Oud-student Kaj Hendriks verkiest crisiszorg boven topsport

Screenshot YouTube, foto's in het verhaal zijn van DUB

Wanneer we Kaj (32) vragen naar zijn ervaringen in het ziekenhuis, moet hij even iets verduidelijken: zijn werk is niet zo heroïsch als we wellicht denken. Als vorig jaar afgestudeerd arts kan hij niet direct in de frontlinie werken en staat hij nog ver van de coronatenten. Het St. Antoniusziekenhuis vangt (mogelijke) coronapatiënten op bij de locatie in Nieuwegein. Daar werken in een triagetent vooral de ervaren spoedeisende-hulp-artsen. Kaj werkt op oproepbasis op locatie Leidsche Rijn, waar hij al eerder diensten had gedraaid en mensen ziet die van hun fiets zijn gevallen of een blindedarmontsteking hebben. “Maar er was van het weekend een man die mogelijk toch corona had. Hij was gevallen en op een scan zagen we verdachte longafwijkingen. Voor de zekerheid moest hij direct in isolatie. Zorgverleners die bij hem kwamen, moesten dan speciale pakken aan om te voorkomen dat we besmet raakten of andere mensen besmetten via deze man.”

Jij dus ook?
“Ja. Ik moest deze oudere meneer vertellen dat hij opgenomen zou worden. Met een geel schort voor, haarnetje om, bril op, een masker over mijn mond en neus en handschoenen aan was ik een soort Marsmannetje. Dat is heel lastig en onpersoonlijk communiceren. Voor die meneer was het helemaal gek: je gaat naar het ziekenhuis vanwege een val en blijkt dan misschien corona te hebben, terwijl hij helemaal geen bijpassende klachten had.”

Hoe stel je iemand dan op zijn gemak?
“Door hem heel goed uit te leggen waarom dit soort maatregelen er zijn. En dat ik het ook vervelend voor de man vind en de omstandigheden ook liever anders had gehad. Dat dit het beste is voor iedereen en dat dit nu eenmaal een heel onprettige situatie is, voor iedereen. Hij begreep dat goed.”

Krijg je de situatie in Nieuwegein mee?
“Ja, de sfeer is ook een beetje bedrukt. Gesprekken gaan erover. Ik kom ook verpleegkundigen tegen die ‘aan de andere kant’ hebben gewerkt en onder de indruk zijn van wat ze daar aantroffen. Hoeveel patiënten er slecht aan toe zijn. Dat is voor sommigen best lastig en willen even hun verhaal kwijt.”

Wat kun je dan betekenen?
“Vooral goed luisteren. En als iemand daar behoefte aan heeft, zou je diegene ook een beetje kunnen ontzien in werkzaamheden. Het scheelt dat nu het leven goeddeels platligt, met minder sport- en uitgaansongelukken, het ook wat rustiger en overzichtelijker is op de Spoedeisende Hulp.” 

Je was je als roeier vol aan het voorbereiden op de kwalificaties voor de Olympische Spelen. Nog in de race voor de twee zonder stuurman en was reserve voor de Holland Acht. Je verkoos je vak boven je sport. Wat was het moment dat je dacht: nu moet ik me aanmelden als arts?
“Een paar weken geleden waren alle sportfaciliteiten gesloten en zat ik thuis op een roeimachine, die alle Olympische roeiers hadden meegekregen naar huis. Dat voelde echt niet goed. Ik dacht: ik ziet hier verstopt. Ik vlucht nu voor het virus, terwijl ik misschien wel actief bij wil dragen in de strijd tegen het virus. Daarbij was het erg onzeker of de Olympische Spelen door zouden gaan. De voor mij belangrijke kwalificatiewedstrijden waren al geschrapt. De combinatie van die onzekerheid en mijn knagend geweten dwong me tot actie. Mijn plichtsgevoel speelde op: Ik moet, nu!” 

Hoe reageerden de andere roeiers?
“De meesten begrepen het. Vonden het nobel en bij mij passen. Sommigen zouden zelf niet die keuze hebben gemaakt. Stelden vragen als ‘Is dit niet een emotionele beslissing waar je later spijt van krijgt?’, ‘Kun je wel direct aan de slag?’ en ‘Val je straks niet tussen wal en schip?’

Zetten ze je aan het denken?
“Nee, helemaal niet. Ik was er wel van overtuigd dat dit de juiste beslissing was. Topsport is hartstikke gaaf. Je kunt heel veel over jezelf leren en je breed ontwikkelen. Maar als ik deze wereldwijde crisis zie, vind ik mijn bijdrage als arts een stuk belangrijker dan mijn voorbeeldfunctie als topsporter.”

Stel, de crisis gaat liggen, kies je dan voor de sport?
“Zou kunnen. Ik vind het roeien nog steeds een prachtige sport. Ik geniet van elke dag hard trainen en met teamgenoten naar een doel toewerken. Mijn carrière wilde ik afsluiten met een toernooi. Dan wel de Olympische Spelen in Tokio, dan wel het WK van volgend jaar in Shanghai. Mijn studie afronden en dan knallen. En dan komt dit er tussendoor. Ik sluit niet uit dat op het moment dat corona onder controle is, het weer begint te kriebelen en ik er nog één keer vol voor ga.”

Ben je dan niet te laat?
“Dat kan. Er wordt niet op mij gewacht. Dat is de afgelopen twee jaar ook wel gebleken. Door coschappen was ik in de winterperiode minder aanwezig bij trainingen en moest ik me in het voorjaar extra laten zien om niet letterlijk en figuurlijk de boot te missen. Als je er dan niet bovenuit steekt, gaat een coach eerder voor jongens die al maanden samen hebben getraind. Ik loop een risico, maar dat accepteer ik dan opnieuw. Nog veel is onduidelijk: hoe lang we niet in een boot mogen zitten en hoe lang ik nodig ben in het ziekenhuis.”

Train je nog?
“Ik volg het lichte trainingsschema dat we hebben gekregen van onze coach. Dat is prima te combineren met de werkzaamheden in het ziekenhuis. Als ik nu extra hard zou trainen, bestaat het risico dat ik rond de selectieperiode ben opgebrand. Zeker nu ik al meer belasting krijg door mijn diensten in het ziekenhuis.”

Turner Epke Zonderland is ook basisarts. In een uitzending van DWDD zei hij dat het nog niet het moment is om basisartsen te rekruteren. Als de crisis groter wordt, is hij beschikbaar, maar alleen als hij het werk als arts kan combineren met sport. Wat vind je van die uitspraak?
“Je ziet bij hem iets meer de echte egocentrische topsporter doorschemeren. Dat heeft ook te maken met zijn perspectief. Ik ben niet direct in de running voor Olympisch goud, hij wel. Aan de andere kant had ik het begrepen als hij zich wél direct beschikbaar had gesteld, omdat hij al zo veel jaren heeft meegedraaid in de topsport. Maar ik kan niet oordelen over beslissingen van anderen en begrijp de lastige spagaat.”

Nu je aan het werk bent, voelt het nog steeds als een juiste keuze?
“Ja, het voelt heel goed. En er speelt nog iets: na mijn roeicarrière wil ik bij Defensie aan de slag als militair arts. Nu het crisis is, belde Defensie of ik nu al beschikbaar ben. Mijn antwoord was ja, dus het kan zijn dat ik ook daar binnenkort moet bijspringen. Dat zou mijn trainingen dan wel in de weg kunnen staan, daar wil ik het wel even over hebben. En hoe ze het na de crisis zien, of ze me dan direct willen houden. Als ik dan het gevoel krijg dat ik meer kan bijdragen dan dat ik een positief gevoel haal uit een derde deelname aan de Olympische Spelen, dan is dat het einde van mijn roeicarrière. Maar het zou ook kunnen dat dit straks allemaal onder controle lijkt en dat er minder zorgpersoneel nodig is. En er ruimte komt om te trainen en toch nog een keer de Spelen mee te pakken. We zullen zien.”

 

Advertentie