In voor- en tegenspoed

Body: 

Als onderzoekcoördinator is Hanneke Jansen het aanspreekpunt voor promovendi binnen het Instituut voor Cultureel Wetenschappelijk Onderzoek (ICON). Hoewel ze zelf geen doctorstitel op zak heeft, heeft ze de afgelopen jaren kunnen meekijken met mensen die dat wél ambiëren. Ze ziet sommige promovendi worstelend naar de eindstreep gaan.

Een promotieplechtigheid wordt weleens vergeleken met een bruiloft. Mooie kleding, getuigen, een fotograaf, een receptie. In de praktijk echter blijkt die bruiloft in veel gevallen direct uit te lopen op een scheiding. 80 procent van de promovendi gaat niet door in de wetenschap, schrijft ScienceGuide eerder deze maand. Dat zal vast niet in alle gevallen vrijwillig zijn, maar sommige promovendi die de wetenschap vaarwel zeggen, doen dat hartgrondig en zonder twijfel. Ze rennen nog net niet de senaatszaal uit, op naar een ander leven. Hoe anders was dat toen ze aan hun promotieonderzoek begonnen.   

Met een ietwat roze bril zitten ze vaak voor me aan tafel; nieuwe promovendi die langskomen voor een kennismakingsgesprek. Enorm enthousiast, popelend om te kunnen starten en vaak ook enigszins opgelucht omdat het hen éindelijk is gelukt die felbegeerde betaalde promotieplek te bemachtigen. Ja, je kunt wel spreken van echte liefde voor de wetenschap, die op dat moment zo sterk is dat het gebrek aan carrièreperspectieven slechts een kleine rol speelt.

De wittebroodsweken volgen, waarin blijkt dat er binnen deze werkrelatie enorm veel vrijheid is om in de boeken te duiken, cursussen te volgen en conferenties te bezoeken. Mogelijkheden volop en meestal is het voor promovendi lastiger om te kiezen wat ze níet willen gaan doen. Als er dan toch echt keuzes gemaakt moeten gaan worden, dienen zich soms ook de eerste scheurtjes aan, in de vorm van uiteenlopende verwachtingen of communicatieproblemen met de supervisor.

Waar geen twijfel over mag bestaan, is de belofte over het eindresultaat. Er is ‘ja’ gezegd, een contract is getekend en liefst binnen vier jaar moet er een proefschrift liggen. En dat is best een flinke druk om een werkrelatie mee te beginnen. Gevoelsmatig weinig ruimte om te falen, en al helemaal weinig ruimte om de conclusie te trekken dat dit misschien toch niet de beste match is. En dat geldt voor promovendi, maar ook voor hun begeleiders.

Want hoe moeilijk moet het zijn om na een jaar of twee de conclusie te trekken dat ‘jouw’ promovendus waarschijnlijk niet verder wil, of zou moeten willen, in de wetenschap. Maar het einddoel is helder, met nog twee jaar te gaan, en alle zeilen moeten worden bijgezet om daar te komen. Iedereen die wel eens in een uitzichtloze relatie heeft gezeten weet: twee jaar is dan nog enorm lang en de kans dat dit gaat eindigen in een vechtscheiding reëel.

Zoals ook een standaard huwelijk nu onder huwelijkse voorwaarden wordt afgesloten, is het daarom wellicht verstandig om de voorwaarden van het promotietraject ook aan te passen. De afhankelijkheid tussen promovendus en promotor is groot. En hoewel de universiteit verschillende initiatieven ontplooit om promovendi ook voor te bereiden op een carrière buiten de wetenschap, blijft de focus van de promotor logischerwijs toch eerst en vooral bij dat proefschrift liggen.

Geef een promovendus daarom ook een leidinggevende die níet inhoudelijk betrokken is bijvoorbeeld. Of geef promotoren tijd en middelen om die leidinggevende pet juist wat steviger op te zetten. Schaf sowieso de promotiepremie af, die universiteiten krijgen als een promovendus zijn doctorsbul in ontvangst neemt. Want complete afhankelijkheid en financiële prikkels zijn de doodsteek voor iedere gezonde relatie.

Facebook Twitter Whatsapp Mail