Utrechtse scheikunde in Klokhuis

Body: 

Zo nu en dan overkomt het een wetenschapper van de Universiteit Utrecht dat de redactie van het populaire kinderprogramma Klokhuis aan de lijn hangt. Of er een item met de onderzoeker gemaakt mag worden. Jan Groenewold twijfelde geen moment. Is optreden in Klokhuis niet de ultieme droom van elke wetenschapper?

Zo nu en dan overkomt het een wetenschapper van de Universiteit Utrecht dat de redactie van het populaire kinderprogramma Klokhuis aan de lijn hangt. Of er een item met de onderzoeker gemaakt mag worden. Jan Groenewold twijfelde geen moment. Is optreden in Klokhuis niet de ultieme droom van elke wetenschapper?

.

 “Ha, ha. Ik denk het wel, ja. Het is een enorme eer. Ik hoefde er zelf geen moment over na te denken.” Van huis uit is Jan Groenewold natuurkundige; hij staat met één been in het fundamentele onderzoek en met één been in het bedrijfsleven. Eén dag in de week is hij nog te vinden aan de Universiteit Utrecht: in het Van ’t Hofflab bij Fysische Chemie. Hier doet hij onderzoek naar colloïden.  “Een soort moleculen maar dan 100 tot 1000 keer zo groot.”

De interesse van Klokhuis ging echter niet uit naar de colloïden. De redactie had Groenewold benaderd voor het moleculaire koken. “Samen met Eke Mariën, een vriend van mij en kok, heb ik het kookboek Cook & Chemist geschreven. Dat kwam in 2007 uit. Daar wilde Klokhuis graag een item over maken. Het heeft natuurlijk wel een raakvlak met mijn werk als fysisch-chemicus: deeltjes en druppeltjes in vloeistoffen enzo.”

Draaiboekje

Vorige maand werd de kookaflevering uitgezonden, maar de opnames dateren uit 2009. “Klokhuis is bij Eke thuis geweest en ook hier op het lab. Je zag op beeld al die geel-zwarte afzetlinten? Ze waren hier toen ook asbest aan het weghalen. De opnames duurden een hele middag. Van te voren had ik een draaiboekje gekregen en werd het onderwerp doorgesproken. Maar veel scènes moesten vaak over. Vooral van de presentator. Het stukje dat hij door de gang naar het lab loopt, moest echt heel vaak over.“

In een scène laat ‘voedselspeurneus’ Jan Groenewold zien wat er gebeurt als je olie, azijn en een eitje met de staafmixer door elkaar klutst. Vervolgens toont hij hoe de mayonaise er onder de microscoop uitziet. Het beeld wordt gevuld met kleine blauwe rondjes die verschillen in grootte. Dat zijn de oliedruppels en azijngebieden met daartussen eiwitdeeltjes is de uitleg. Onder de microscoop zijn olie en azijn dus nog steeds gescheiden, maar in de kom zit een homogeen ogend mengsel: de mayo. Maar schijn bedriegt: “In de kom zat mayonaise, maar onder de microscoop zag je schuimbelletjes. De structuren lijken wel op elkaar, maar schuim ziet er op beeld mooier uit.”

Sketches

Toen de opnames van Groenewold en Mariën waren gemonteerd, kregen de mannen een dvd’tje thuis met daarop hun bijdragen. De scènes van de acteurs stonden er nog niet op, dus ook die waren voor de kok en scheikundige een verrassing. “De sketches zijn bedacht na de opnames met ons. Ik vond het erg leuk hoe de moleculaire gastronomie op de hak werd genomen, maar ik weet niet of de kinderen dat wel snapten.” Groenewold ziet wel een voordeel van de lange productietijd. “Er moesten wel scènes over, maar de uitzending ziet er heel goed uit.”

Op de school van zijn kinderen wordt hij nu herkend als de scheikundige uit Klokhuis. Maar of de uitzending bijdraagt aan een positief imago voor zijn vakgebied of scholieren voor scheikunde laten kiezen? “De combinatie met eten is natuurlijk een goede, maar ik denk dat een opleiding als levensmiddelentechnologie in Wageningen er meer aan heeft dan wij. Zeker omdat mijn onderzoeksterrein een andere is.”

Toch is hij op dat werk niet minder trots. “We zijn nu zo ver dat we de vorm van die colloïden kunnen beïnvloeden. Als je de vorm kan manipuleren, kun je structuren maken - zie het als lego’en - die toepasbaar zijn in bijvoorbeeld displays. Uiteindelijk zou je daardoor een computer kunnen maken die werkt op licht. Maar in Utrecht focussen we ons op het fundamentele onderzoek, dus de toepasbaarheid van onze vindingen laten we aan anderen over.”

Gwenda Knobel

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail