QS: Utrecht stabiel op plaats 80 in wereldwijde top

Body: 

De Universiteit Utrecht stijgt één plaatsje in de QS-ranking en is na Amsterdam en Leiden de  derde Nederlandse universiteit in de lijst. De Universiteit van Amsterdam zit bij de beste vijftig van de wereld.

De Universiteit Utrecht stijgt één plaatsje in de QS-ranking en is na Amsterdam en Leiden de  derde Nederlandse universiteit in de lijst. De Universiteit van Amsterdam zit bij de beste vijftig van de wereld.

Net als in andere wereldwijde ranglijsten doen de Nederlandse universiteiten het goed in de nieuwe vergelijking van het onderzoeksbureau QS. Zes halen de top honderd en nog eens vijf horen bij de beste tweehonderd. De UvA is de eerste Nederlandse universiteit die in de top 50 staat.

In deze ranking staat ook per universiteit aangegeven waarop de beoordeling is gebaseerd. Utrecht scoort bijvoorbeeld goed op het gebied van academische reputatie en citaties per faculteit. Een heel lage score haalt de universiteit op het gebied van internationalisering. Vakgebieden als Life Sciences en Art & Humanities doen het uitstekend, Engineering & Tecnology staat minder hoog aangeschreven.

In andere algemene rankings staat de beste Nederlandse universiteit meestal een stukje lager. Daarover laaide onlangs een discussie op: Rathenau-onderzoeker Barend van der Meulen vroeg zich af waarom Nederlandse universiteiten niet door het “glazen plafond” van plaats vijftig braken. Hij pleitte voor “echte veranderingen” om één of twee Nederlandse topuniversiteiten te krijgen.

Op nummer één in de QS-ranking staat het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT), waarna twee Britse universiteiten volgen: Cambridge en Imperial College London.

QS is het onderzoeksbureau waarmee het Britse onderwijstijdschrift Times Higher Education tot 2010 samenwerkte voor zijn gerenommeerde THE-ranking. Na onenigheid over de methodologie gingen ze ieder hun eigen weg.

QS verschijnt steeds net iets eerder dan de THE-ranking, die in oktober wordt gepubliceerd. De QS-ranglijst berust voor veertig procent op de reputatie van instellingen onder bijna 64 duizend wetenschappers in de afgelopen drie jaar. Verder weegt de reputatie onder werkgevers mee, evenals de hoeveelheid studenten per docent, de publicaties van onderzoekers en de hoeveelheid buitenlandse studenten en medewerkers.

De ranking is niet onomstreden, omdat wetenschappers betaald zouden krijgen voor het invullen van de enquête.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail