Interdisciplinair onderwijs is geen vaste brug met rotsvaste pijlers. Foto: 123rf, lightwise

‘Ga niet voorbij aan bonte praktijk in het interdisciplinair onderwijs’

Body: 

De Jonge Akademie waarschuwde onlangs voor het gevaar van oppervlakkigheid in het interdisciplinaire onderwijs. Een verkeerd signaal, vinden Berteke Waaldijk en Merel van Goch. Volgens hen wordt veel op één hoop gegooid en wordt onderwijskundig onderzoek genegeerd. Dat neemt niet weg dat het debat over interdisciplinair onderwijs beter kan, volgens de twee.

De Jonge Akademie wil ‘het debat over interdisciplinariteit een im­puls geven’. Is die impuls nodig? Dat lijkt ons niet: het debat over interdisciplinariteit leeft. De jaarlijkse Onderwijsparade van Universiteit Utrecht had dit jaar als thema Interdisciplinarity: building bridges en had meer belangstelling van bezoekers en workshopgevers – van docenten, tot beleidsmedewerkers en studenten – dan ooit.

Het debat over interdisciplinariteit leeft niet alleen, het bestaat ook al lang. Breed academisch onderwijs is veel ouder dan de invoering van de bachelor-master-structuur. Een van de voorbeelden uit het rapport, Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht, bestaat net als Algemene Sociale Wetenschappen hier, al sinds 1987. De docenten en studenten van dat eerste uur, zijn sindsdien betrokken geweest bij vele interdisciplinaire onderwijs- en onderzoeksprojecten.

Grote verscheidenheid aan programma's
In het rapport van de Jonge Akademie (pdf) worden interdisciplinariteit en multidisciplinariteit keurig uit elkaar gedefinieerd, maar zodra het over onderwijs gaat, worden alle programma’s en initiatieven op een hoop geveegd, met de ernstige waarschuwing dat ‘interdisciplinariteit’ niet moet gaan overheersen. Een interdisciplinaire brug zou niet kunnen bestaan zonder stevige disciplinaire pijlers. Er is echter een grote verscheidenheid aan inter- en multidisciplinaire programma’s. Er zijn brede programma’s waar interdisciplinair onderzoek een eigen leerlijn heeft (in Utrecht bijvoorbeeld Liberal Arts and Sciences). Er zijn programma’s waar de integratie van verschillende vakgebieden een opdracht aan studenten zelf is (University College Utrecht, University College Roosevelt). Daarnaast zijn er opleidingen waar studenten kennismaken met verschillende disciplines die zich bezighouden met een bepaald thema (in Utrecht bijvoorbeeld: Natuurwetenschap en innovatiemanagement, Global Sustainability Science). En er zijn brede opleidingen waar studenten zich verdiepen in de verschillen en overeenkomsten tussen disciplines binnen één faculteit (Taal- en cultuurstudies bij GW, Algemene sociale wetenschappen bij FSW) 

De definitie van interdisciplinair onderwijs (pagina 6) gaat uit van het aanbod door de docent die interdisciplinair doceert; verwijzingen naar onderwijskundig onderbouwde analyse van wat studenten feitelijk leren ontbreekt. Dat is jammer, want zoals gezegd, er bestaat een bonte praktijk en een levendige discussie over interdisciplinariteit in het onderwijs. Die kunnen best wat input gebruiken. Waar is volgens ons behoefte aan? Aan twee dingen: een internationaal perspectief en gedegen onderzoek naar interdisciplinair onderwijs. Beide missen wij in het rapport van de Jonge Akademie.

Brede bachelors zijn de regel in VS en VK
Wanneer buitenlandse onderzoekers en studenten in Nederland welkom zijn, en wanneer cutting edge wetenschap, open science en de Republic of Letters geen grenzen kennen, is het voor Nederlands hoger onderwijs zinvol om te zien hoe buiten Nederland disciplines zowel overeind worden gehouden als worden betwist en betwijfeld. Brede bachelors en gespecialiseerde graduate programma’s zijn in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk de regel; in buurlanden combineren bachelor studenten doorgaans verschillende disciplines. Trekken we daarom onze neus op voor Amerikaanse of Britse collega’s? Stoppen we daarom met uitwisselingsprogramma’s? Nee. De Angelsaksische universiteiten zijn daarnaast ook bakermatten van multi- en transdisciplinaire vernieuwingen van onderzoek en onderwijs. Gender studies, ethnic studies en sexuality studies maakten duidelijk dat, zoals wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn stelt, disciplinaire paradigmata bepalen welke onderwerpen legitiem onderzocht konden worden, en dat andere onderwerpen alleen buiten de grenzen van zo’n kader tot bloei kunnen komen. Ook thema’s als digital humanities zijn in multidisciplinaire contexten ontwikkeld. Kijken over de grens van het Nederlandse onderwijssysteem lijkt ons cruciaal. Zo kunnen we leren van en samenwerken met internationale collega’s.

