Waarom zingt een kanarie beter in de lente dan in de herfst?

Body: 

De een na zachtste winter sinds 1706 is volledig ongemerkt voorbij gegaan. En de lente is volop begonnen. Zelfs de eerste ‘warme dag’ (20 graden of meer) is al gemeten, op zondag 9 maart. Normaal vind je dat soort dagen op zijn vroegst eind maart, begin april.

De een na zachtste winter sinds 1706 is volledig ongemerkt voorbij gegaan. En de lente is volop begonnen. Zelfs de eerste ‘warme dag’ (20 graden of meer) is al gemeten, op zondag 9 maart. Normaal vind je dat soort dagen op zijn vroegst eind maart, begin april.

Vraag: Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Hoe komt het dat de zangkanarie in het voorjaar meer complexe rollers weet te zingen dan in het najaar?

  1. In het najaar zijn de zangspieren opgerekt, in de winter komen ze tot rust
  2. In het najaar krimpt het zangcentrum in zijn hersentjes en daardoor mist hij een enkel toontje
  3. Gedurende de winter oefent hij nieuwe geluiden

Bron: Nationale Wetenschapsquiz - NWO/VPRO


Antwoord op de vraag: Je kan een mol het beste vergelijken met:

a. een Tibetaan
b. een Eskimo
c. een Arabier

Het juiste antwoord is a. Een Tibetaan.

Zowel Tibetanen als mollen hebben zich evolutionair aangepast aan een zuurstofarme levensomgeving: Tibetanen wonen op grote hoogte waar minder zuurstof in de lucht zit, en mollen leven onder de grond waar zuurstof schaars is. Mollen hebben naar verhouding de zwaarste longen ten opzichte van het lichaamsgewicht. Ook hebben ze anders-werkend hemoglobine in hun bloed dan andere zoogdieren. Hemoglobine is een eiwit dat in het bloed van zoogdieren voorkomt en verantwoordelijk is voor de transport van zuurstof en koolstofdioxide door het lichaam. De hemoglobine van mollen kan op twee manieren aangepast zijn: Europese mollen hebben hemoglobine met een grotere affiniteit voor zuurstof, waardoor ze meer zuurstof kunnen binden dan andere zoogdieren. Oost-Amerikaanse mollen hebben hemoglobine met een grotere affiniteit voor koolstofdioxide, waardoor ze langer in een CO2-rijke omgeving kunnen overleven. Tibetanen hebben een grotere ademhalingsfrequentie dan andere mensen en bloedvaten die kunnen uitzetten voor beter zuurstof transport. Onlangs is een gen ontdekt dat het hemoglobinegehalte van Tibetanen laag houdt. Dit voorkomt dat zij ziektes krijgen die andere mensen op hoge hoogte krijgen, veroorzaakt door een toename in de hemoglobineconcentratie.

Facebook Twitter Whatsapp Mail