Ook instellingen met keurmerk krijgen veel ‘gele kaarten’

Body: 

Hogescholen en universiteiten die een keurmerk hebben waaruit blijkt dat ze hun onderwijs goed controleren, doen dat niet beter dan instellingen zonder dat keurmerk. Net zoveel van hun opleidingen komen niet in één keer door de keuring.

Hogescholen en universiteiten die een keurmerk hebben waaruit blijkt dat ze hun onderwijs goed controleren, doen dat niet beter dan instellingen zonder dat keurmerk. Net zoveel van hun opleidingen komen niet in één keer door de keuring.

De zogeheten instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) van onderwijskeurmeester NVAO waar de Universiteit Utrecht ook aan meedoet, werpt nog weinig vruchten af. Instellingen die ervoor slaagden, krijgen samen evenveel ‘gele kaarten’ voor hun opleidingen als andere instellingen. Het is de opvallendste conclusie uit een vandaag gepresenteerde analyse van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie over het stelsel van onderwijskeuringen dat in 2011 van start ging.

Het is koren op de molen van de tegenstanders van een nieuw, uitgebreider stelsel van instellingsaccreditatie waarmee nu in Vlaanderen wordt geëxperimenteerd. Daarin mogen geaccrediteerde instellingen hun eigen opleidingen keuren en verdwijnt dus de externe opleidingskeuring door de NVAO.

Ook de Nederlandse universiteiten voelen daar veel voor, bleek uit een deze maand gepubliceerd rapport waaraan behalve de universiteiten en hogescholen ook het ministerie van Onderwijs, de NVAO, de Onderwijsinspectie en de studentenbonden hebben meegewerkt. Maar de hogescholen willen de opleidingsaccreditaties voorlopig niet kwijt en zijn alleen voorstander van een beperkt experiment.

Volgens NVAO-voorzitter Anne Flierman werkt de huidige keuring goed en blijkt deze prima in staat om zeer uiteenlopende opleidingen te beoordelen. Een van de pluspunten van de instellingstoets kwaliteitszorg is volgens hem dat universiteiten en hogescholen daarvoor moeten aantonen dat ze in staat zijn om de kwaliteit van hun onderwijs te waarborgen. “Al blijkt uit de analyse dat er nog wel wat verbeterd kan worden, want anders zouden we minder herstelperiodes bij sommige van deze  instellingen hebben gezien.”

Er zijn volgens Flierman best goede argumenten voor een verschuiving naar het door de universiteiten bepleite stelsel van instellingsaccreditatie: “De besturen worden dan veel meer dan nu zelf eigenaar van hun onderwijs. Nu kunnen ze een zwakke opleiding tot de orde roepen door naar een negatief NVAO-besluit te verwijzen. Maar in zo’n nieuw stelsel moeten ze hun opleidingen zelf controleren en tijdig signaleren als er een kwaliteitsprobleem is.”

Tot een vermindering van de bureaucratische lasten zal dit niet leiden: “Wie denkt dat daarmee de workload drastisch omlaag zal gaat, vergist zich. Het zal in mijn ogen nog duidelijker zijn dat het CvB verantwoordelijk is, en dat levert ook op dat niveau ongetwijfeld extra werk en druk op.”

Tot eind 2014 kwamen vijftig universitaire opleidingen (6,5 procent) niet in een keer door de keuring tegen 41 hbo-opleidingen (7,2 procent). Deze opleidingen kregen één tot twee jaar de tijd om orde op zaken te stellen en zich opnieuw te laten keuren.

De 34 hogescholen en universiteiten die de afgelopen drie jaar slaagden voor de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) – en daarmee aantoonden dat ze hun eigen kwaliteitscontrole op orde hebben – namen desondanks de helft van de uitgedeelde gele kaarten voor hun rekening.

Facebook Twitter Whatsapp Mail