Behoefte aan meer onderzoek
Onderwijs is een combinatie van docerende docenten en studerende studenten, van – zoals dat in internationaal onderwijskundig onderzoek heet – Teaching and Learning. Praten over interdisciplinariteit in het onderwijs zou gebaseerd moeten zijn op onderzoek naar in beide aspecten. Studies naar interdisciplinariteit in het onderwijs vormen een groeiend veld. Op de Onderwijsparade deed de Deense Katrine Lindvig verslag van haar onderzoek naar de samenhang tussen interdisciplinair onderzoek en interdisciplinair onderwijs aande Universiteit van Kopenhagen. Er zijn meer invalshoeken: naast onderwijskundig worden disciplines en interdisciplinariteit historisch, sociaal- en cultuurwetenschappelijk onderzocht. Wij raden het bestuderen van onderzoeksresultaten aan en noemen hier graag nog een aantal vragen die volgens ons in debat en onderzoek over interdisciplinair onderwijs niet mogen ontbreken.

  • Wat maakt een discipline tot een discipline? Zijn het methodes, vragen, grote namen, een schrijfstijl, vaardigheden, concepten? Wat leren studenten in een disciplinaire bacheloropleiding precies als ze zich een discipline eigen maken?
  • Is er een ideaal moment (bachelor, master, minor, major?) voor studenten om te leren dat dezelfde concepten in verschillende disciplinaire contexten telkens iets anders betekenen? Tijdens de Onderwijsparade stelde de Utrecht Young Academy dat verschijnsel aan de orde. Hoe zouden docenten daar in hun onderwijs mee om kunnen gaan?
  • Voor welke studenten zijn interdisciplinaire opleidingen de beste manier om hun talenten en interesses te ontwikkelen – en welke studenten komen beter tot hun recht in disciplinaire opleidingen?
  • Welke onderwijsonderdelen en -activiteiten zorgen ervoor dat studenten hun (al dan niet) interdisciplinaire talenten en interesses zo goed mogelijk ontwikkelen? Is het zo dat studenten die zelf voor hun (vakken)keuzes verantwoordelijk zijn beter studeren? Wat zijn de mogelijkheden om reflectie op keuzes en consequenties hiervan deel te maken van een leerproces?
  •  Is er historisch gezien een samenhang tussen disciplinaire opleidingen en sociale eenzijdigheid, bijvoorbeeld op gebied van sekse, etniciteit, klasse? Trekken interdisciplinaire opleidingen meer divers talent? 
  • Wat doen studenten met de keuzeruimte die er nu in hun bacheloropleiding beschikbaar is? Voor de Universiteit Utrecht is dit vorig jaar grondig uitgezocht door Stichting OER. Wat kunnen we met deze informatie?

De aanbevelingen waarmee de Jonge Akademie haar rapport afsluit, willen wij graag aanvullen met onderstaande suggesties:

Wat kunnen universitaire bestuurders doen? Universitaire bestuurders kunnen interdisciplinariteit als onderwerp op de agenda zetten en ruimte maken om interdisciplinariteit in alle dimensies besproken, uitgeprobeerd en onderzocht kan worden. Ook kunnen zij docenten en studenten evenveel waardering (respectievelijk uren en studiepunten) geven voor deelname aan interdisciplinair als voor disciplinair onderwijs.

Wat kunnen docenten doen? Docenten kunnen doen wat zij in groten getale op de Onderwijsparade deden: best practices uitwisselen (bijvoorbeeld op het gebied van Community Learning, multi- en interdisciplinaire cursussen, minoren, honours-, bachelor- en masterprogrammas’), met elkaar en met studenten en met ondersteunende staf nadenken over wat mogelijk en wat wenselijk is. Daarnaast kunnen docenten onderzoek doen naar hun eigen onderwijs en zich verdiepen in wat elders – zowel lokaal, nationaal als internationaal – gebeurt.

Wat kunnen studenten doen? Studenten kunnen doorgaan met wat zij lang voor, tijdens en na de Onderwijsparade 2018 deden en doen: uitzoeken wat studenten willen en doen, en waar belemmeringen liggen. Studenten kunnen zelf initiatief nemen. Ze kunnen aandacht vragen voor de flanken: groepsbinding bij brede bacheloropleidingen, informatievoorziening voorbij het eigen programma of de eigen faculteit, en voor ingangseisen van vervolgopleidingen.

Op grond van onze ervaringen met de Onderwijsparade rond het thema interdisciplinariteit stellen wij dat er met een internationaal perspectief en gedegen onderzoek naar interdisciplinair onderwijs pas echt een brug kan worden geslagen tussen de bonte praktijk van interdisciplinair onderwijs en de levendige discussie hierover. Dat wordt geen vaste brug met rotsvaste pijlers, maar een bewegelijke verbinding.

Namens de Commissie Onderwijsparade 2018:  Berteke Waaldijk (hoogleraar en opleidingscoördinator Taal- en cultuurstudies) en Merel van Goch (universitair docent Liberal Arts and Sciences) (voorzitters)

Foto van workshop tijdens laatste Onderwijsparade

Facebook Twitter Whatsapp Mail