Daniël den Brave, Dimphy van Erp en Rhea van der Dong: "Veel studenten denken dat een decaan een soort studieadviseur is."

Lakse studenten moeten hun eigen onderwijs belangrijk gaan vinden

Body: 

Veel klagen en mopperen over hun colleges en hun opleiding, maar zelf aan de zijlijn blijven staan. Daar zijn veel studenten erg goed in. Minister Bussemaker krijgt binnenkort te horen hoe een drietal Utrechtse studenten dat denkt te kunnen veranderen.

Veel klagen en mopperen over hun colleges en hun opleiding, maar zelf aan de zijlijn blijven staan. Daar zijn veel studenten erg goed in. Minister Bussemaker krijgt binnenkort te horen hoe een drietal Utrechtse studenten dat denkt te kunnen veranderen.

Je cursusevaluatie niet invullen en de verkiezingsfolder van de studentenpartij die "opkomt voor jouw belangen" terzijde schuiven. Maar wél in een NSE-onderzoek lage scores uitdelen als gevraagd wordt of de universiteit haar best doet om het onderwijs te verbeteren. Bij behoorlijk wat studenten gaat het zo.

Drie leden van de U-raad, Daniël den Brave, Rhea van der Dong en Dimphy van Erp, onderzochten het afgelopen jaar dat “consumentengedrag”. Zij spraken met tientallen studenten, docenten en bestuurders en pleiten nu voor een cultuuromslag. Studenten moeten zelf een steentje willen bijdragen aan het verbeteren van hun cursussen. Docenten en opleidingen moeten meer openstaan voor kritiek.

In een nota (pdf) komen ze met aanbevelingen zoals meer informeel overleg tussen studenten en docenten en tussentijdse evaluaties tijdens cursussen (zie ook kader).

Het ministerie in Den Haag heeft belangstelling voor de ideeën. Begin juli mogen de drie studenten minister Jet Bussemaker vertellen hoe studenten meer betrokken kunnen worden bij hun eigen onderwijs. Eerder deze maand spraken ze in Utrecht al met ambtenaren, beleidsmedewerkers van de vereniging van universiteiten (VSNU) en vertegenwoordigers van de studentenbonden over hun plannen. DUB interviewde Rhea en Dimphy.

Willen jullie eigenlijk niet gewoon dat iedereen net zoals jullie wordt: bestuurlijk actieve studenten?
Rhea: “Stiekem zeggen we wel eens tegen elkaar dat we elke student een jaartje U-raad zouden gunnen. Je gaat zó anders naar je onderwijs en naar je universiteit kijken als je er zelf over mee mag praten. Het wordt er echt een stuk leuker op. Maar ik snap heus wel dat niet iedereen daar zin in heeft of tijd voor heeft.”

Dimphy: “Faculteitsraden en opleidingscommissies blijven natuurlijk belangrijk, maar daarnaast is er meer aandacht nodig voor informele, laagdrempelige, mogelijkheden voor studenten om hun stem te laten horen. Een studentenpanel dat een cursus nabespreekt, tussentijdse evaluaties gedurende de cursus, tentamenborrels, een jaarlijkse onderwijsdag.”

Veel opleidingen hebben dat toch al?
Dimphy: “Voor een deel wel. Bij Diergeneeskunde zijn er jaarvertegenwoordigingen en houdt de onderwijsdirecteur pizza-overleggen met studenten. Maar vaak gaat het om individuele of adhoc-initiatieven die niet zijn geïnstitutionaliseerd. Wij willen dat opleidingen bewust en structureel dat soort contactmomenten gaat inbouwen. Veel studenten vertellen ons dat ze geen idee hebben waar en wanneer ze hun mening kunnen laten horen. Of ze zeggen dat het toch geen zin heeft om kritiek te leveren, omdat ze nog nooit gehoord hebben dat daar ook iets mee gebeurd.”

Rhea: “Het gaat ons er dus om dat studenten vanuit hun opleiding geprikkeld worden mee te doen en mee te denken. De afstand tussen universiteit en student is ook te groot. Dat is jammer en leidt tot ongeïnteresseerdheid. Veel studenten denken dat een decaan – net als op de middelbare school - een soort studieadviseur is. Zelf wist ik tot voor kort niet dat hier nog een levende Nobelprijswinnaar rondloopt. Waarom niet een keer met alle eerstejaars naar het Academiegebouw om de geschiedenis van de universiteit te vertellen?”

Wat is er eigenlijk mis mee dat studenten zich vooral op de eigen studie richten? Misschien hebben ze het wel heel druk met andere belangrijke zaken.
Rhea: “Ik vind dat je van studenten best mag verwachten dat ze verantwoordelijkheid voelen en nemen voor hun cursus of hun opleiding. Dat hoort óók bij academische vorming.”

Dimphy: “Het onderwijs wordt er ook gewoon beter van als studenten meepraten over wat er goed en fout gaat. Dan kun je denken: daar heb ik zelf niets meer aan. Maar je kunt ook denken: daardoor krijgt mijn diploma meer waarde.”

Jullie aanbevelingen worden nu als een vrijblijvend advies naar opleidings- en onderwijsdirecteuren gestuurd. Dat belooft weinig goeds.
Rhea: “Dat is inderdaad gevaarlijk, zeker gezien de grote werkdruk die veel docenten voelen. Maar er is goed naar ons geluisterd toen we tijdens een universitaire conferentie met onderwijsdirecteuren onze plannen toelichtten. De reacties waren positief. In september moeten ze aan ons en aan het College van Bestuur laten zien wat ze met onze voorstellen gaan doen. Het ergste zou zijn dat iedereen het goed plan vindt en er vervolgens niets mee doet. Daarom denken we nu ook over ‘ambassadeurs’: een groepje studenten en docenten dat met onze aanbevelingen de universiteit ingaat.”

Het universiteitsbestuur zit de opleidingen waarschijnlijk wel achter de broek. Tevreden studenten is een belangrijke voorwaarde als universiteiten in de toekomst zelf de kwaliteit van het eigen onderwijs willen beoordelen. En dat willen universiteiten graag.
Rhea: “Wij zijn dit project nooit om die reden begonnen, maar het kan misschien helpen. We merken in ieder geval aan alles dat het onderwerp erg leeft, ook bij politici en de minister. Maar dat komt misschien ook voort uit de aandacht voor het belang van Bildung aan universiteiten en de kritiek op het rendementsdenken vanuit actiegroepen. Wij hopen in ieder geval dat die cultuuromslag waar wij voor pleiten er ook echt gaat komen in de komende jaren.”

Dimphy, Rhea en Daniël schreven voor het tijdschrift HO Management een artikel over hun rapport. Lees het hier.

Enkele aanbevelingen:

Een studentenpanel dat na elk blok gevolgde cursussen bespreekt. 

Tussentijdse evaluaties die docenten de mogelijkheid bieden hun lesstof nog tijdens het collegeblok aan te passen. 

Vormen van informeel overleg waarbij studenten in gesprek gaan met docenten of met de opleiding, zoals after tentamen-borrels.

Een onderwijsparlement dat twee tot vier keer per jaar meepraat over zaken die de hele studie aangaan. 

Een onderwijsdag voor elke opleiding over een specifiek prikkelend thema.

Facebook Twitter Whatsapp Mail