Mark Overmars: van wetenschapper naar gamesondernemer. Rechts de avatar die Overmars gebruikt op de website van zijn nieuwe bedrijf.

Games-hoogleraar verlaat UU en stort zich fulltime op startup

Body: 

Mark Overmars is de grondlegger van het succesvolle Utrechtse onderzoek en onderwijs in de gametechnologie. Binnenkort ruilt hij de UU in voor het bedrijfsleven. “Ik ben steeds meer entrepreneur geworden.”

Mark Overmars is de grondlegger van het succesvolle Utrechtse onderzoek en onderwijs in de gametechnologie. Binnenkort ruilt hij de UU in voor het bedrijfsleven. “Ik ben steeds meer entrepreneur geworden.”

“Het verhaal is nogal simpel”, zegt Mark Overmars (54) in een al behoorlijk opgeruimd kantoor in het Buys Ballotgebouw. “Het werd gewoon te veel en dan moet je keuzes maken.”

De hoogleraar Games en Virtuele Werelden leidt sinds kort de jonge startup Tingly Games. Overmars heeft grootse plannen om daarmee de markt van casual games voor vrouwen te veroveren. Die ambitie blijkt nu niet langer te verenigen met zijn werk bij de universiteit. “Ik ben hier hoofd van het departement. Dat is dan wel geen voltijds functie, maar je moet wel altijd klaar staan. Tegelijkertijd wordt er steeds meer aan me getrokken vanuit mijn bedrijf.”  

Deze zomer hakte Overmars de knoop door: hij zou de universiteit, waar hij 33 jaar lang studeerde en werkte, verlaten en zijn hoogleraarspost opgeven. “Uiteindelijk is het de vraag waar je het meeste energie uithaalt. En waar je het meest nodig bent. Bij Tingly Games ben ik verantwoordelijk voor de hele technologie, de UU draait wel door, ook zonder mij.”

Klapper
Als jonge gepromoveerde wiskundige was Overmars in de jaren tachtig al bezig met het ontwikkelen van software voor onder meer Atari-computers. “Ik vond programmeren leuk. Daar besteedde ik mijn vrije tijd aan, terwijl ik me aan de universiteit met fundamenteel onderzoek bezighield.”

Eind jaren negentig maakte Overmars een grote klapper met Gamemaker, een tool om eenvoudig spellen te ontwikkelen. Gamemaker stond aanvankelijk ergens op een universitaire website, maar werd steeds populairder. “Ik ging mensen om donaties vragen als tegemoetkoming voor de kosten die ik maakte. Tot mijn verbazing kreeg ik dat geld ook. Langzamerhand realiseerde ik me toen dat ik een bedrijf aan het runnen was. Het was nooit de bedoeling, maar het gebeurde. Vanaf die tijd ben ik een dag minder aan de universiteit gaan werken en me meer gaan richten op die bedrijfsmatige kant.”

Overmars verkocht Gamemaker aan het Britse YoYo-games en werd zelf mede-eigenaar van dat bedrijf. Net zoals hij mede-eigenaar werd van Qlvr, een bedrijf dat zich richt op educatieve en apps en games.

Nadat hij wegens gezondheidsproblemen drie jaar geleden even uit de running was, zette Overmars zijn fundamentele onderzoek (hij maakte onder andere naam met publicaties over pathfinding in de robotica) op een laag pitje. Hij nam vrijaf om zelf een game te ontwerpen en in de markt te zetten: Super Snake HD kwam in 2011 uit. “Ik vond het belangrijk om dat hele proces eens te ervaren.”

Na zijn terugkeer naar de universiteit, werd Overmars hoofd van het departement Informatica.  “Daarmee werd ik dus vooral een manager. Dat sturen en organiseren heb ik altijd leuk gevonden. Voor mij lag daar toen nog een mooie uitdaging aan de universiteit. Dat was het ook, maar nu kies ik voor iets anders.”

Ondernemer
Overmars concludeert: “Ik heb met veel plezier aan de UU gewerkt, maar ik ben de afgelopen jaren meer en meer een entrepreneur geworden. Dat ondernemerschap zit veel minder in het dna van de universiteit. En dat is ook goed. De universiteit staat voor innovatie op de lange termijn, die moet niet reageren op kortetermijnvragen. Mijn ervaring is overigens dat er in het bedrijfsleven heus wel begrip en waardering is voor die eigen rol van de wetenschap.”

De scheidend hoogleraar reageert ook lakoniek op de vraag of het voor de Universiteit Utrecht niet jammer is dat een hoogleraar met wortels in het bedrijfsleven vertrekt, nu zo veel nadruk wordt gelegd op valorisatie. “Ach, dat hele verhaal over wetenschappers die uit de ivoren torens moeten komen, herken ik niet zo. Ik zie hier alleen maar hoogleraren die connecties hebben met het bedrijfsleven. Bovendien vinden we in Nederland vaak dat er alleen maar sprake is van samenwerken wanneer er geld vanuit het bedrijfsleven komt. Als in de VS een student een afstudeerstage doet bij een bedrijf, meldt de universiteit op de website dat er een samenwerkingsverband is. En dat is feitelijk ook zo.”

Gamesstad
Overmars vertrekt op een moment dat het Utrechtse gamesonderzoek en onderwijs er heel goed voor staat. Het departement trok niet eerder zo veel studenten als dit jaar (190 Informatica-studenten waarvan 130 voor de gametechnologie-richting en 100 Informatiekundestudenten). Er worden binnenkort drie nieuwe hoogleraren aangesteld.

Hij is trots op het feit dat hij in minder dan 15 jaar tijd een geheel nieuwe en levendige wetenschappelijke discipline in Nederland uit de grond heeft gestampt. “In 2000 gaf ik mijn eerste college gamedesign”, herinnert hij zich. “Daar keek iedereen toen gek van op. Helemaal toen ik ook nog games als lesmateriaal wilde aanschaffen. Je moet je wel bedenken dat games in die tijd vooral geassocieerd werden met geweld en verslaving. Zoiets hoorde niet thuis aan een universiteit, vonden velen.”

Het moment waarmee hij het gamesonderzoek als serieuze wetenschap op de kaart zette, staat hem nog helder voor ogen. “In 2005 vroeg de rector of ik een lezing wilde houden tijdens een van de zogeheten kapittelavonden, bijeenkomsten van hoogleraren die destijds werden gehouden. Toen wist ik: nu gaat iedereen mij uitlachen en is het eind verhaal of dit is het begin van iets heel moois.”

De rest is geschiedenis. De UU knoopte samenwerkingsverbanden aan met TNO en de Hogeschool voor de Kunsten. Enkele jaren later werden er miljoenen subsidies binnengesleept in het kader van het zogeheten GATE-project dat zich richtte op gamesonderzoek. En Overmars en collega’s schreven mee aan de paragraaf over gamesonderzoek van de topsector creatieve industrie.

Utrecht wordt nu vaak bestempeld als dé gamesstad van Nederland. “Natuurlijk, ook in andere steden gebeurt van alles op het gebied van games”, zegt Overmars, “maar je ziet dat de vernieuwende dingen vaak in Utrecht gebeuren. Dat komt door het onderzoek aan de hogeschool en universiteit, maar bijvoorbeeld ook door de Dutch Game Garden op de Neude waar 40 jonge gamesbedrijven zijn gevestigd. Abbey Games is met de game REUS bijvoorbeeld een nieuwe grote belofte.”

Overmars gaat zijn universiteit missen. “Het is hier natuurlijk ook een soort familie. Er lopen hier mensen rond die ik al 30 jaar ken. Dat voelt vertrouwd.” Tegelijkertijd maakt hij duidelijk toch vooral vooruit te willen kijken. “Jammer dat ik nog niet mag zeggen wat we gaan doen. Als wetenschapper wil je iets vinden dat uniek is en wereldwijd ook als uniek herkend wordt. Dat heb ik als ondernemer ook. We denken met Tingly Games zoiets in handen te hebben.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail