UU: meer dan 40 procent wetenschappers werkt met tijdelijk contract

Body: 

Meer en meer docenten en onderzoekers werken zonder vast contract aan de universiteit. In Utrecht is bijna 43 procent van het wetenschappelijke personeel in tijdelijke dienst. En dat wordt ieder jaar meer.

Meer en meer docenten en onderzoekers werken zonder vast contract aan de universiteit. In Utrecht is bijna 43 procent van het wetenschappelijke personeel in tijdelijke dienst. En dat wordt ieder jaar meer.

De zwervende wetenschappers zijn in opkomst. Nomaden die van universiteit naar universiteit hoppen en tijdelijke contracten aan elkaar vastknopen. Deze ‘scholar gypsies’ maken een steeds groter deel van het personeelsbestand van universiteiten uit.

In 2005 was nog ‘slechts’ 32,5 procent van het wetenschappelijke personeel flexwerker. Vandaag de dag is dat ruim 40 procent. In Utrecht is het flexcohort nog groter: 42,6 procent. En dan laten we de duizenden Utrechtse promovendi in deze berekening nog buiten beschouwing. Zij hebben immers per definitie een tijdelijk contract. Reken je promovendi wel mee, dan kom je uit op een flexdeel van 60 procent.

De flexibilisering van arbeidscontracten is volgens universiteiten het gevolg van meer onzekerheid in financiering. Onderzoek wordt steeds meer van buitenaf gefinancierd, en projecten hebben een beperkte looptijd. Daardoor zijn universiteiten zuiniger in het aanbieden van langetermijncontracten.

Gevolg: buiten de hoogleraren en docenten in vaste dienst is er een grote groep (jonge) wetenschappers die strijden om tijdelijke baantjes. Voordeel van deze flexibiliteit is dat grote talenten vrij gemakkelijk aan de bak komen. Nadeel is de slechte arbeidspositie die jonge wetenschappers hebben, en het feit dat velen van hen nooit aan een vaste baan geraken en gedesillusioneerd de wetenschap verlaten. Vakbond VAWO luidde onlangs in de Volkskrant nog de noodklok over de in hun ogen doorgeslagen flexibilisering aan universiteiten.

Het is niet alleen de VAWO die aan de bel trekt. Wiljan van den Akker, tot voor kort decaan van de faculteit Geesteswetenschappen, zei vorige week tegen DUB dat het aandeel tijdelijk personeel te hoog is. Hij hoopt en verwacht dat - gezien de universitaire financiële overschotten - er nu ruimte is om meer vast personeel aan te nemen.

Het percentage flexibele contracten is in Utrecht erg hoog in de functiecategorie OWP (Overig Wetenschappelijk Personeel). Onder meer postdocs en judo’s (junior docenten) zitten in die categorie.

Het flexdeel is niet bij elke universiteit even groot. De TU Eindhoven spant de kroon en is met 52,6 procent tijdelijk personeel de flexkampioen van Nederland. De UvA heeft dan weer relatief veel vast personeel: 66,3 procent vast tegenover 33,7 procent tijdelijk.

Morgen lees je op DUB wat het DUB-panel vindt van de flexibilisering van de contracten. Is er sprake van een doorgeschoten flexibilisering aan universiteiten? En als het moet veranderen: hoe dan?

Facebook Twitter Whatsapp Mail