Pers in de rij voor Paulus Bijl

Body: 

De persaandacht voor het proefschrift van cultuurwetenschapper Paulus Bijl is om jaloers op te worden. De journalisten stonden en staan nog steeds in de rij om dr. Bijl te interviewen. Stellen al die journalisten nu eigenlijk dezelfde vragen en staat Bijl inmiddels op de automatische piloot?

De persaandacht voor het proefschrift van cultuurwetenschapper Paulus Bijl is om jaloers op te worden. De journalisten stonden en staan nog steeds in de rij om dr. Bijl te interviewen. Stellen al die journalisten nu eigenlijk dezelfde vragen en staat Bijl inmiddels op de automatische piloot?

Nee en nee, is het antwoord. “Er is wel een verschil tussen journalisten. De één heeft zich echt verdiept in het onderwerp en de ander heeft niet eens de moeite genomen om mijn twee pagina’s tellende samenvatting te lezen. Daardoor krijg je een verschil in vragen. Net als dat je andere vragen krijgt voor een krantenartikel dan voor een radio-interview.”

Als het gaat om zijn eigen antwoorden, dan zijn die met de toegenomen ervaring met de pers compacter en beter geworden, denkt hij. “De persvoorlichter had me gezegd dat ik het onderwerp van mijn proefschrift in twee volzinnen moest kunnen samenvatten en dat lukt nu aardig. Inmiddels heb ik ook geleerd om niet altijd het precieze antwoord op de vraag te geven. Soms wordt de verkeerde vraag gesteld en dan kan ik niet kwijt wat ik zelf kwijt wil, dus dan geef ik een antwoord dat wel de indruk wekt dat ik antwoord geef op de vraag, maar dat dat dus eigenlijk niet doet.”

Het onderwerp van het proefschrift van Bijl lijkt een schot in de roos: een studie naar de rol van foto’s van koloniale gruweldaden in de Nederlandse culturele herinnering - een zin overigens uit het artikel van Peter Giesen van De Volkskrant. Wist hij dat dit onderwerp zo zou aanslaan? “Niet echt. Maar toen ik eenmaal het onderwerp had bedacht, voelde ik wel dat ik iets te pakken had. Het is mooi dat ik niet de enige ben die dit een interessant onderwerp vind. Het is als cultuurwetenschapper wel zo prettig als je je reflecties op de samenleving en de cultuur kan delen met die samenleving.”

De aandacht van de pers is nog niet verstomd. Zo is er onder meer nog de Wereldomroep en de Jakarta Post. “En ik wacht eigenlijk nog op NRC, mijn eigen krant. NRC was de eerste die mijn proefschrift opvroeg, maar vervolgens heb ik niets meer van ze gehoord.” Voor radio 1 is hij niet meer interessant. “Ik ben bij de EO en de VPRO geweest en dat was voor de Vara en de Tros een reden om af te haken.”

Of het mediaoptreden van Bijl hem in zijn carrière zal helpen, is een interessante vraag. “Na augustus ben ik werkloos. Ik heb nu een tijdelijk contract als docent bij Geesteswetenschappen, maar er zijn meer goede mensen op de markt dan dat er banen in mijn sector zijn. Maar ik ben vol goede moed.”

Gwenda Knobel

Facebook Twitter Whatsapp Mail