Begeleiding van studenten met een handicap moet beter

Body: 

Studenten met een functiebeperking hebben vaak moeite om hun weg te vinden door het oerwoud aan regelingen. Minister Van Engelshoven beaamde woensdag in de Tweede Kamer dat de informatievoorziening te wensen overlaat.  

Bij wie kunnen studenten met een chronische aandoening of functiebeperking terecht? Op welke potjes met geld met kunnen ze een beroep doen? Welke voorzieningen zijn voor hen beschikbaar? De antwoorden op deze vragen zijn nergens overzichtelijk te vinden, stelde onder anderen PvdA-Kamerlid Van den Hul. Ze vroeg daarom of de minister een landelijke website kan oprichten waar al deze informatie is gebundeld.

Van Engelshoven beloofde ernaar te kijken, maar deed geen harde toezeggingen. “Informatie handzamer onderbrengen klinkt altijd eenvoudig, maar het is lastig dit zo actueel mogelijk te houden.”

Eén loket
Duidelijker was zij over de wens van de Tweede Kamer dat alle onderwijsinstellingen één loket moeten hebben waar leerlingen en studenten terecht kunnen met hun zorgvragen. “Elke instelling hoort zo’n aanspreekpunt te hebben”, reageerde ze. “We gaan navragen of dit er is en kijken of er verbetering nodig is.” Nog voor de zomer verwacht ze de Kamer daarover in te lichten.

Veel Kamerleden wezen Van Engelshoven op het gebrek aan kennis over de profileringsfondsen van hogescholen en universiteiten. Deze fondsen zijn beschikbaar voor studenten die met een goede reden vertraging oplopen. Denk aan topsporters, bestuursleden of studenten met een chronische aandoening of functiebeperking.

“De bekendheid over het profileringsfonds is schandalig klein”, aldus PVV-Kamerlid Beertema. Niet alleen studenten zijn nauwelijks op de hoogte, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Onderwijsinspectie, zelfs decanen en studieadviseurs weten vaak niet dat studenten recht hebben op geld uit het fonds. “Het is hun taak de meest kwetsbaren bij te staan en zij laten het afweten”, stelde Beertema. De Tweede Kamer aanvaardde eerder al een motie om meer bekendheid te geven aan de fondsen. 

Leeg fonds
“Een terecht punt”, reageerde de minister. “Medewerkers moeten beter worden geschoold zodat zij op de hoogte zijn van de mogelijkheden.” Ze gaat erover in gesprek met de onderwijsinstellingen. Die zijn echter vrij om het profileringsfonds zelf in te richten. “Er ontstaan daardoor grote verschillen in toelagen per student. Is dat nog steeds zo?”, wilde onder anderen GroenLinks-Kamerlid Westerveld weten.

“Het valt wel mee hoe groot die verschillen zijn”, suste de minister. Ze heeft met de instellingen richtbedragen vastgesteld van 200 tot 300 euro per maand. “Iedereen zit daar op of boven.” Ze benadrukte dat een leeg fonds geen excuus kan zijn om studenten te weigeren. “Als de middelen uit het fonds zijn uitgeput, moeten instellingen dit aanvullen uit hun reguliere bekostiging.”

Grote verschillen
De hoogte van de individuele studietoeslag die studenten met een functiebeperking bij hun gemeente kunnen aanvragen, kan nog wel enorm verschillen. “Voor een student met een chronische beperking, die zeven jaar over een opleiding doet, kan de toelage 13 duizend euro schelen als hij in de verkeerde stad studeert”, constateerde SP-Kamerlid Kwint. De Tweede Kamer nam eerder een motie aan om deze bedragen gelijk te trekken en vroeg de regering te onderzoeken of DUO de toeslagen kan uitkeren.

“We zijn met Sociale Zaken aan het bekijken wat de beste manier is om deze motie uit te voeren”, reageerde Van Engelshoven. Het is nog maar de vraag of DUO de uitvoerder zal zijn. “Daar zitten nog wat haken en ogen aan.” De instantie kampt volgens haar namelijk met “nogal wat uitvoeringsproblematiek”, dus ligt het niet voor de hand om DUO nog meer taken op te leggen. 

Warme overdracht
Telkens wanneer studenten een overstap maken – van de ene instelling naar de andere, van instelling naar stage of van stage naar de arbeidsmarkt – is de kans groot dat er iets misgaat, stelden veel Kamerleden. Op al die momenten zou er betere begeleiding moeten komen. Ook moet het makkelijker worden om dossiers tussen verschillende instanties te delen, zodat studenten niet elke keer opnieuw hoeven toe te lichten wat hen mankeert en wat ze nodig hebben. “Die warme overdracht is belangrijk”, vindt de minister. “Maar de privacy van studenten ook. Zij moeten zelf bepalen welke informatie zij mee willen geven.”

Ook is ze bereid studenten te helpen bij de overstap naar stageplek of arbeidsmarkt. “Daar is meer aandacht en maatwerk bij nodig”, beaamde ze. Dit schooljaar is ze een pilot begonnen waarin leerlingen met een entree- of mbo 2-opleiding nog twee jaar begeleiding krijgen bij hun zoektocht op de arbeidsmarkt. Ze wil kijken of ze de pilot kan uitbreiden naar het hoger onderwijs.

GroenLinks wilde nog weten of studenten met een handicap uitgezonderd kunnen worden van het bindend studieadvies. De minister doet op dit moment onderzoek naar de werking van het bsa en neemt daarin mee of er andere regels nodig zijn voor studenten met een functiebeperking. Het antwoord daarop volgt nog voor de zomer.

Facebook Twitter Whatsapp Mail