Bussemaker houdt vertrouwen in Inholland

Ook minister Bussemaker maakt zich zorgen over de Inholland-studenten die het maar niet lukt een diploma te halen. Toch vertrouwt ze erop dat hun begeleiding snel zal verbeteren.

De minister beantwoordde kritische vragen van regeringspartijen en oppositie over de goedkeuring van de twee geplaagde Inholland-opleidingen Commerciële Economie en Media & Entertainment Management (MEM). Ze zijn bezorgd over de grote groep studenten die het onder de verzwaarde eisen niet lukt om af te studeren, en vrezen dat de aanhoudende bezuinigingen bij Inholland ten koste zullen gaan van hun begeleiding.

De lage slagingspercentages bij de opleidingen wijzen er volgens Bussemaker vooral op “dat Inholland erin slaagt de kwaliteit van de opleidingen naar een hoger niveau te tillen”. Maar ze waarschuwt ook voor ‘professionele verkramping’ bij docenten. Die zijn zo bang dat ze per ongeluk een student laten afstuderen die net niet goed genoeg is, dat ze voor de zekerheid maar een onvoldoende geven. De hogeschool heeft volgens Bussemaker al actie ondernomen: “Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt om met het docententeam een gezamenlijke norm te bepalen voor de beoordeling van eindwerkstukken.”

Over het eindniveau van de opleidingen heeft Bussemaker geen enkele twijfel: ze zijn op dat punt allebei goedgekeurd door onderwijskeurmeester NVAO en dat is dat. Maar de begeleiding van de afstudeerders kan beter, erkent ze.

Dat is volgens haar precies de reden waarom de NVAO en Inholland op dat punt aanvullende afspraken hebben gemaakt. De onderwijskeurmeester houdt de komende tijd de vinger aan de pols en komt over drie jaar terug om te beoordelen of de begeleiding daadwerkelijk is verbeterd.

Aan de hoeveelheid uren die docenten nu in hun afstudeerders steken lijkt het in ieder geval niet te liggen. Bij de opleiding MEM krijgt een student volgens de minister ruim 32 uur afstudeerbegeleiding, bij de opleiding Commerciële Economie 24 uur.

En het aantal docenten bij de opleidingen is volgens de minister minder sterker gedaald dan het aantal studenten. Ook dat duidt er volgens haar op dat zij nu beter worden begeleid dan voorheen.

Al met al herhaalt Bussemaker wat ze eerder al in haar reactie op de NVAO-goedkeuring schreef: “Gezien de stappen die Inholland de afgelopen jaren heeft gezet heb ik er vertrouwen in dat deze problemen worden opgelost”.

De positieve oordelen die de twee opleidingen in november 2013 ontvingen, vormden het sluitstuk van een langdurig onderzoek van de onderwijsinspectie en de NVAO. Dat begon toen in de zomer van 2010 aan het licht kwam dat Inholland een dubieuze afstudeerroute had opgetuigd. De hogeschool moest aan de slag om het afstudeerniveau te verbeteren, maar het gevolg was ook dat honderden studenten klem kwamen te zitten tussen hogere afstudeereisen en jarenlang slecht onderwijs.

Advertentie