Foto: Ivar Pel

‘Liever een bevlogen docent, dan een hoogleraar die een verplicht lesje geeft’

Body: 

Acht Teaching Fellows hebben twee jaar de tijd om een aspect van het onderwijs in zijn of haar faculteit te verbeteren. DUB laat de acht aan het woord en vraagt: wat heb jij over twee jaar bereikt? Vandaag deel 1 met Milieu-Econoom Frank van der Salm: “Veel ontevredenheid en uitval komt denk ik door een gebrekkige vorm van communicatie.

Acht Teaching Fellows hebben twee jaar de tijd om een aspect van het onderwijs in zijn of haar faculteit te verbeteren. DUB laat de acht aan het woord en vraagt: wat heb jij over twee jaar bereikt? Vandaag deel 1 met Milieu-Econoom Frank van der Salm: “Veel ontevredenheid en uitval komt denk ik door een gebrekkige vorm van communicatie.

CV Frank van der Salm

Naam: Frank van der Salm (41)
Middelbare school: atheneum bèta
Favoriete schoolvak: biologie (maar ik ben geen biologie gaan studeren, omdat ik dacht dat je daarmee alleen docent kon worden)
Studie: Eerst werktuigbouwkunde, maar daarna ben ik overgestapt naar Ontwikkelingseconomie aan de Universiteit van Tilburg
Huidige functie: bachelor coördinator sinds 1 september 2011, docent Milieu-Economie, doet onderzoek naar studenttevredenheid en onderwijskwaliteit in de Rebo-faculteit
Sociale Media: Vanwege tijdgebrek zit ik alleen op LinkedIn 

Frank van der Salm hoorde vlak voor de zomervakantie dat hij was voorgedragen als Teaching Fellow door de Rebo-faculteit. In september is hij begonnen met het project studententevredenheid en onderwijskwaliteit bij zijn faculteit. Een onderwerp dat op dit moment grote prioriteit heeft in de faculteit en waarvoor collega's het afgelopen jaar al het nodige werk hebben verricht. Ongeveer één dag per week heeft hij om zich aan zijn project te wijden.

Wat ga jij aan het werk van je collega's toevoegen?
"Zoals iedereen wel weet scoort Bestuurs- en Organisatiewetenschap altijd heel goed in de Nationale Studenten Enquête, terwijl Rechten en Economie het minder goed doen. Mijn collega Caro Bliekendaal was al bezig met het inventariseren van de punten van de faculteit die door de studenten slecht werden beoordeeld. Nu worden allerlei voorstellen gedaan om zaken te verbeteren. Dat bracht me op het idee om eens wat verder te kijken. De universiteit verzamelt graag allerlei gegevens, houdt veel enquêtes, doet onderzoekjes en komt ook vaak met plannen die vervolgens niet worden uitgevoerd. Er is een stapel aan data. Daar wil ik mee aan de slag. Ik ga niet opnieuw inventariseren en enquêtes houden."

Wat ga je precies doen?
"Wat ik precies ga doen, is natuurlijk afhankelijk van wat ik vind. Aan veel uitkomsten worden door de universiteit conclusies gehangen waarvan ik me afvraag of ze wel kloppen. Het zijn veelal aannames die een eigen leven zijn gaan leiden. Ik wil naar de verzamelde data kijken en daar iets concreets mee doen als het gaat om de studenttevredenheid op onderwijskundig vlak."

Kun je een voorbeeld geven?
"Er is onderzocht dat vwo’ers die zich pas op het laatste moment inschrijven voor een opleiding, relatief het vaakst afvallen. Van hen wordt gezegd dat ze niet gemotiveerd zijn: een aanname. Wat klopt daarvan? Onze studenten komen bijvoorbeeld meestal uit het profiel economie en maatschappij. Ze kiezen voor economie, omdat ze dat wel een leuk vak vonden op de middelbare school. Maar hoe gemotiveerd hebben ze dat profiel gekozen? Scholieren die één van de andere drie profielen hebben gevolgd, komen meestal gemotiveerder van school af. Zij hebben al een keuze gemaakt voor techniek, gezondheid of cultuur. Wie niets heeft met cultuur of exacte vakken, kan alleen economie en maatschappij kiezen. Wie economie een leuk vak vindt, komt bij ons terecht. Ligt het dan aan hun motivatie als ze uitvallen of ligt het misschien aan ons onderwijs?"

Wat wil je doen op het gebied van de onderwijskwaliteit?
"De kwaliteit van het onderwijs of de manier waarop onderwijs gegeven wordt, kan een reden zijn waarom studenten uitvallen. Om een voorbeeld te geven: een deel van de economiestudenten komt met onvoldoende kennis van wiskunde binnen. Zij moeten daarom aan het begin van het jaar een entreetoets doen. Zeventig procent zakt hiervoor. De studenten worden daarna op niveau in wiskundewerkgroepen verdeeld. Ze worden uitgebreid begeleid. Maar van de 560 studenten die er mee beginnen, doen slechts 380 mee aan het eindtentamen. Van hen slaagt vervolgens 60 tot 70 procent. Degenen die volhouden doen het dus heel aardig, maar er is een grote groep die de eindstreep niet eens haalt. Wat gaat er mis? Is de onderwijsmethode niet goed? Waarom komen sommige studenten niet opdagen? Het zijn vragen die ik graag beantwoord zie en waar ik dan vervolgens iets mee wil doen."

Wat hoop je over twee jaar bereikt te hebben?
"Veel ontevredenheid en uitval komt denk ik door een gebrekkige vorm van communicatie. Die moet over twee jaar beter zijn. Studenten moeten aan het begin van hun studie weten wat er van hen wordt verwacht en wat zij van de opleiding mogen verwachten. Misschien dat een docent tijdens het eerste college de studenten precies moet vertellen wat het doel is van het vak, wat ze na afloop allemaal moeten weten, welk belang het vak heeft voor de rest van de opleiding en wat je er in de praktijk mee kan. Studenten weten dan waar ze aan toe zijn.
"De opleiding moet beter leren luisteren. Een goed voorbeeld? De studenten vragen vaak in het kader van arbeidsmarktoriëntatie om colleges te krijgen van iemand uit de praktijk. Wij vroegen iemand van het CBS om een gastcollege te geven. Maar de studenten zagen in hem gewoon wéér een statisticus. Dat was dus niet wat ze bedoelden. Later kwam een bedrijf langs dat verschillende workshops gaf en de meeste waardering kreeg de workshop solliciteren. Daar kregen studenten precies te horen hoe ze een sollicitatiebrief moeten schrijven en hoe hun cv er uit moet zien. Dat is dus blijkbaar wat studenten bedoelen met arbeidsmarktoriëntatie."

De titel van Teaching Fellow is een carrièrestap in het onderwijs. Voel jij je eigenlijk meer een docent of een onderzoeker?
"Zonder twijfel docent. Zo’n vier jaar geleden nam ik de afslag CEUT (Center of Excellence in University Teaching, red.). Wie daarvoor kiest, weet eigenlijk al dat zijn capaciteiten meer bij het onderwijs liggen en minder bij het onderzoek. Ik vind het leuk om naast het geven van colleges over het onderwijs na te denken, over de studeerbaarheid, over wat je moet kunnen als je een bepaalde opleiding hebt gevolgd. Het was ook erg leuk om CEUT te doen, hoewel ik van te voren dacht dat ik de voor mij onbekende wereld van onderwijskundige wetenschap zou binnenstappen – hoewel ik onderwijskunde geen hoge wetenschap vind. Tijdens de bijeenkomsten bleek dat de deelnemers veel ervaringen uitwisselden en zich samen afvroegen hoe je het onderwijs kunt verbeteren." 

Kun je carrière maken langs de onderwijslijnen?
"Daar wordt veel over geklaagd, maar dat vind ik niet altijd terecht. Zelf ben ik nog niet gepromoveerd. Ik vind het daarom terecht dat ik geen onderwijs mag geven in de masterfase. Ik ben niet leidend op een onderzoeksgebied. Ik denk dat ons college van bestuur oprecht is geïnteresseerd in het onderwijs en dat je daardoor wel enige carrière kan maken. Het zal alleen anders zijn dan degenen die wel excelleren in onderzoek. Maar ik vind het wel ouderwets dat vele bestuurders hoogleraar moeten zijn; dat zijn oude dogma’s."

Wat is jouw favoriete onderwijsvorm?
"Het werkcollege. Bij Economie geef je dan aan maximaal 25 studenten les. Ik probeer altijd zo snel mogelijk alle namen uit mijn hoofd te leren, zodat ik iedereen heel direct kan aanspreken. De kunst is om een sfeer te creëren waarin studenten zich comfortabel genoeg voelen om vragen te stellen en opmerkingen te maken. Daardoor kun je studenten goed activeren. Tijdens een werkcollege kun je ook snel de actualiteit er in gooien. Zeker in deze tijd vind ik dat heel belangrijk. Bij een hoorcollege kun je minder interactief zijn, hoewel ik die ook persoonlijk probeer te houden door door de zaal te lopen en studenten aan te spreken. Het enige verwijt dat ik wel eens van de studenten krijg, is dat ik misschien iets te veel uitweid."

Waar ben je trots op als je kijkt naar je eigen opleiding?
"De kleinschaligheid. Veel onderwijs wordt in werkgroepsvorm gegeven en daarnaast vind ik ons systeem van het tutoraat er één om trots op te zijn. De tutors geven ook colleges aan de eerstejaars waardoor ze elkaar goed leren kennen en een echte band krijgen."

Wat kan beter?
"De waardering voor onderwijs. Er zou binnen de faculteiten meer aandacht voor onderwijs mogen zijn, waardoor je meer status geeft aan het vak van docent. Overigens weet ik niet of ik het eens ben met degenen die vinden dat hoogleraren meer colleges moeten geven. Studenten kennen de positie van degene die colleges geeft vaak toch niet. Ik zie liever een bevlogen docent voor de groep, dan een hoogleraar die een verplicht lesje afdraait."

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail