‘Huisbaantje’ in tbs-kliniek leidt tot roman

Body: 

Tijdens zijn studie gaf Michiel Stroink vierenhalf jaar bijles aan gedetineerden in een Utrechtse tbs-kliniek. Op basis van wat hij daar zag en hoorde, schreef hij de deze week verschenen roman ‘Of ik gek ben’.

“Het is een bizarre ervaring om in een tbs-kliniek te werken. Je zit één-op-één tegenover een tbs’er. Dat is dus een moordenaar, kinderverkrachter of brandstichter. Ze hebben allemaal in de krant gestaan met één letter achter hun voornaam”, vertelt Michiel Stroink (30), die in 2007 de studie Literatuurwetenschappen afrondde.

Ideale huisbaantje

Tijdens zijn studie gaf Michiel Stroink vierenhalf jaar bijles aan gedetineerden in een Utrechtse tbs-kliniek. Op basis van wat hij daar zag en hoorde, schreef hij de deze week verschenen roman ‘Of ik gek ben’.

“Het is een bizarre ervaring om in een tbs-kliniek te werken. Je zit één-op-één tegenover een tbs’er. Dat is dus een moordenaar, kinderverkrachter of brandstichter. Ze hebben allemaal in de krant gestaan met één letter achter hun voornaam”, vertelt Michiel Stroink (30), die in 2007 de studie Literatuurwetenschappen afrondde.

Ideale huisbaantje

Vierenhalf jaar gaf Stroink bijles in Nederlands, geschiedenis en maatschappijleer in de Van der Hoeven-kliniek. Aan tbs’ers die bijvoorbeeld een havo- of vmbo-diploma wilden halen. Het was het ‘huisbaantje’ van zijn studentenhuis: naast hem werkten er door de jaren heen nog zo’n vijf huisgenoten in de kliniek.

“Het is het ideale bijbaantje voor naast je studie. Dankzij het gevarengeld verdien je een paar euro per uur meer dan met tappen. En als de patiënten ‘zich niet goed voelen’, wanneer ze bijvoorbeeld last hebben van wanen, dan hoefde je een paar uur niets te doen. Maar kreeg je wel doorbetaald.”

Of ik gek ben

En, niet onbelangrijk, het baantje leverde Stroink inspiratie en stof op om zijn afgelopen maandag verschenen debuutroman te schrijven. ‘Of ik gek ben’ is geschreven vanuit de ogen van een jonge kunstenaar die vastzit in een tbs-kliniek. Van het delict dat hij begaan zou hebben kan hij zich niets meer herinneren vanwege een drank- en drugsblack-out. Het levert een geestige en knap gecomponeerde roman op die leest als een trein en eindigt met een twist.

In de roman komt een bonte stoet aan geesteszieke karakters voorbij die de boel met de regelmaat van de klok danig ontregelen. Zo is er Hakim, die opgenomen is omdat hij in de ban en uit naam van een voodoomeesteres een vrouw verkrachtte. Tijdens een tbs-feestje verliest hij onder invloed van drank en wiet (inderdaad, het schijnt gemakkelijk te kunnen in een tbs-kliniek) het contact met de werkelijkheid. Hij randt een begeleidster aan, rent naakt rond door de gymzaal met twee plastic hockeysticks en slaat daarmee twee patiënten knock-out.

Eigen ervaringen

Bepaalde scènes lijken voor een buitenstaander wat overtrokken te zijn. Toch komt het overeen met de dagelijkse gang van zeken in een tbs-kliniek, verzekert Stroink. “Alles in het boek is gebaseerd op mijn eigen ervaringen en waarnemingen. De kliniek in het boek is precies zoals de Van der Hoeven-kliniek, de personages zijn zoals de mensen daar en alle scènes hadden zo plaats kunnen vinden.”

“Waar ik bij was probeerde een vrouw, die constant zelfmoord wilde plegen, haar eigen haar in brand te steken.” Het inspireerde hem tot het personage Metje, een vrouw die als ze niet bezig is met zelfmoordpogingen, zwanger probeert te worden. Het zijn de enige oplossingen voor haar probleem: gescheiden leven van haar kinderen. Op een kwade dag heeft ze haar papieren scheurjurk en eigen haren in brand gestoken. In lichterlaaie rent ze achtjes over het grasveld, ‘God zij Metje!’ roepende.

Tijdens het schrijven heeft Stroink wel ‘wat boekjes’ erbij gepakt om zich te verdiepen in bijvoorbeeld psychische stoornissen en behandelmethoden. En het manuscript heeft hij door het hoofd opleidingen en een groepsbegeleider van de kliniek laten lezen. “Beiden zeiden dat alles wat ik beschrijf zo zou kunnen gebeuren. Dit soort gevallen gebeuren wekelijks in een kliniek. Maar dat zijn allemaal interne aangelegenheden, dus daarom hoor je er nooit iets over.”

Ontsnapping

Het meest indrukwekkende dat de auteur in de vierenhalf jaar meemaakte, was de ontsnapping van een tbs’er. Die volgde een informaticaopleiding en mocht daardoor gebruikmaken van een computer met internet. Vlak voor zijn ontsnapping had hij nog snel wat gegoogeld: een vrouwelijke bijlescollega van Stroink. De schrik zat er toen bij iedereen goed in.

Ondanks de aard van de delicten die zijn leerlingen op hun kerfstok hadden, was de schrijver nooit bang. “Je denkt: er komt zo’n gast met een stalen bal aan een ketting in een streepjespak tegenover me zitten. De patiënten weten allemaal heel goed dat ze zelf een stoornis hebben. Heb je iemand vermoord, dan ben je niet 24 uur per dag een moordenaar. Ben jij rustig, dan kopiëren ze dat.”

Niet per se slechte mensen

Stroink maakte wat grillen mee, maar toch komen tbs’ers vooral over als heel normale mensen. “Ik had de intentie om het goede van mensen te zien. Dat is ook de essentie van tbs: het humanistische, de goede dingen zien in mensen en ze de kans geven hun leven te beteren. Zo’n 85 procent van de tbs’ers gaat weer in de fout. Dat is veel. Maar het betekent ook dat 15 procent wel ‘geneest’. Dat maakt het wat mij betreft de, overigens enorme, investering waard.”

“Tbs’ers zijn niet per se altijd slecht en mensen daarbuiten kunnen ook enorme klootzakken zijn. Dat vond ik een gaaf contrast.” De kunstenaar komt op de lezer absoluut niet over als een volslagen idioot, maar heeft desondanks van de psychiaters de labels ‘narcistisch’, ‘antisociale persoonlijkheidsstoornis’ en ‘schizofreen’ opgeplakt gekregen. Zelf rationaliseert hij deze labels weg. Narcistisch? Tuurlijk, iedereen die succesvol is, is dat wel een beetje. En je gaat je vanzelf schizofreen en antisociaal gedragen als je in het Pieter Baan Centrum talloze testjes in zit te vullen, te midden van witte doktersjassen die maar blijven vragen waarom je iets hebt gedaan waarvan je zelf meent dat juist niet te hebben gedaan. Heb je eenmaal zo’n label, dan wordt dat een waarheid en vult het je leven verder in.

Waarheid is relatief

Maar waarheid is relatief, is de ongeschreven boodschap van het boek. Is het daarmee kritiek op het tbs-systeem? Stroink: “Nee, in essentie is het een goed systeem. Ik zou zelf ook niet weten hoe het anders zou moeten.” Een oordeel van een psychiater blijft altijd nodig en dat is immer in een bepaalde mate subjectief. “Het gevaar is dat als je goed genoeg zoekt, je bij iedereen wel iets kunt vinden. Zo weet ik zeker dat bij veel directeuren op de Zuidas een narcistische persoonlijkheidsstoornis vastgesteld zal worden.”

Michiel Stroink, 'Of ik gek ben' uitgeverij Meulenhof. 2012. 15 euro via e-book 12,99

Facebook Twitter Whatsapp Mail