De Tranparante Kerk van kunstenaar Frank Los

Een tijdelijk zusje voor De Domkerk

Body: 

Op het Domplein verrijst vrijdagmiddag een nieuwe kerk. Dit tijdelijke kunstwerk illustreert het proefschrift van kunstgeograaf Martin Zebracki, maar is ook een stil protest.

Binnen, in het Academiegebouw, verdedigt kunstgeograaf Martin Zebracki vrijdag zijn proefschrift over kunst in de openbare ruimte. Buiten op het Domplein worden bezoekers in een opblaasbare kerk van hun problemen verlost. Een kortstondig kunstwerk als toegift, maar ook als statement.

Hoe maak je als promovendus/bijna doctor aanschouwelijk wat je bevindingen zijn na jaren van noeste arbeid? Kunstgeograaf Martin Zebracki kwam met het idee om tijdens zijn promotieplechtigheid de sociale sculptuur De Transparante Kerk van kunstenaar Frank Los op het Domplein neer te zetten.

Het opblaasbare kunstwerk, dat afgelopen voorjaar ook te bewonderen was op het Festival De Beschaving in de Botanische Tuinen, illustreert volgens Zebracki twee aspecten die hij in zijn proefschrift Public Artopia, Art in Public Space in Question aan de orde stelt.

Ten eerste gaat het daarbij om de belevingscomponent: hoe ondergaat het publiek een kunstwerk in de openbare ruimte? Maar Zebracki onderzocht ook de manier waarop beleidsmakers en -uitvoerders bij de inrichting van die openbare ruimte tegen kunst aankijken.

De promovendus stelt dat hij met het tijdelijke kunstwerk bovendien een statement wil maken tegen “de bureaucratische rompslomp” die het plaatsen van een kunstwerk met zich meeneemt en “de banaliteit in het huidige denken over kunst en cultuur”.

Het gaat mij niet alleen om het object zelf, maar ook om het hele proces dat we hebben moeten doorlopen voordat we toestemming kregen om een kunstwerk te mogen neerzetten. Een kunstwerk heeft voor mij toch een andere waarde dan een bank of een lantaarnpaal. Voor kunstwerken zouden gemeenten veel meer een beleid van laisser faire kunnen voeren. Tegelijkertijd is De Transparante Kerk een aanklacht tegen de tendens waarin kunstenaars steeds vaker als ondernemer moeten optreden en hun kunst als product moeten verkopen.

Martin Zebracki onderzocht in zijn proefschrift onder andere wat omwonenden vinden van het omstreden Rotterdamse beeld Santa Claus in relatie tot de plaats waar het kunstwerk staat. Het beeld dat in de volksmond Kabouter Buttplug is gaan heten vanwege het seksspeeltje dat de kerstman lijkt vast te houden, kwam in 2008 op instigatie van de ondernemersvereniging Nieuwe Binnenweg naar het Rotterdamse Eendrachtsplein.

Santa Claus in Rotterdam, fotograaf: Maria Șalaru

Vooral cultureel onderlegde bewoners die al wat langer in de buurt wonen, blijken waardering te hebben voor het kunstwerk van de Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy. Zebracki: “Die begrijpen ook dat het kunstwerk kritiek levert op de consumptiemaatschappij en daarom geplaatst is op de kruising tussen het Rotterdamse winkel- en museumgebied.”

Inmiddels lijkt er wat gewenning op te treden en is de heftigste kritiek verstomd, maar Zebracki merkt op dat sommige omwonenden helemaal niet zo goed snappen waarom juist dat ´Amerikaanse´ kunstwerk dat het wereldwijde consumentisme op de korrel neemt in hún buurt is geplaatst. Zij hebben verder ook niet veel met het beeld.

Martin Zebracki

Volgens de promovendus Zebracki wordt vaak te weinig geïnvesteerd in de betrokkenheid vanomwonenden bij het plaatsen van een kunstwerk in de publieke ruimte. “Die hebben dan het gevoel dat zo´n werk van bovenaf wordt geparachuteerd in hun buurt.”

Ook bij de tentoonstelling Air Pressure die bezoekers drie jaar geleden reusachtige opblaasbare kunstwerken van McCarthy in de Botanische Tuinen voorschotelde, schoot die communicatie volgens Zebracki tekort. De observaties die hij destijds deed maken geen onderdeel uit van zijn proefschrift, maar versterken wel zijn pleidooi.

Studenten en medewerkers waren overdonderd door de meer dan levensgrote inflatables van onder andere een varken zonder kop, een buttplug en een bruine drol. Als mensen echter niet op de hoogte waren van de codes die McCarthy gebruikt, verlieten ze vaak met een leeg gevoel de tentoonstelling. Ze begrepen niet dat met de beelden het consumentisme en de instant-bevrediging aan de kaak werden gesteld. Sommige collega´s die hoog in het Van Unnik uitkeken op al die beelden, vonden het maar geldverspilling. Bij dit soort projecten doet men er goed aan omwonenden en andere gebruikers van de ruimte al vanaf het begin een gevoel van betrokkenheid te geven.

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail