Onanie op de UB

Body: 
Een vent die recht door zee gaat, die kotst van vaaggelul, voor wie een knor niet telt en die de feuten kwelt

"Jezus, dit is wel een heel foute tekst, zeg. Dit kan echt nietmeer, hoor." Luid gegrinnik van een handvol Corpsleden in de kamerwaar de voor-première plaats vindt van de CD 'Fruits demère'. Op de melodie van 'Bad bad Leroy Brown' klinkt hetnummer 'Corpsbal van formaat' dat in 1974 werd geschreven voor hetGroenentoneel van dat jaar, en dat nu is vereeuwigd op delustrum-CD van het 120-jarige Koninklijk Utrechts StudentenTooneel.

Negentien nummers uit de periode 1967-1998 telt de CD,grotendeels behorend tot het ijzeren repertoire van zanglustigeCorpsleden. Zo is daar Trees (1973) met de onsterfelijke regels Diemilieuvervuiling is toch heel vervelend, want de boel die gaat zostinken op den duur, en het UB-lied (1994):De buurvrouw is nogalpikant, je krijgt kriebel aan je hand, rent op een drafje naar deplee, voor onanie op de UB.

Pianist Daan Richard legt uit dat het vastleggen vanGroenenliederen een lange traditie heeft. Op zijn kamer ligt een LPuit 1959 met daarop het door Euro-commissaris Hans van den Broekgezongen 'Romance van die ene keer'. De nieuwste CD wisseltnostalgische ballades over Utrecht en het studententenleven af metharde rocknummers van onder meer Oasis met soms ronduit smakelozeteksten.Wijven, bier en zaad dreunt het Texellied door de kamer,maar voor een CD voor intern gebruik, mag wat minder parlementairtaalgebruik geen bezwaar zijn, vindt Richard. "Veel nummers gaanover hoe mooi het is om Corpsbal te zijn en hoe kut het is om knorte wezen. Maar het zijn wel teksten waarin we ook onszelf stevig opde hak nemen. Luister maar eens naar het Utrechtlied uit 1973: Elkeknor was een onmondig kind. Ach, en nu, na al die jaren is zo'nknor van toen mijn beste vrind. In de kamer klinkt een collectievezucht van ontroering.

EH