Ria van der Lecq. Foto: Ivar Pel

'Alleen hoorcolleges geven is niet genoeg'

Body: 

Acht Teaching Fellows hebben twee jaar de tijd om een aspect van het onderwijs in zijn of haar faculteit te verbeteren. DUB laat de acht aan het woord. Vandaag deel 3 met filosofe Ria van der Lecq. “Docenten moeten studenten bij naam kennen.”

Acht Teaching Fellows hebben twee jaar de tijd om een aspect van het onderwijs in zijn of haar faculteit te verbeteren. DUB laat de acht aan het woord. Vandaag deel 3 met filosofe Ria van der Lecq. “Docenten moeten studenten bij naam kennen.”

Over de maatschappelijke relevantie van de geesteswetenschappen wordt flink gediscussieerd. En het nodige is aan het veranderen. Ria van der Lecq, onderwijsdirecteur van de School Liberal Arts, spreekt van ‘nieuwe’ geesteswetenschappen. Met meer nadruk op de maatschappelijke rol van de alfa-wetenschap en meer aandacht voor kennisvalorisatie. Haar opdracht als Teaching Fellow is het vernieuwen van het curriculum van Taal- en Cultuurstudies.

Wat moet er veranderen?
“Taal- en Cultuurstudies is ruim 25 jaar oud, en dus zitten er ook elementen in die in deze tijd minder zinvol zijn. De maatschappij verandert, en het onderwijs moet meeveranderen. Je moet niet te lang vasthouden aan verroeste elementen. We moeten in de opleiding zichtbaar maken dat de Geesteswetenschappen ook een maatschappelijke rol hebben. Dat past in het streven naar meer kennisvalorisatie en de keuze voor bepaalde focusgebieden, zoals een commissie onder leiding van Job Cohen in 2008 heeft geadviseerd. Die nieuwe visie is nog niet zo zichtbaar in het bacheloronderwijs.”

Wat is er nieuw aan de “nieuwe geesteswetenschappen”?
“Allerlei ontwikkelingen in de maatschappij, neem bijvoorbeeld klimaatverandering of migratie, hebben invloed op de mens, zoals die leeft en denkt. Die menselijke kant van elke ontwikkeling is het domein van de geesteswetenschappen. Dat noem ik de nieuwe geesteswetenschappen. Nu zijn de hoofdrichtingen in Taal- en Cultuurstudies meer geënt op klassieke thema’s. Ik hoop dat we ook thema’s als globalisering en instituties kunnen toevoegen. Dat zijn onderwerpen die studenten ook aanspreken.”

Je pleit voor een meer interdisciplinaire aanpak met uitstapjes naar bijvoorbeeld de sociale wetenschappen. Maar studenten Taal- en Cultuurstudies hebben toch al veel vrije ruimte hiervoor?
“Ja, dat klopt. Je kan als student heel veel vakken elders doen. Maar ik wil die interdisciplinariteit juist verwerken in de eigen cursussen. Ik wil de samenwerking met andere vakgebieden laten terugkomen in het programma. Een goed voorbeeld is het kenniscentrum Instituties van de Open Samenleving, waarin economische historici samen zitten met economen, juristen en sociale wetenschappers.”

Wat gaat er momenteel goed in de faculteit Geesteswetenschappen?
“Er lopen heel veel goede jonge docenten rond. Hun inzet en enthousiasme is echt bemoedigend. Helaas is het wel zo dat ze vaak tijdelijke aanstellingen hebben, en dat ze dus na een paar jaar weer verdwenen zijn.”

En wat kan beter?
“Wat je ziet is dat veel docenten het enorm druk hebben. Door de druk van het onderzoek hebben mensen minder tijd om zich in te zetten voor onderwijs. Minder dan ze misschien zelf zouden willen. Mensen doen wel enorm hun best, maar je kan geen ijzer met handen breken.”

“Ook zorgelijk is dat er door bezuinigingen werkgroepen worden geschrapt en alleen hoorcolleges worden gegeven. Niet in het eerste jaar gelukkig, maar in het tweede en derde jaar van de bachelor. Ik ben niet tegen hoorcolleges, maar ik vind dat niet genoeg voor een cursus. Het ideaal van kleine groepen leeft hier wel, maar is door bezuinigingen niet meer vol te houden.”

Wat zou zijn jouw minimumeisen dan voor goed onderwijs?
“Werkgroepen van maximaal 20 tot 25 studenten, met docenten voor de groep, en niet alleen maar studenten-assistenten. Docenten moeten hun studenten ook bij naam kennen. Je moet studenten het gevoel geven dat er op ze gelet wordt, dat het je wat kan schelen als ze er een keer niet zijn, en je moet ze kunnen helpen als ze ergens moeite mee hebben. Als je alleen college geeft aan groepen van 100, dan lukt dat niet.”

“Het valt mij op dat studenten hun docent niet goed kennen. Dan zeg ik: vraag dat dan aan de docent van dat vak. Dan zeggen ze: maar ja, ik ken die niet zo goed. Dan denk ik: hoe kan dat nou? Je hebt daar 10 weken college gevolgd. Dat kan ook aan de studenten liggen, maar het is wel jammer.”

De financiële omstandigheden bij Geesteswetenschappen maken het er natuurlijk ook niet makkelijker op.
“Nee, het is ook geen geringe opdracht als gezegd wordt: hier is een groep van 200 man en geef maar een cursus. Dat is niet eenvoudig. Wat ze dan toch nog bereiken, petje af. Ik vind ook niet dat we het heel slecht hebben in Utrecht, in vergelijking met andere universiteiten, ondanks de financieel barre tijden.”

Hoe zie je jezelf eigenlijk, als docent of als onderzoeker?
“Ik ben docent. Ik doe wel onderzoek, maar dat is onderzoek naar het ontwikkelen van interdisciplinair onderwijs. In het verleden deed ik meer onderzoek, maar mijn hart ligt meer bij onderwijs.”

Heeft onderwijs genoeg prestige aan de UU?
“Ik klaag niet over gebrek aan waardering. Waar hebben ze elders Teaching Fellows? Waar hebben ze onderwijsparades? Maar je merkt wel dat het heel lastig is om mensen te bewegen om zich voor onderwijs in te zetten, omdat onderzoek altijd voor gaat. Geef ze eens ongelijk, dat is hun leven, hun toekomst. Maar dat maakt het wel lastig. Daar moet je tegen opboksen.”

Hoe kan onderwijs meer waardering krijgen?
“Je kan meer carrièreperspectief bieden aan mensen die excelleren in onderwijs. Maar eigenlijk is het in Utrecht wel relatief goed. Wat ik nu bereikt heb, had ik aan andere universiteiten nooit bereikt.”

Wat is het mooiste aan het docentschap?
“Zonder meer de studenten. Het mooiste is als je merkt dat het kwartje valt bij studenten. Dat ze hun talent ontdekken. Dat ze zeggen: ‘jeetje, ik wist niet dat ik dit kon’. Het is net als een klein kind leren fietsen. Je moet ze even vasthouden, en dan laat je ze los. En dan komen ze er achter dat ze ook zonder hulp kunnen fietsen. Dat overwinningsgevoel, dat vind ik mooi.”

 

 

Naam: Ria van der Lecq

Middelbare school: gymnasium A

Favoriete schoolvak: Filosofie

Studie: Klassieke Taal- en Letterkunde

Huidige functie: universitair hoofddocent en onderwijsdirecteur School Liberal Arts

Muziek: Opera en Bob Dylan

TV-programma: Tegenlicht

Sociale media: ik heb profielen op Twitter, LinkedIn en Facebook maar ik ben niet actief.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail