De portretten van de vrouwelijke hoogleraren. Van links naar rechts: Jacoba Brigitte Louisa Hol, Johanna Westerdijk en Cornelia Johanna de Vogel

In de Senaatzaal slaan de vrouwen eindelijk terug

Body: 

De portretten van drie vrouwelijke hoogleraren zijn toegevoegd aan de collectie in de Senaatzaal van het Academiegebouw. Donderdag was de feestelijke onthulling als afsluiting van de Onderwijsparade.

De portretten van drie vrouwelijke hoogleraren zijn toegevoegd aan de collectie in de Senaatzaal van het Academiegebouw. Donderdag was de feestelijke onthulling als afsluiting van de Onderwijsparade.

De portretten van mannelijke geleerden en bestuurders domineren de Senaatzaal van het Academiegebouw. Opvallend was dat er al die jaren geen enkele vrouw aan de muren hing. Dat is nu voorbij. “Ik kreeg een gevoel van onbehagen steeds als ik de eerbiedwaardige mannen zag hangen,” grapt Yvonne van Rooy (voorzitter van het College van Bestuur) tijdens de onthulling. In het kader van Internationale Vrouwendag organiseerde het Centre for the Humanities (CfH) de onthulling van de drie vrouwelijke portretten.

De schilderijen zijn vervaardigd door Arie Schipper. Hij portretteerde de hoogleraren Johanna Westerdijk, Jacoba Brigitte Louisa Hol en Cornelia Johanna de Vogel. Alle drie zijn zij aan de Universiteit Utrecht benoemd als hoogleraar, ieder in een ander vakgebied.

Het was de vraag welke vrouwen een plekje zouden krijgen aan de hoge muren van de Senaatzaal. Maar nog belangrijker: welke heren moesten het veld ruimen? Leen Dorsman (hoogleraar Universiteitsgeschiedenis) heeft volgens Van Rooy een weloverwogen keuze gemaakt. “Mijn keuze is bepaald door een aantal factoren,” zegt Dorsman. “Bekendheid, wetenschappelijke kwaliteit en ten slotte de kwaliteit van het schilderij.” De schilderijen die zijn weg gehaald waren van Daniël Dylius, Lodewijk Visscher en Willem Koster. De eerste hoogleraar was maar een jaar verbonden aan de Universiteit Utrecht, omdat hij overleed. Bij Visscher viel er wetenschappelijk wat op hem aan te merken en van de laatste, Koster, werd gezegd dat hij achterliep in zijn vakgebied. Ook was het portret zelf niet zo mooi.

Opvallend is de plek van Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Van Rooy wijst op haar portret: “Kijk, daar hangt ze”. Westerdijk, in 1917 aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, hangt in één van de onderste hoeken van de Senaatzaal. Weggestopt? Dat niet. Bas Nugteren, manager van het Universitair Programma Cultuur, legt uit dat er in die hoek een klein deurtje zit. Na afloop van een promotie verlaat de promotiecommissie de zaal via deze deur waarbij zij moeten bukken omdat het zo laag is. “Zo buigen ze eigenlijk voor Johanna Westerdijk, ” lacht Nugteren.

Tijdens de onthulling werd nog kort stil gestaan bij de carrières van de drie vrouwen. De drie sprekers, prof. dr. Leen Dorsman, dr. Patricia Faasse (auteur van Profiel van een Faculteit) en Marianne Offereins (NVON), roemden hun werk voor de Universiteit Utrecht en noemden bijzondere en grappige kenmerken van de hoogleraren. Zo wilde Westerdijk tot twee keer toe weg van de universiteit omdat zij een hekel had aan Holland, kreeg Hol post met ‘monsieur’ erop omdat het bijzonder was dat er vrouwen werkten aan de universiteit en werd De Vogel gekscherend ‘Cornelia Katholica’ genoemd door haar studenten door haar kerkelijke inslag.

Donderdag riep het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) op tot het instellen van een quotum voor vrouwelijke hoogleraren.

Facebook Twitter Whatsapp Mail