Foto: Ivar Pel

UCU-student moet tijd vinden voor praktijkonderwijs

Body: 

Teaching Fellow Guus de Krom vindt dat UCU-studenten meer vaardighedenonderwijs moeten krijgen, maar zie dat maar eens in te passen in het ingewikkelde rooster van het college.

Acht Teaching Fellows hebben twee jaar de tijd om een aspect van het onderwijs in zijn of haar faculteit te verbeteren. DUB laat de acht aan het woord. Vandaag deel 6 met Guus de Krom van University College Utrecht. “Bij publicaties bestaat het fenomeen peer review, maar wie komt er naar mijn briljante lessen kijken?”

Als Teaching Fellow heeft Guus de Krom de opdracht om de differentiatie en integratie van het methods & skills-onderwijs aan het University College Utrecht te verbeteren. “Onderwijs in vaardigheden en methodologie moet zinvol worden gedifferentieerd en beter in het curriculum van UCU worden ingebed.”

Klinkt ingewikkeld, want wat houdt zulk onderwijs in, en wat doen de woorden differentiatie en integratie daarbij?
“Het University College Utrecht heeft een brede bachelor. Studenten kunnen vakken uit allerlei opleidingen kiezen; het gaat om zo’n dertig mogelijke vakgebieden. Dat betekent dat er ook een grote variëteit is als het gaat om de vereiste kennis van onderzoeksmethoden en de bijpassende praktische vaardigheden. Het is knap ingewikkeld om op de juiste momenten de verschillende studenten het juiste methods & skills-onderwijs te laten volgen. De ene student moet een lab in, de ander moet historische bronnen leren gebruiken en weer een ander moet methoden en statistieken leren.”

De hamvraag is natuurlijk: wat je daar aan wil doen? Hoe ga je al die verschillende roosters in elkaar passen?
“Dat is inderdaad de vraag. Economie- of psychologiestudenten kunnen hun skillsonderwijs hier krijgen, maar voor practica in een natlaboratorium moeten studenten het campusterrein af. Dat wordt dan al extra ingewikkeld, omdat het UCU, anders dan de rest van de UU, een semestersysteem heeft. Een ander probleem is dat het nu haast onmogelijk is om een centraal moment te kiezen voor dit soort onderwijs. UCU-studenten hebben een grote flexibiliteit als het gaat om het samenstellen van hun curriculum. Ook al volgen twee studenten dezelfde richting, dan kunnen ze nog op een ander moment hun kennis van methoden en vaardigheden nodig hebben.”

Goed, nu schets je het probleem. Maar hoe ga je dat oplossen?
“Nou, dat weet ik nog niet precies. Er zijn verschillende opties. Je moet je eerst afvragen welke skillsprecies nodig zijn. Kun je die opdoen bij één van onze faculteiten of moet je een eigen cursus aanbieden? En als het maar om tien studenten gaat, wat is dan slimmer? Moet je voor hen een heel vak organiseren? Dat is een dure oplossing. Het zou dan misschien goedkoper zijn om een docent te regelen die een afspraak maakt met die studenten en onderwijs op maat aanbiedt. Maar is dat voor elk vakgebied mogelijk? En als je wel echt losse cursussen aanbiedt, wanneer rooster je die dan in? Het moet zo goed mogelijk passen in het studiepad van de studenten. Het UCU stelt natuurlijk wel allerlei vakinhoudelijke eisen aan de diploma’s die je bij ons kunt halen, maar kent geen vast basisjaar met cursussen die door alle studenten gevolgd worden. Het zal dus op de één of andere manier een mix worden van apartemethods & skills-cursussen, onderwijs dat in content courses is geïntegreerd en een meer individuele benadering.”

Waarom is dit onderwerp ineens actueel? Het UCU bestaat nu al een tijdje?
“Het komt voor een groot deel uit feedback die we van alumni kregen. Zij liepen in de praktijk tegen zaken aan die ze tijdens de opleiding gemist bleken te hebben - of soms te veel hadden gehad. Maar ook intern is er natuurlijk voortschrijdend inzicht.”

Heb jij over twee jaar je doel bereikt?
“Ik hoop het. Misschien door het opzetten van kleine nieuwe cursussen, het aanpassen van bestaande cursussen, of skillsonderwijs aanbieden in een nieuw concept. Zoals het meer individuele service onderwijs waarbij een student met een concrete vraag contact opneemt met een docent en dan op maat just in timehet nodige onderwijs krijgt om dat probleem het hoofd te bieden. Of misschien bieden we wel materiaal aan waarmee studenten door zelfstudie bepaalde skills kunnen aanleren.”

