Bestuurders, een beetje zelfreflectie kan soms ook geen kwaad

Body: 

Het is goed dat rector Henk Kummeling oog heeft voor studentenwelzijn, vindt Universiteitsraadslid Floris Boudens. Maar hij vindt dat het bestuur te veel bezig is met het beteugelen van de beeldvorming en wel wat meer aandacht zou mogen hebben voor het doorbreken van het taboe op excellentie en het tijdig signaleren en voorkomen van problemen bij studenten.

“Wat gaat het college er aan doen om het studentenwelzijn te verbeteren?,” zo ongeveer luidde een van de meest indringende vragen die door de Universiteitsraad de afgelopen maand aan het College van Bestuur werd gesteld. Dat schrijft rector Henk Kummeling in zijn blog over studentenwelzijn op DUB. We zijn inmiddels vertrouwd met de antwoorden. Och dat is een landelijk probleem, een maatschappelijk fenomeen, er wordt aan gewerkt, er is een taskforce, er komt een welzijnsweek.

Met een kluitje in het riet gestuurd worden
Dat alles wordt in de media met veel trots verkondigd, maar klinkt mooier dan het is. Hoewel iets als een welzijnsweek in belangrijke mate bijdraagt aan awareness lost het in de kern geen problemen op. We zien nog steeds veel studenten omvallen. Iedereen kent wel een student met ernstige mentale problemen; onze generatie is opvallend vaak opgebrand nog voordat wij een start hebben gemaakt op de arbeidsmarkt. Dat is Meneer de Rector en zijn generatie bespaard gebleven. Zolang daar in de kern niets aan verandert, zal de Universiteitsraad dat blijven bevragen, de Gemeenteraad en Tweede Kamer met hen.

Studenten een tikje minder
De rector en ik zijn het overigens op een aantal punten eens. Soms maken studenten het zichzelf moeilijker dan het hoeft te zijn. Ik kijk naar een fenomeen als een ‘constitutieborrel’ met een mengeling van onbegrip en ongerustheid. Of, waarom als bestuurder kantoorurenlang waken over de verenigingskamer? Waarom stressen over een loopbaanperspectief als onderzoek aantoont dat u meer zal verdienen dan een leeftijdsgenoot zonder diploma? Waarom op een ALV dubbel zoveel tijd besteden aan een verenigingsbegroting dan de Universiteitsraad krijgt om de universitaire begroting te bevragen? Een simplificatie van het studentenleven kan, in potentie, bijdragen aan een verbeterd studentenwelzijn.

Hand in eigen boezem
Maar wat enorm storend is aan hoe mensen in het bestuursgebouw met welzijnsvraagstukken omgaan, is dat niemand in staat lijkt om de hand in eigen boezem te steken. Men schijnt daadwerkelijk te denken dat de universiteit alles al perfect aanpakt. Extra investeren? We hebben een taskforce dat de mogelijkheden onderzoekt. Studenten geven aan hun contact met tutoren en studieadviseurs onpersoonlijk te vinden? Het college heeft er het volste vertrouwen in dat begeleiders daar goed mee omgaan. Zo komen we natuurlijk nergens…

Actieplan
In het actieplan dat de rector aanhaalt in zijn blog staan een aantal handvaten om studentenwelzijn te verbeteren waaronder awareness (waar inderdaad aan gewerkt wordt), doorbreken van taboes, vroegsignalering en preventie. Als het op de laatste drie aankomt praten het college en de raad langs elkaar heen. Toch lijkt een intensivering van de inzet van het college hoognodig. Dus, wat kan het college doen?

Allereerst erkennen dat de universiteit in belangrijke mate bijdraagt aan de prestatiedruk waar de rector over schrijft. Een vak niet halen is een financiële en mentale ramp van formaat geworden, mede doordat het college de herkansingsmogelijkheden heeft beperkt. Het excellentiebeleid dat gevoerd is heeft geresulteerd in legio mogelijkheden om mee te concurreren. Honoursprogramma’s, verenigingen, vrijwilligerswerk voor de universiteit of het helaas nog weinig populaire ‘community service learning’. Deze zaken worden niet curriculair maar extra curriculair aangeboden, allemaal naast de gebruikelijke 40-uur studie dus. Dit alles mag voortaan in twee talen. Nominaal afstuderen met een bijbaan ernaast is de norm geworden. Face it. De universiteit draagt bij aan prestatiedruk en stress, en dat is niet erg. Maar erken dat, draai er niet om heen. Zodoende blijft het taboe in stand.

Ten tweede moeten we erkennen dat de universiteit niet uitblinkt in het vroegsignaleren van mentale problematiek. We vangen vooral studenten op als zij het even niet meer aankunnen. Ook belangrijk; met name van de studentenpsycholoog heb ik een hoge pet op. Het zou natuurlijk nog mooier zijn als het niet zo ver komt. Wie stelt af en toe de vraag: ‘hoe gaat het met je?’, en kan doorverwijzen als dat nodig is? De tutor. Het komt te vaak voor dat een student helemaal geen tutor heeft. Dat kan echt niet. Zij zijn het meest laagdrempelige en persoonlijke aanspreekpunt en als zodanig een essentieel onderdeel van preventie. Daar hoor ik de rector en het taskforce met geen woord over, ook niet na ‘indringende vragen’.

Ten derde moeten we de verschillen tussen de faculteiten begrijpen. De lasten en hulpbronnen verschillen sterk naar facultaire context. Een geneeskundige heeft, vanuit het studieprogramma, andere lasten dan een rechtenstudent. Tijdens de zomer doorwerken, confrontatie met de dood, lange praktijkuren. Aan de andere kant zijn er voor geneeskundigen meer hulpbronnen beschikbaar. Door de financiële ruimte in de faculteit is er genoeg geld om een sterk tutoraat neer te zetten. Die ruimte bestaat in de binnenstad niet en daarom zien we dat daar de begeleiding stagneert of zelf word wegbezuinigd. We staan, als maatschappij zo u wilt, toe dat een diergeneeskundige met een depressie veel meer kans maakt op vroegsignalering en herstel dan een kunsthistoricus. Zo kan niet iedereen het beste uit zichzelf halen, en dat kan niet.

Zelfreflectie
Al met al zitten college en de raad niet bepaald op één lijn. Het college lijkt eerder gefixeerd op het beteugelen van de beeldvorming in plaats van het eigenlijke probleem. De essentie van de column van de rector was dat hij in hele beperkte mate invloed zou hebben op het mentaal welzijn van studenten.

De essentie van dit stuk is: daarin onderschat het college zichzelf. Er zijn genoeg beleidsmaatregelen die indirect invloed hebben op welzijn en werkdruk. Er zijn verbeterslagen te halen in termen van taboes doorbreken, vroegsignalering en preventie. Er zijn knelpunten in de begeleidingsketen te identificeren. De Universiteitsraad heeft deze signalen al eerder aan de man gebracht, en hoopt dat het bestuur dat niet opnieuw naast zich neer zal leggen. Dus, bestuurders, zet uw beste beentje voor, en ik zou zelf willen zeggen: een beetje zelfreflectie kan soms ook geen kwaad.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail