'Ze denken dat ik Kroaat ben, maar mijn hart ligt in Belgrado'

Body: 
De Servo-kroatische Svetlana Batarilo, universitairmedewerker aan de faculteit architectuur van de universiteit vanBelgrado, was op vakantie in Kroatië toen ze hoorde dat haarthuisstad door de NAVO werd gebombardeerd. Sindsdien wacht ze af inSplit tot ze naar huis kan - als er tegen die tijd nog iets vanover is.

'Ze denken dat ik Kroaat ben, maar mijn hart ligt inBelgrado'

Woensdagavond 24 maart 1999: nadat elke onderhandelingspogingover Kosovo op niets is uitgelopen, zijn deNAVO-bombardementsvluchten op Servië begonnen. Zoals teverwachten, is een flink aantal raketten bestemd voor de militairevliegbasis bij Belgrado - de stad waar drie jaar geleden, in hetnajaar van 1996, tienduizenden studenten maandenlang de straat opgingen om te protesteren tegen het bewind van Milosevic.

In het U-blad van 30 januari 1997 zei Svetlana over detoenmalige studentenprotesten: "We vragen ons af of het een tweedeFluwelen Revolutie zal worden zoals in het toenmaligeTsjechoslowakije of een gewelddadige, zoals in Roemenië. Inieder geval is het een avontuur dat op een heel bijzondere maniergaat aflopen."

Inmiddels is wel duidelijk wat met de protesten is bereikt:helemaal niets. Svetlana nu, per telefoon: "We hebben ervoornamelijk een goed gevoel aan overgehouden. Het was belangrijkom te weten te komen dat anderen er net zo over dachten. Maarverder is alles eigenlijk alleen maar erger geworden: deuniversiteit is na de protesten elke autonomie kwijtgeraakt enwordt nu bestuurd door de staat."

Op vakantie aan de kust bereikte haar het nieuws dat Belgradoonder vuur lag. "Ik zat in de bus van Dubrovnik naar Split, toen eragenten kwamen om onze paspoorten te controleren. Die zeiden datBelgrado werd gebombardeerd. Mijn ouders wonen op een paarkilometer van de militaire vliegbasis die is platgegooid; ze zeidendat de inslag van de kruisrakketen leek op een vliegende zon. Deeerste dag was er 17 uur lang luchtalarm. Veel vrienden van mijzijn inmiddels gevlucht naar Boedapest."

Het is makkelijk om te zeggen dat Servië de huidige aanvalheeft verdiend. Het Servische leger is immers bezig om alleAlbanezen Kosovo uit te jagen - wie niet kan of wil vertrekken, isten dode opgeschreven.

Maar ondanks de bombardementen gaat de slachting in Kosovo door.Sterker nog: met elke NAVO-aanval op Servië lijkt het optredenvan het Servische leger tegen de Albanezen meedogenlozer teworden.

Svetlana: "Ik geloof niet dat deze oorlog zin heeft. Wat er inKosovo gebeurt door toedoen van het Servische leger vind ikverschrikkelijk, maar het bombarderen van Servië kan alleenmaar meer onschuldigedoden opleveren. Mijn familie en vriendenleven nu onder zo'n enorme druk, en ik heb een broer die oud genoegis om ingelijfd te worden bij het leger. Zodra de aanvallenophouden, wil ik terug. Ik zou het liefste nu meteen teruggaan,maar ik weet dat ik mijn ouders het beste help door hier teblijven. Dan hoeven ze in elk geval niet over mij in tezitten."

Svetlana moet voorzichtig zijn met haar politieke standpunten.Niet alleen omdat het vraagstuk zo ingewikkeld is, maar ook omdathet niet ondenkbaar is dat ons telefoongesprek wordt afgeluisterd.Bovendien is ze op dit moment niet in Servië. "Vandaag ben ikgaan hardlopen op het strand. Ik was net op tijd terug voor hetnieuws, maar na vijf minuten

kon ik het niet meer aanzien. Omdat ik nu in Kroatië ben,zit ik tussen mensen die allemaal vinden dat Servië ditverdiend heeft. Als ik teveel laat merken wat ik ervan vind, krijgik waarschijnlijk problemen. De mensen hier denken dat ik Kroaatben, maar mijn hart is in Belgrado."

Ingmar Heytze