Onderzoekscholen blijken heilzaam

Body: 
De oprichting van onderzoekscholen is goed geweestvoor de letteren. Men werkt meer samen, buitenlandse contacten zijnuitgebreid en promovendi worden beter opgeleid. Toch moetenfaculteiten ook zelf onderzoekbeleid blijven voeren.

Het is voor het eerst dat al het letterenonderzoek vanNederlandse universiteiten -155 onderzoekprogramma's - dooronafhankelijke experts is beoordeeld; en het valt niet tegen. Hetmeeste onderzoek is van 'redelijke' tot 'goede' kwaliteit. Eénop de tien onderzoekprogramma's is net onvoldoende. Het aantalgoede programma's is groter. In Utrecht is slechts éénprobleemgeval: Political History.

Per vakgebied is er wel verschil. Taalwetenschap en archeologie,twee vakken waarin Nederland al een reputatie had, tellen veeluitblinkers. Ook in de klassieke talen en de literatuurwetenschapwordt goed onderzoek gedaan. Het panel dat de historicibeoordeelde, slaat een aanmerkelijk kritischer toon aan. Hetonderzoek in Rotterdam zou in de huidige opzet 'niet levensvatbaar'zijn. Dat van Nijmegen is te versnipperd. En bij de UvA klinkt deklacht dat onderzoeksprogramma's een samenraapsel zijn. Veelhistorisch onderzoek krijgt slechts zesjes. Maar toch ziet ook ditpanel twee toppers, in Utrecht en Groningen.

Utrecht scoort hoog met Classical & Medieval Culture(mediaevistiek) en Litterary Studies (ALW). De derde Utrechtsetopper, Computer Linguistics (Taalkunde), zit daar net onder.

De visitatiecommissie bekeek voorts wat de faculteitsbesturendoen om ook voor de toekomst kwaliteit te garanderen. De grootstezorg is dat faculteiten het onderzoekbeleid recent grotendeelshebben overgelaten aan de onderzoekscholen. "Dat is heel vruchtbaargeweest", zegt commissievoorzitter Godelieve Laureys. "Maar optermijn is het gevaarlijk." Want onderzoekbeleid is méérdan het onderbrengen van de kroonjuwelen in onderzoekscholen.Veelbelovende onderzoekers moeten de ruimte krijgen. De relatie methet onderwijs moet bewaakt worden. En hetzelfde geldt voor dekwaliteitszorg. Zo niet, dan dreigt op termijn uitholling van hetonderzoek.

FS, HOP


Rapportcijfer Onderzoek

1. Twente: 8,0

2. Tilburg 7,64

3. Groningen 7,56

4. VU 7,4

5. UvA 7,12

6. Utrecht 7,04

7. Leiden 6,98

8. Maastricht 6,94

9. Nijmegen 6,84

Voor bovenstaande lijstje is per beoordeeldprogramma het gemiddelde van de vier oordelen (kwaliteit,productiviteit, relevantie en levensvatbaarheid) berekend. Perfaculteit zijn alle oordelen over programma's gemiddeld en met tweevermenigvuldigd.