‘We hebben in Nederland nog geen groot probleem met resistente bacteriën’

Body: 

Steeds vaker wordt in ons land de noodklok geluid over het snel groeiende probleem van antibiotica resistentie. Een berucht voorbeeld is ziekenhuisbacterie MRSA. De Utrechtse arts-microbioloog Marc Bonten, promotor van het jaar 2015, verzet zich tegen dit doemdenken.

Steeds vaker wordt in ons land de noodklok geluid over het snel groeiende probleem van antibiotica resistentie. Een berucht voorbeeld is ziekenhuisbacterie MRSA. De Utrechtse arts-microbioloog Marc Bonten, promotor van het jaar 2015, verzet zich tegen dit doemdenken.

Half december werd Nederland opgeschrikt door de uitbraak van de multiresistente bacterie Klebsiella pneumoniae. Zeker veertien patiënten in het Jeroen Boschziekenhuis in Den Bosch raakten besmet. Hoewel de uitbraak voor zover nu bekend geen slachtoffers heeft geëist, was zij koren op de molen van diegenen die al tijden waarschuwen voor een noodsituatie. Zoals NOS-redacteur Rinke van den Brink, die de verschijning van zijn boek ‘Het einde van de antibiotica’ in 2013 aankondigde in een persbericht met als alarmerende kop ‘De aanstormende bacterieramp’.

In zijn werkkamer in het UMC Utrecht reageert hoogleraar medische microbiologie Marc Bonten met een half geamuseerde, half vermoeide glimlach op dit soort spierballentaal. “Ik hoor mensen inderdaad regelmatig zeggen dat het in Nederland vijf voor twaalf is. Ik verbaas me over dat soort uitspraken, want zo erg is het echt niet. Ik ontken niet dat er wereldwijd sprake is van een groeiend probleem, maar hier in ons land hebben we de zaak goed op orde. Er komen weliswaar van tijd tot tijd uitbraken voor, maar die zijn doorgaans vrij snel nadat ze ontdekt zijn, onder controle. Neem van mij aan dat we in Nederland op dit moment geen groot resistentieprobleem hebben.”

Als er jaarlijks in Europa 25.000 doden vallen als gevolg van onbehandelbare bacteriële infecties, dan kun je toch niet zeggen dat het allemaal wel meevalt?
“Maar kloppen die cijfers wel? Dat aantal van 25.000 betreft voor een groot deel patiënten die waarschijnlijk ook gestorven zouden zijn aan een infectie met een niet-resistente bacterie. In het ziekenhuis liggen nu eenmaal veel patiënten die erg kwetsbaar zijn. Het is natuurlijk heel eervol voor die resistente bacterie dat al die sterfgevallen aan hem worden toegeschreven, maar er is met zulke patiënten echt veel meer aan de hand.”

In 2010 vond in het Maasstadziekenhuis in Rotterdam een uitbraak van Klebsiella plaats. Aan die uitbraak zijn volgens veel betrokkenen minimaal drie, maar mogelijk meer dan tien patiënten onnodig overleden. Dat is toch ernstig?
“Jawel, maar ook bij die aantallen zet ik mijn vraagtekens. Wij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar die uitbraak en er zijn inderdaad drie patiënten overleden na een infectie met die resistente bacterie. Dat staat vast. Maar in alle drie de gevallen ging het om patiënten die zonder die infectie misschien hooguit een maand langer hadden geleefd. Je kunt je dus serieus afvragen of die sterfgevallen wel aan de resistente bacterie zijn toe te schrijven. Dat is de discussie die ik met collega’s voer.”

U vindt dat de doemdenkers onder uw collega’s mensen nodeloos angst voor een ziekenhuisopname aanpraten?
“Ik erger me als mensen de stuipen op het lijf gejaagd wordt, terwijl de kans om in een Nederlands ziekenhuis een infectie met een onbehandelbare bacterie op te lopen nagenoeg nul is. De busreis naar het ziekenhuis is riskanter. We hebben de zaak hier echt goed voor elkaar. Ons beleid is erop gericht om, onder meer door een goede hygiëne en door dragers van een bacterie te isoleren, te voorkomen dat een besmetting binnen een ziekenhuis of een verpleeghuis van de ene op de andere patiënt wordt overgedragen. Met als gevolg dat het probleem na enige tijd vanzelf uitdooft. Die aanpak werkt prima. Als je kijkt naar het aantal ernstige infecties met resistente bacteriën, dan kom je in heel Nederland uit op aantallen die ze in Zuid-Europa per ziekenhuis hebben.”

Een gevaar waarop vaak wordt gewezen is de overdracht van resistentie via het eten van besmet vlees.
“Ja, ook zoiets. Op een gegeven moment ging het verhaal dat je infecties kon krijgen door het eten van kipfilet met resistente bacteriën. Ja, misschien als je die kip rauw eet, maar dat doet toch niemand? Wij hebben dat onderzocht en we weten nu zeker dat resistente bacteriën niet via het eten van kip worden overgedragen, maar toch blijft dat verhaal de ronde doen. De relatie tussen resistentie bij dieren en mensen is zeer complex en ik hoop dat we dat in de komende jaren beter gaan begrijpen. ”

Over de situatie in Nederland hoeven we wat u betreft dus niet al te somber te zijn, maar wereldwijd is er wél sprake van een serieus probleem.
“Dat klopt en het is ook hoog tijd dat daar wat aan wordt gedaan. Je zou misschien zeggen, laat ze in andere landen de Nederlandse aanpak overnemen, maar daarvoor is het vaak al te laat. Het kost ons al inspanning genoeg om de problemen buiten de deur te houden, maar het is vrijwel ondoenlijk om ze weer naar buiten te krijgen, als ze eenmaal binnen zijn. Je kunt niet een heel ziekenhuis een maand sluiten om zo de overdracht-cascade van de ene patiënt naar de andere te doorbreken. Er is dus een andere aanpak nodig.”

Zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe antibiotica?
“Dat is een van de mogelijkheden. Een tijd lang heeft de farmaceutische industrie niet thuis gegeven, omdat aan nieuwe antibiotica niet genoeg viel te verdienen. Maar gelukkig is er nu, mede onder invloed van politieke druk, sprake van een kentering. Onlangs is een aantal farmabedrijven samen met academische partners een groot onderzoeksproject gestart met als titel New drugs for bad bugs. Dat is een gigantisch project met een budget van 500 miljoen euro. De bedrijven betalen daarvan de helft, maar er zit ook veel geld in van de Europese Unie. Onze taak in dat project is het opzetten van een netwerk van ziekenhuizen, waar nieuwe antibiotica snel en effectief kunnen worden getest op hun werkzaamheid. Uiteindelijk doel is een organisatie, die na afloop van het project als zelfstandige onderzoeksorganistie verder kan gaan.”

Zijn er nog andere strategieën denkbaar in de strijd tegen resistente bacteriën?
“In onze afdeling werken we aan twee alternatieve manieren om resistentie aan te pakken. Aan de ene kant is dat het maken van betere vaccins, want vaccinatie is de meest kosteneffectieve en veilige manier om infecties te voorkomen. Ook wordt bestudeerd hoe we het menselijk afweersysteem kunnen stimuleren zodat mensen minder vatbaar worden voor infecties of beter reageren op een behandeling. Om het resistentie onderzoek in Nederland zo effectief mogelijk te laten verlopen hebben we de krachten onlangs gebundeld in het Netherlands Centre for One Health. Wij gaan in dat centrum nauw samenwerken met onderzoekers uit Wageningen, Rotterdam, Leiden, Amsterdam en het RIVM. Het grappige is dat men dat in het buitenland best bijzonder vindt. In veel landen ziet men ons als ‘die Hollanders die alles samen doen’.”

Wat is uw ambitie en waar staan we over pakweg twintig jaar?
“Mijn hoop is dat het risico op de uitbraak van een resistente bacterie in een Nederlands ziekenhuis dan nog steeds even klein is als op dit moment. Of dat risico niet nog verder omlaag zou moeten? Het is al zo laag. Lager wordt echt heel moeilijk. Verder hoop ik dat het Netherlands Centre for One Health dan een toonaangevend onderzoeksinstituut in de wereld is geworden, zodat we andere landen handvatten kunnen bieden hoe het probleem aan te pakken. Want ik ben ervan overtuigd dat onze kennis op dit gebied een prima exportproduct kan worden. En tenslotte hoop ik dat hier in De Uithof tegen die tijd een apart gebouwtje staat van de European Clinical Trial Organisation for Infectious Diseases. Als dat over twintig jaar allemaal gerealiseerd is, dan ben ik een tevreden mens.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail