Bruce Mutsvairo van 'getto' in Harare naar hoogleraar in Utrecht

‘Laat Nederland trots zijn op het poldermodel’

Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus
Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus

Bruce Mutsvairo stond afgelopen januari in het Academiegebouw voor zijn oratie als hoogleraar Media, Politics & Global South. Als kleine jongen wilde hij het liefst journalist worden. Nu is hij niet de journalist, maar de hoogleraar die publiceert over journalistiek. “Mijn passie voor de journalistiek is er nog altijd”, vertelt hij. “En als wetenschapper heb ik meer tijd en ruimte om over de rol van de journalistiek na te denken.”

De tocht van Mutsvairo die leidde tot dit hoogleraarschap is bijzonder. Zijn ambitie, leergierigheid en harde werken heeft hem steeds vooruit gestuwd. 

Mutsvairo groeide op in Mbare, een woonwijk voor arbeidsmigranten in Harare, de hoofdstad van het toenmalige Rhodesië (het huidige Zimbabwe). De wijk was een plaats waarvan werd gezegd dat het gevaarlijk was voor toeristen maar als getto wel een bijzonder karakter had, onder meer doordat reggaezanger Bob Marley er had opgetreden en doordat het een centrum was van creatieve initiatieven. Elke dag moest Bruce voor zijn vader, die er politiechef was, een krant kopen. “Dat vond ik prachtig en ik droomde ervan ooit zelf die krant te mogen volschrijven.” Die droom verkondigde hij altijd en overal. 

Om die droom te kunnen verwezenlijken had hij wel hulp nodig. Een Nederlands toerist die hij op straat tegenkwam, vroeg aan hem wat hij wilde worden. Bruce antwoordde spontaan “Journalist”. Een gesprek volgde. De man was onder de indruk van de ambities en leergierigheid. Hij wilde helpen. Er ontstond een band met de man en diens vrouw. Het Brabantse echtpaar ondersteunde hem om een eenjarige opleiding journalistiek te doen in Nieuw-Zeeland en een aanvullende cursus in Rusland. Mutsvairo lukte het daarna om zijn opleiding voort te zetten bij University College Utrecht. “Mijn opleiding in Utrecht heeft mij gevormd,” zegt hij nu. “Hier zaten stimulerende docenten en studenten met de gemeenschappelijke wil om hard te werken. Dat past bij mij.” 

Na zijn opleiding bij UCU ging hij een master Journalistiek volgen in Cardiff. Hij kreeg hiervoor een beurs van het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika.

Na dat jaar nam hij contact op met persbureau Associated Press in Amsterdam. De hoofdredacteur had een gastcollege gegeven bij UCU en hij had zijn kaartje gevraagd. “Na Cardiff nam ik contact op en tot mijn verrassing mocht ik komen. Ik begon met het verslaggeven van sportevenementen in het weekend, maar toen ik meer ervaring had, mocht ik ook schrijven over conflictgebieden in Afrika, zoals in Angola.”

Zijn droom was gerealiseerd, maar hij wilde toch nog een stap verder. Zo ging hij naar Leiden om te promoveren. Hij deed onderzoek naar de invloed van nieuwe media in het politieke debat. Daarna vertrok hij voor een periode van negen jaar naar het buitenland. Eerst was hij docent bij universiteiten in Engeland en Australië en vanaf 2019 was hij hoogleraar aan de Auburn University in de Verenigde Staten. Toen zijn vrouw promoveerde en een baan kreeg bij de UU wilde ook hij terug naar zijn geliefde stad waar hij benoemd werd tot hoogleraar Media, Politics & Global South.

Bij zijn oratie legde rector Henk Kummeling uit dat de UU met de benoeming van Mutsvairo meer aandacht wil besteden aan het Mondiale Zuiden. “Dat thema stond de afgelopen jaren op een lager pitje bij de UU, maar met samenwerkingsverbanden in Zuid-Afrika en Suriname willen we dat weer meer leven inblazen. De benoeming van Mutsvairo moet ook in dat licht gezien worden.”

Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus

Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus

Wat moeten we verstaan onder Global South ofwel Mondiale Zuiden?
Voor veel mensen is Global South de nieuwe benaming van niet-westerse wereld. Of ze zien het als een ander woord voor ontwikkelingslanden. Er zijn ook mensen die spreken over de Global Majority, in de zin dat in de zuidelijke landen de meeste mensen wonen. Ik zie dat niet zo. Dat is erg politiek ingekleurd. Ik vind het sowieso moeilijk om zo’n duidelijk onderscheid te maken. Global South is overal. Ook in Nederland. Het is het startpunt voor contact met anderen, waar ze ook vandaan komen. Als je contact hebt met jouw buren die een andere culturele achtergrond hebben dan heb je ook contact met de Global South. Mijn onderzoeksveld is dus veel breder. De leeropdracht is niet voor niets politiek, media én Global South. Het heeft allemaal met elkaar te maken. Ik spreek dan ook liever van Global Engagement.”

Is er een verschil tussen de wijze waarop media hier werken en die in het Mondiale Zuiden? 
“In mijn oratie geef ik aan dat in de World Press Freedom Index landen als het Verenigd Koninkrijk, Australië en Slovenië slechter scoren dan bijvoorbeeld Namibië of Costa Rica. Nederland is na de moord op Peter R. de Vries een tijdje gedaald, maar staat nu weer op de zesde plaats.

"Maar over het algemeen kun je wel een onderscheid maken tussen democratische en autoritair geleide regimes. In Rusland of China is er geen vrije pers. Dat geldt ook voor een aantal Afrikaanse landen. Het interessante is dat juist in dit soort autoritaire samenlevingen journalisten gebruik maken van internationale digitale platformen om informatie te verspreiden die het regime verborgen wil houden. Een Soedanese journalist vertelde me dat dit soort platformen in haar land de meest belangrijke bronnen zijn van nieuws.”

Je bent naast hoogleraar in Utrecht ook een Unesco professor met als speciaal onderwerp desinformatie. Wat voor ontwikkelingen zie je op dat gebied? 
“De Unesco leerstoel laat zich goed combineren met het werk in Utrecht. Het valt grotendeels samen. Ik zie desinformatie als een groot probleem. Ik denk wat ouderwets over de rol van de media. Voor  mij moeten de media neutraal zijn. Het moet gaan over feiten. Dan zorg je ervoor dat media ook betrouwbaar zijn. Wat ik nu zie, en dat is overal in de wereld, is dat journalistiek wordt ingezet om een bepaalde visie te promoten. Kijk naar de Verenigde Staten, waar een zender als Fox het medium gebruikt om voor mensen te bepalen wat ze moeten vinden. Je ziet die ontwikkeling wereldwijd. Als mensen in talkshows foutieve informatie mogen geven zonder dat het tegengesproken wordt, is dat erg. Op sociale media zie je die ontwikkeling al langer. Iedereen kan daar ongecontroleerd een visie poneren. En je ziet dat het veelal niet over het onderwerp gaat, maar dat de persoonlijke aanval gezocht wordt. Het liefst zonder met elkaar in gesprek te gaan. Die ontwikkeling maakt me wel angstig.”

Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus

Oratie Bruce Mutsvairo Foto: Laura Hompus

Zie je ook een mogelijke oplossing om die desinformatie tegen te gaan?
“Ik denk dat het belangrijk is dat we in het onderwijs hier meer aandacht aan besteden. Ik probeer mijn studenten bewust te maken van het feit dat ze niet alles voor zoete koek moeten slikken. Je moet je er altijd bewust van zijn dat niet alle informatie betrouwbaar is. Ik heb jonge mensen in Overvecht ontmoet die hun tijd besteden aan het verspreiden van complottheorieën omdat ze daar zelf heilig in geloven. 

“Daarnaast zoeken we naar manieren zoeken om media betere te reguleren van platforms als TikTok of X zodat je kunt voorkomen dat mensen doelbewust foute of gemanipuleerde informatie verspreiden.

“Maar het belangrijkste is voor mij dat we met elkaar in gesprek moeten gaan, de dialoog aangaan. Iedereen is vrij om te denken wat hij/zij/die wil, je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar ga met elkaar in gesprek. Nederland is bekend om zijn poldermodel. Dat maakt Nederland ten aanzien van het buitenland bijzonder. Koester dat en geef ruimte aan iedereen.”

Zo’n dialoog, kan dat ook als de gesprekspartner zijn mening baseert op foute informatie of op racistische vooronderstellingen? Wat levert dat op?
“Ik ben van mening dat de vrijheid van meningsuiting niet mag worden ingeperkt. Mensen moeten de vrijheid hebben om zich te uiten, zolang je niet de wet overtreedt. Tegelijkertijd moet iedereen verantwoordelijkheid nemen voor wat hij/zij/die zegt. Ik ben bang dat als je te streng bent op wat mensen mogen zeggen, je in een autoritaire val trapt. Je kunt in een dialoog zoeken naar een oplossing of trachten te achterhalen waarom iemand een bepaald standpunt inneemt. Wat ik in Amerika zag, was dat mensen afstand van elkaar nemen, het snel op de persoon spelen en zo niet openstaan voor de mening van een ander. Dat zag je bijvoorbeeld als het om Black Lives Matter ging. En in Nederland ook over migratie. Ik zou best met Wilders in gesprek willen gaan en op basis van feitelijke informatie kijken waar we het wel en niet met elkaar eens zijn.” 

Welke rol kan de universiteit spelen in dit proces? 
“De universiteit heeft op dit gebied een belangrijke rol. We moeten verbindingen maken met de gemeenschappen om ons heen. Universiteiten moeten de uitdagingen waarmee ze als samenleving worden geconfronteerd helpen oplossen door de dialoog aan te gaan en debat aan te moedigen. Luisteren is daar een belangrijk onderdeel van. Het kan niet zo zijn dat wanneer de verkiezingen anders uitpakken dan je zou willen, we zeggen dat deze stemmers gek zijn of slecht opgeleid. We moeten ons best doen om ons werk voor deze groepen toegankelijk te maken en met elkaar in gesprek te gaan.

"Als je uit een gezin komt waar niemand naar de universiteit is gegaan, kun je gemakkelijk denken dat alleen elite en rijke mensen naar de universiteit gaan. Terwijl de universiteit een plek moet zijn waar mensen van alle achtergronden welkom zijn. Daarom is het goed dat de UU zoiets als Meet the Professor organiseert, waarbij hoogleraren op bezoek gaan naar een basisschool. Diversiteit begint bij de basisschool en daarom moet je die kinderen al laten zien waar we op de universiteit mee bezig zijn." 

Als zwarte hoogleraar op de doorgaans witte Universiteit Utrecht vervul je zelf een functie als rolmodel. Hoe zijn je ervaringen op de UU wat dat betreft?
“Ik vind het werken op de Universiteit Utrecht geweldig. Als ik het vergelijk met andere universiteiten waar ik gewerkt heb, dan is het wel wat drukker. Het afgelopen jaar ben ik gevraagd voor veel commissies, bijvoorbeeld over het slavernijverleden van de UU en voor de werkgroep Equality, Diversity & Inclusion. Soms moet ik oppassen dat ik nog voldoende tijd heb voor mijn reguliere werk. Maar wat ik bijzonder waardeer is dat mensen op de UU hun best doen iedereen zich thuis te laten voelen. 

"En dat is niet altijd makkelijk. Soms zie ik intergenerationele complexiteiten. Jongeren zijn meer bezig met woke en hebben weinig oog voor de geschiedenis van de universiteit, terwijl de ouderen meer denken vanuit hun ervaring en minder open staan voor de nieuwe ideeën van de jongeren. Daar moeten we doorheen zien te navigeren en ik denk ook wel dat er oplossingen zijn. De universiteit biedt bijvoorbeeld leiderschapstrajecten. Ik heb er zelf ook een gevolgd en je merkt dat je dan nieuwe inzichten krijgt die je in de praktijk kunt gebruiken.” 

Advertentie