Wat voor onderwijs geef je zelf?
“Afgelopen semester gaf ik cursussen Taalwetenschap, Methoden & Statistieken en Academische Vaardigheden. Daarnaast heb ik nog andere functies, ik ben een soort manusje van alles. In het Engels heet dat: ‘a Jack of all trades – met vaak als toevoeging ‘and a master of none’….”

Voel je je meer docent of onderzoeker?
"Nu zeker meer docent. Ik vind onderzoek wel heel leuk, maar mijn onderzoek zat in een wat exotische hoek. Ik heb fonetiek gedaan en deed onderzoek naar stempathologie en spraaktechnologie.”

Kun je aan de UU carrière maken in het onderwijs?
“Dat antwoord ligt genuanceerd. Ik denk dat de UU relatief veel aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs heeft. Er wordt in elk geval op alle niveaus veel over het onderwijs nagedacht. Ook zo’n opleiding als CEUT en het feit dat studenten een deel van hun vakken mogen kiezen, vloeit voort uit het denken over onderwijs. Maar echt carrière maken? Zonder kwade wil moet ik zeggen dat ik een beetje sceptisch ben. Publicaties zijn te tellen, maar de kwaliteit van het onderwijs is veel lastiger vast te stellen. Studentevaluaties zeggen mij als docent statistiek ook niet zo veel, een beoordeling is niet per se gerelateerd aan de kunde van een docent of de kwaliteit van het aangebodene. Ik weet bijvoorbeeld dat het Engels van een docent die bij ons zowel een verplichte als een keuzecursus geeft, steevast als beter wordt beoordeeld in het keuzevak. De psychologie speelt hier duidelijk een rol. Bij publicaties bestaat het fenomeen peer review, maar wie komt er naar mijn briljante lessen kijken? Je kunt met onderwijs niet even goed carrière maken als met onderzoek. Al doet de UU het goed, het zou beter kunnen. Met wat meer stimulans bereik je al veel. Je zou kunnen bedenken dat docenten wat vaker naar een congres of zo mogen - onderzoekers doen dat minimaal één keer per jaar. Het is leuk om als docenten ook ervaringen uit te wisselen en kennis op te doen op een wetenschappelijke bijeenkomst van docenten.”

Wat is jouw favoriete onderwijsvorm?
“Daar heb ik er twee van. De meester-gezelvorm en hoorcolleges. Een hoorcollege is een soort show, dat vind ik leuk. Bij de meester-gezelvorm is natuurlijk het meest directe contact mogelijk.”

Waar ben je trots op als je naar het UCU kijkt?
“Het college bewijst dat echt contact tussen studenten en docenten mogelijk is. Dat komt door de relatief kleine groepen en de campusomgeving. Niemand is hier anoniem. Dat inspireert.” 

Wat kan hier beter?
“Wat ik nu ga zeggen, is een beetje vloeken in de kerk, maar UCU-studenten zouden wel meer feiten mogen kennen. Het staat hier bol van take home assignments en werkstukken. Die hebben ook hun merites, maar de parate kennis mag groter zijn.”

Naam: Guus de Krom (48)

Favoriete schoolvak: Geschiedenis en Natuurkunde

Studie: Engels met kopstudie Fonetiek in Utrecht, gepromoveerd bij Fonetiek

Huidige Functie: Onder andere docent

Favoriete muziek: Adèle en Saairadio zoals mijn kinderen Skyradio noemen

Favoriete tv-programma: Andere tijden, Frozen Planet

Sociale media: Facebook (met mate), LinkedIn. Ik zit gelukkig niet te twitteren.

 

Lees ook de interviews met de andere Teaching Fellows:

  • Frank van der Salm van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (over studenttevredenheid)
  • Johan Jeuring van de faculteit Bètawetenschappen (over toetsing en toetsbeleid)
  • Ria van de Lecq van de faculteit Geesteswetenschappen (over het vernieuwen van het curriculum van Taal- en Cultuurstudies)
  • Tine Béneker van de faculteit Geowetenschappen (over de nieuwe master Communicatie & Educatie)
  • Robin van den Boom van de faculteit Diergeneeskunde (over de finetuning van het BaMa-onderwijs)
Facebook Twitter Whatsapp Mail