Een beetje trots op de universiteit

Body: 

Dat hij teleurgesteld was over een kleine daling van de UU op de World University Ranking, verbaasde Frank van Eekeren. Zouden de corporate videoboodschappen van de collegevoorzitter toch effect gehad hebben?

Dat hij teleurgesteld was over een kleine daling van de UU op de World University Ranking, verbaasde Frank van Eekeren. Zouden de corporate videoboodschappen van de collegevoorzitter toch effect gehad hebben?

Lijstjes, ik ben er dol op. Publiceer een ranglijst van de leukste vakantiebestemmingen, de meest legendarische doelpunten of slechtste popsongs allertijden en mijn aandacht is gegarandeerd. Zo bestudeerde ik onlangs ook gretig de QS World University Rankings 2013, een lijstje van ’s werelds beste universiteiten. Onze uni steeg weliswaar van 85 naar 81, maar staat mijlen ver achter op de Universiteit van Amsterdam (58e). Ook Leiden (74e) gaat ons voor en ooit stond Utrecht 67e. Ik was korte tijd teleurgesteld, daarna lange tijd verbaasd.

Die verbazing betrof niet zo zeer de Utrechtse positie op de ranking, maar mijn eigen teleurstelling. Tot voor kort maakte ik me nooit druk over mijn werkgever vanwege een of ander lijstje. Ik werk al vele jaren met veel plezier op de UU, daar niet van, maar een grote verbondenheid met de universiteit had ik niet. Dacht ik.

Eerlijk gezegd heb ik altijd wat lacherig gedaan om de pogingen tot het ‘creëren van een corporate culture’  of  het ‘communiceren als eenheid’. Videoboodschappen van de voorzitter van het CvB, voorschriften voor een handtekening onderaan de email: het was aan mij niet erg besteed. Ik hield mezelf altijd voor dat ik op de UU werk, omdat deze baan zeer uitdagend is en dat die hier nu eenmaal prettig uitgeoefend kan worden. En ‘hier’ betrof dan in eerste instantie het departement en de directe collega’s - niet zozeer de abstracte organisatie daar omheen.

Maar toch. Ik was dus even teleurgesteld na het zien van dat lijstje. Toegegeven, ik ben nogal competitief ingesteld en speel het liefst in een winnend team. Maar daarmee was het gevoel niet helemaal te verklaren. Blijkbaar ben ik me de afgelopen jaren toch meer met de Universiteit Utrecht als geheel gaan identificeren. Ik ben er blijkbaar graag een beetje trots op. En zelfs de handtekening onder aan mijn email voldoet inmiddels keurig aan de voorschriften.

Nu vraag ik me dus af hoe het zover heeft kunnen komen. Voor een organisatie, en zeker voor zo’n grote en versnipperde als de universiteit, is het buitengewoon moeilijk om échte verbondenheid te laten ontstaan. Misschien hebben de videoboodschappen en communicatievoorschriften uiteindelijk toch hun uitwerking gehad. Of komt het door mijn fascinatie voor lijstjes en het toenemend aantal universiteitsranglijsten dat ik onder ogen krijg?

Ik weet het niet. Wel probeer ik mijn band met de universiteit nog wat te relativeren. Want als sportonderzoeker weet ik dat eigenlijk alleen voetbalclubs eeuwige verbondenheid kennen met hun achterban. De rest – partner, huis, religie én werkgever - is uiteindelijk allemaal inwisselbaar.

Facebook Twitter Whatsapp Mail