Was will der Student?

Body: 

Hoe gaat de student om met ICT? Harold van Rijen was verrast te horen dat colleges te sloom gaan, studenten niet zitten te wachten op leerboeken, maar vooral op oefentoetsen en Whatsappjes van medestudenten. 

Hoe gaat de student om met ICT? Harold van Rijen was verrast te horen dat colleges te sloom gaan, studenten niet zitten te wachten op leerboeken, maar vooral op oefentoetsen en Whatsappjes van medestudenten. 

Jarenlang had hij de vrouwelijke ziel bestudeerd, maar Sigmund Freud bleef in de herfst van zijn leven toch met de vraag zitten: ‘ Was will das Weib?’

Nu er vele innovatietrajecten lopen in het onderwijs, veelal geïnitieerd door instituten, faculteiten en opleidingen dringt zich wellicht dezelfde vraag op. We bestuderen de effectiviteit van onze innovaties en vragen aan de studenten wat ze er van vonden. Maar de vraag blijft uiteindelijk toch: “Was will der Student?” of beter ‘Was tut der Student?’.

Kort geleden was ik voor een presentatie in het AMC bij een afscheidsbijeenkomst van een aantal onderwijsbestuurders,. Het thema was Onderwijs en ICT. Na mij hield een student een presentatie getiteld ‘Onderwijs en ICT door de oogharen van de student’. Een vermakelijke en uiterst verfrissende beleving. Ik geef even een korte samenvatting van de presentatie en discussie: 

  1. Blackboard werd zeker bezocht, maar alleen als er iets te halen was of er een verplicht onderdeel stond.
  2. Opgenomen hoorcolleges worden door studenten op 1.5x de snelheid teruggekeken. Zo ram je (citaat) een college van 45 min er in 30 min doorheen.
  3. Studenten willen oefentoetsen, oefentoetsen en oefentoetsen. Een student uit de zaal vroeg zich af waarom bij digitaal toetsen sterk wordt ingezet op de eindtoets en niet veel meer op het invoeren van zelftoetsen. Het zou haar helpen om beter in kaart te brengen wat ze nog niet weet.
  4. De discussie ging even over het enorm toetsgericht zijn van de studenten. Twee studenten uit de zaal bekenden hierbij dat zij al meerdere vakken ruimschoots hadden gehaald door zich enkel voor te bereiden met oude toetsen, waarbij de antwoorden niet in het boek werden opgezocht, maar via diverse internetbronnen. Met name de eerste hits in Google werden gevolgd, vaak naar Wikipedia.
  5. Studenten maakten veel gebruik van e-learningmateriaal dat door collega studenten was gemaakt. Er is blijkbaar een prosumeractiviteit die leidt tot veel informeel oefenmateriaal.
  6. De belangrijkste communicatievorm was Facebook of Whatsapp. Studenten gebruiken dit onderling om roosterwijzigingen, practicumruil, vragen, antwoorden, locaties van borrels etc. onder elkaar te verspreiden.

Wat mij opviel was dat studenten relatief beperkt of zelfs geen gebruik maken van de bronnen die wij hen aanbieden (leerboeken & handouts). Onze colleges gaan blijkbaar te sloom (of waarschijnlijker: de tijd tot het tentamen is te kort) en alles draait om het halen van de toets. Is dat nieuw? Vermoedelijk niet.

Het punt is echter wel of we in de huidige informatierevolutie moeten volharden in het investeren in leerboeken en monolithische en kostbare leeromgevingen als Blackboard. De student is een prosumer geworden die her en der graast om zijn doel, het behalen van het tentamen te bereiken.

Misschien zouden we kunnen volstaan met het aanbieden van hoorcolleges via de weblecture server en de handouts en aankondigingen via email/Whatsapp of Facebook rondsturen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail