Deze noodtoestand laat zien hoe studenten altijd al benadeeld werden

Body: 

Zonder dat studenten daarover mee mogen praten, wordt besloten wat de oplossing is voor hun moeilijke financiële situatie. Nog meer lenen. Dat is volgens student Geschiedenis en Filosofie Marin Kuijt tekenend voor de manier waarop universiteiten worden bestuurd en er over universitair onderwijs wordt gedacht.

Veel studenten komen in de problemen door het sluiten van de horeca en andere plekken waar ze werken. De daling van inkomsten is door de overheid en universiteiten beantwoord met een verhoging van het bedrag dat studenten kunnen lenen, in plaats van met het kwijtschelden van collegegeld.

Terwijl menig bedrijf kan rekenen op een barmhartige overheid, wacht de student enkel meer schulden. Dit is een schande, maar het viel ook te verwachten. In de nood- en uitzonderingstoestand wordt de student bestuurd en bevindt die zich in een precaire financiële situatie – iets wat voor de student  in de normale situatie in potentie altijd al zo is.

De idiotie van de huidige situatie, waarin lasten voor bedrijven wél, maar voor studenten niet opgeschort kunnen worden door de overheid, hebben verschillende politieke jongerenorganisaties ook al opgemerkt. Zij willen echter de kwetsbare situatie van de student nu niet verbinden aan de normale werking van het universitaire bedrijf.

Deze ‘politici’ worden geplaagd door een misvatting die rest van de studenten niet mag hinderen in hun denken over het gedwongen maken van extra schulden: het idee dat de corona-noodtoestand niets met het normale functioneren van de universiteit te maken zou hebben.

In werkelijkheid is het andersom: de uitzondering onderschrijft de normaliteit. Zoals de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben opmerkt over de uitzonderingstoestand: “The suspension of the norm does not mean its abolition, and the zone of anomie that it establishes is not (or at least claims not to be) unrelated to the juridical order.”

De noodtoestand van vandaag zegt dus veel over het normale functioneren van het universitaire stelsel. Twee inzichten dringen zich acuut vanuit de uitzondering op.

In de eerste plaats wordt de student nu in extreme mate bestuurd. De universiteit en het gros van de faciliteiten zijn gesloten voor studenten, zonder dat studenten mee konden praten over deze verkleining van hun leefwereld. Natuurlijk moet er in tijden van crisis snel en kordaat worden opgetreden, maar de vraag is wie er mag optreden.

Dat studenten hierbij nauwelijks betrokken waren, is een gevolg van de top-down structuur van de universitaire wereld. In de normale situatie is de student al bestuurbaar en geen burger in de academische gemeenschap, en in tijden van crisis verergert dat alleen maar. Dat er nu sprake is van het opschorten van de verkiezing voor medezeggenschapsorganen vanwege de coronacrisis past binnen deze trend.

Ten tweede wordt de precaire economische basis van het studentenleven duidelijk. Studenten moeten met een combinatie van bijbaantjes en lenen hun hoofd boven water houden en het collegegeld betalen. Nu in de crisis veel bijbaantjes ophouden te bestaan is de student kwetsbaar. De oplossing van de overheid is even simpel als pijnlijk: studenten kunnen meer schulden maken.

Ook deze noodmaatregel komt voort uit de normaliteit. De student is al steeds meer zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn/haar opleiding sinds het afschaffen van de basisbeurs. Deze individuele verantwoordelijkheid is een gevolg van een neoliberale marktlogica waarin de kosten van een publiek goed, zoals onderwijs, worden overgeheveld naar het individu. In deze crisis vindt deze neoliberale tendens helaas een nieuw hoogtepunt.

In de coronacrisis komen de economische en bestuurlijke realiteit van het studentenleven pijnlijk samen; er wordt voor studenten besloten dat ze zich extra in de schulden moeten steken. Zo komt in de uitzonderingstoestand het normale op verergerde wijze bovendrijven. We moeten de nijpende financiële problematiek van studenten wél koppelen aan het verdwijnen van de basisbeurs en de structuur van de universiteit.

Het zou natuurlijk een stap in de goede richting zijn als de UU geen collegegeld meer wenst te innen van studenten die in de problemen zitten. Maar studenten moeten juist ook nu mee kunnen beslissen over de noodmatregelen, zodat ze straks burgers in de academische gemeenschap kunnen zijn, in plaats van bestuurbare economische eenheden. Het is daarom van groot belang dat de verkiezingen doorgaan!

 

 


[1] https://dub.uu.nl/nl/nieuws/vergeet-de-studenten-niet-zeggen-politieke-j...

Facebook Twitter Whatsapp Mail