnvloedt. De meest uitgebreide meta-analyse werd onlangs door de “Cochrane Collaboration” uitgevoerd (Sismondo et al., 2013). De Cochrane Collaboration is een non-profit organisatie met als missie zorgverleners, beleidsmakers en patiënten te helpen bij het nemen van beslissingen over de gezondheidszorg. Hun meta-analyses zijn de “gold standard” op het gebied van systematische literatuuroverzichten over medisch onderzoek. Op basis van 1588 studies van de effectiviteit van medicijnen concludeerden de onderzoekers dat door industrie gesponsord onderzoek vaker tot positieve conclusies over die effectiviteit van en de afwezigheid van bijwerkingen komt dan onderzoek dat door andere bronnen gefinancierd wordt.

Er is er ook evidentie dat onderzoek naar de gezondheidseffecten van frisdrank dat gesponsord wordt door de voedsel- en drankenindustrie onderzoeksresultaten heeft beïnvloed. Een meta-analyse van studies over de gezondheidseffecten van suikerhoudende frisdranken (gepubliceerd in het “American Journal of Public Health” in 2007 door Vartanian en collegae) toonde bijvoorbeeld aan dat het industrie-gesponsorde onderzoek minder grote effecten op dagelijks geconsumeerde calorieën en op lichaamsgewicht vond dan door neutrale bronnen gefinancierd onderzoek. Met andere woorden, suikerhoudende frisdrankjes lijken proefpersonen minder dik te maken, als dat onderzoek door de producenten van deze drankjes gefinancierd wordt. Al in 2003 werd in dit tijdschrift door Levine en collegae naar een analyse van empirische studies, overzichtsartikelen en commentaren met betrekking tot de effectiviteit van de vetvervanger “Olestra” vergelijkbare verschillen gepubliceerd: auteurs die steun vonden voor de werking van deze vetvervanger hadden beduidend vaker dan kritische of neutrale auteurs een financiële relatie met de producent van Olestra (80% vs. 11% vs. 21%). Dus, het Red Bull-verhaal aan de Utrecht Universiteit is zeker geen uitzondering.

Het meest extreme voorbeeld van de invloed van sponsoring op onderzoeksresultaten is het door de tabak-industrie gesponsorde onderzoek naar de gezondheidseffecten van roken. Naar mening van vele uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften (Britisch Medical Journal; American Journal of Respiratory and Critical Care; American Journal of Respiratory Cell and Molecular Biology; Journal of Health Psychology; PLos One, PLos One Medicine and PLos One Biology) is deze invloed zo extreem dat zij artikelen over onderzoek dat door de tabaksindustrie is gesponsord niet langer accepteren.

Hoewel er dus overtuigende steun is dat sponsoring door bedrijven de uitkomsten van onderzoek beïnvloedt - wanneer de uitkomsten voor de verkoop van hun producten belangrijk zijn - weten wij weinig over de onderliggende processen: Waarom leidt sponsoring tot andere resultaten? In de sociale psychologie wordt veel onderzoek verricht naar de onbewuste invloed van doelen op beslissing en gedrag dat voor deze invloedeffecten relevant zou kunnen zijn. Er zijn namelijk geen aanwijzingen dat gesponsorde onderzoekers data vervalsen of het onderzoek bewust zo opzetten, dat er voor de sponsor voordelige resultaten uitkomen. Aan de andere kant weten onderzoekers die in opdracht van een bedrijf de effectiviteit van producten van dit bedrijf evalueren natuurlijk dat de opdrachtgever niet erg enthousiast zal reageren als de onderzoeksbevindingen aantonen, dat het product “waardeloos” is. En hoe minder leuk een bedrijf de bevindingen van een onderzoeker vindt, hoe minder kans dat er geld voor vervolgonderzoek of zelfs een mooi contract als adviseur te verwachten valt. Dit zijn sterke motieven, die beslissingen over het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden ook zonder dat de onderzoekers zich dat bewust realiseren.

Een proces dat vaak een rol blijkt te hebben gespeeld is de keuze voor controleproducten (placebo controls) die de kans verhogen, dat een positief effect van het onderzochte product kan worden bewezen. Zo worden de cognitieve effecten van Red Bull in onderzoek vaak vergeleken met controledrankjes zonder cafeïne (bijvoorbeeld in het Utrechtse onderzoek dat aantoonde dat “rijvaardigheid tijdens lange snelwegritten aanzienlijk wordt verbeterd door het drinken van Red Bull” (uit UU persbericht)). Het is heel waarschijnlijk dat hetzelfde effect goedkoper met een kopje koffie te bereiken zou zijn geweest.

Het vervelende aan deze situatie is dat de “Verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid” die de KNAW in 2005 in zijn report over “Wetenschap op bestelling” als oplossing voorstelt, dit probleem niet oplost. Het ondertekenen van een “verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid” kan niet gevoelens van afhankelijkheid wegnemen, tenminste niet wanneer een onderzoeker een goede relatie met desbetreffend bedrijf wil behouden. Met andere woorden, er ligt altijd de mogelijkheid van een (onbewuste) bias richting positieve resultaten op de loer in het geval van onderzoek dat door het bedrijfsleven gesponsord wordt. De enige manier om dit probleem op te lossen is door de overheid weer meer verantwoordelijkheid voor de financiering van onderzoek te geven - op zijn minst voor maatschappelijk relevant onderzoek dat directe gevolgen voor de financiële belangen van een bedrijf heeft.

Ten slotte wil ik nogmaals benadrukken dat bovenstaande voornamelijk van toepassing is op de sponsoring van onderzoek naar de effecten van eigen producten. Bedrijven hebben natuurlijk ook veelal onderzoeksvragen, die geen gevolgen hebben voor hun eigen financiële belangen, zoals organisatieonderzoek of onderzoek dat voor de ontwikkeling van nieuwe producten belangrijk is. Het voordeel van samenwerking met een universiteit is dat dat een bedrijf toegang krijgt tot de onderzoekfaciliteiten en het “know how” van een universiteit - en dit tegen relatief lage kosten. Het voordeel voor de universiteit is dat bedrijven vaak onderzoeksmogelijkheden bieden, die voor onderzoekers anders niet beschikbar zouden zijn. 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail