Universiteiten prijzen hun eigen onderwijs

Natuurlijk klagen de universiteiten bij de opening van het academisch jaar over geldgebrek. Maar tot grote problemen leidt het krappe budget kennelijk nog niet: stuk voor stuk prijzen ze hun eigen onderwijs.

In vrijwel iedere toespraak legden de onderwijsbestuurders gisteren uit dat universiteiten zich sterker van elkaar moeten onderscheiden en hun onderwijs gaan verbeteren. Daarover maken ze graag afspraken met het ministerie van OCW.

“De TU Eindhoven is een universiteit, en geen onderzoeksinstituut”, zei rector Hans van Duijn. “We zijn er in de eerste plaats om jongeren onderwijs te geven. Onderzoek is daarvoor nodig. Dat is de volgorde: we doen veel onderzoek, maar dat staat in dienst van ons onderwijs.”

Zeven jaar geleden, toen hij rector werd, was dat nog niet helemaal tot hem doorgedrongen, zei hij erbij, waarna hij de loftrompet stak over het nieuwe onderwijsprogramma van de TU. De Eindhovense studenten krijgen voortaan niet alleen exacte vakken, maar ook ethiek en geschiedenis.

In Rotterdam stond rector Henk Schmidt eerst even stil bij de wetenschapsfraude aan zijn universiteit, die vlak voor de zomervakantie naar buiten kwam. In Rotterdam moeten voortaan alle ruwe data centraal worden opgeslagen en de universiteit gaat steekproeven nemen om de integriteit van haar wetenschappers in de gaten te houden, kondigde hij aan.

Maar volgens hem was er ook goed nieuws over een omstreden proef met het onderwijs in het propedeusejaar. Studenten van de faculteit sociale wetenschappen moesten al hun studiepunten in één jaar halen en kregen minder herkansingen, maar daar staat tegenover dat ze onvoldoendes mochten ophalen met een hoger cijfer voor een ander vak. Veel meer studenten blijken nu in één keer hun propedeuse te halen. Hoeveel onvoldoendes ze moesten compenseren, vertelt hij er niet bij. Volgens een woordvoerder was dat nog niet bekend.

De Utrechtse collegevoorzitter Yvonne van Rooy had staatssecretaris Halbe Zijlstra te gast en was daarom misschien extra duidelijk in haar lof voor de prestatieafspraken: “Wij hebben goede prestatieafspraken kunnen maken. Afspraken die prima passen bij onze eigen ambities zoals de zwaartepuntvorming in het onderzoek, de verdere verhoging van het studiesucces en de uitbouw van kennisvalorisatie”, aldus Van Rooy. Trots kondigde ze aan dat elke faculteit een honourscollege met een verplichte buitenverblijf zal krijgen voor de beste studenten.

Zo ging het in het hele land. De rector van Leiden, Paul van der Heijden, was tevreden dat zijn universiteit aantrekkelijk bleef voor studenten, onder meer door “hoogwaardige nieuwe opleidingen”, maar tegelijkertijd was hij bedroefd dat de overheid “geen boter bij de vis” gaf. In Delft zag TU-voorzitter Dirk Jan van den Berg grote kansen in afstandsonderwijs (e-learning) en de samenwerking met andere universiteiten, maar hij vroeg de overheid ook om extra geld. De Universiteit Maastricht noemt zichzelf nog altijd ‘leading in learning’, voorzitter Martin Paul prees de rol van zijn universiteit in de regio, maar was wel bang dat Nederland de “race om de beste hersenen” ging verliezen van landen die meer investeren in het hoger onderwijs.

De meeste commotie was aan de Vrije Universiteit, waar medewerkers uit protest tegen forse bezuinigingen een alternatieve opening hadden georganiseerd. Het bestuur betreurde dat. “Onze studenten stellen hoge eisen aan onderwijs en hebben geen baat bij het handhaven van structuren, onderwijsvormen en faciliteiten die niet meer aansluiten op hun wereld”, aldus René Smit, voorzitter van het college van bestuur.

Advertentie