Wat zullen ze wel niet van me denken?

Body: 

De ogen van campuscolumnist Arthur werden geopend na een gênant voorval in de bibliotheek. Het blijkt een wijze levensles.

Ik ben rustig in de UB aan het studeren als er plotsklaps een hard geluid door de vredige stilte snijdt. Ik spits mijn oren en identificeer de kakofonie als een liedje dat - hoogstwaarschijnlijk per ongeluk – op maximaal volume is aangezet.

Verbaasd kijk ik naar de bron van het geluid. Daar zie ik een jongen die scharlaken is aangelopen, woest op zijn laptop rammen om zo snel mogelijk de muziek uit te zetten. Na wat luttele seconden – die overigens een eeuwigheid lijken te duren – stopt het galmen van de klanken, en keren de hoofdjes van de mede-UB’ers zich weer naar de eigen laptop. Iedereen zit weer in zijn eigen wereld. “Whatever”, denk ik nog.

Na enkele ogenblikken ben ik het voorval vergeten en is het enige wat on my mind is de stof waar ik ingedoken ben…

Maar dan schiet me opeens iets te binnen. Wacht even. Wat gebeurde hier net?

Als mijn laptop opeens in een stiltegebied keihard muziek zou gaan blèren, zou ik koste wat kost het geluid zo snel mogelijk dempen en desnoods mijn laptop aan diggelen slaan (nee oké, zo ver zou ik niet gaan maar just sayin’). Voor mijn gevoel zou iedereen me aanstaren. Ik zou door de grond willen zakken.

De jongen bij wie het gebeurde, dacht ongetwijfeld hetzelfde.

Maar nu heb ik het van de andere kant meegemaakt. En wat vond ik ervan? Lees maar terug, ik wacht wel.

Juist, “Whatever”.

Voor de jongen in kwestie was dit het beschamendste dat hem kon overkomen. Dat zou het voor iedereen zijn geweest, maar voor de omstanders was het niet eens een blip op de radar. En de mensen die het wel doorhadden – zoals ik – waren het zó weer vergeten. 

Dit was een eyeopener.

Hoe vaak houden we ons in omdat we de reactie van anderen vrezen? Voor ons gevoel is ons hele leven een toneelstuk op een podium, met de hele wereld die toekijkt. En als het publiek ons afkeurt, is het voorbij. Dan valt het doek.

Maar als we eens goed de zaal inkijken, zien we dat er eigenlijk niemand zit. Waar is iedereen gebleven?

Die zijn allemaal zelf op een ander podium bezig.

Bezig met hun eigen hoofdrol in het toneelstuk van het leven. En als iedereen de protagonist moet spelen in zijn eigen tragedie, zit er niemand in het publiek. Iedereen is te erg met zichzelf bezig om constant op anderen te letten.

Dus als je ‘faalt’ heeft niemand het door. En de 1 procent die het toevallig wel ziet? Die denkt “Whatever” en is het in 5 seconden weer kwijt.

Dit doorhebben is bevrijdend.

Laat je dus niet tegenhouden door de imaginaire reactie van anderen. Spreek die ene vlam aan, of wat het ook is dat je niet doet.

De wereld is your oyster.

Hmm, hoe ben ik ook alweer op dit onderwerp gekomen?

Ach, whatever.

Facebook Twitter Whatsapp Mail