Illustratie; DUB

Braaf Utrecht krijgt steeds meer ballen

Body: 

Je verveelt je er nét niet. Dat was lange tijd zo’n beetje het positiefste wat iemand over Utrecht kon zeggen. Maar met de studentenaantallen groeide de branie van de stad. Utrecht is steeds minder ‘Amsterdam voor mietjes’.

Read in English

UUUUUUUU!!!!!, klonk het dit voorjaar uit de kelen van honderden Triton-supporters. Zij vierden dat na meer dan vijftig jaar de belangrijkste studentenroeiwedstrijd van het jaar, de Varsity, weer eens was gewonnen. Datzelfde UUUUUUUUU!!!!! hoor je tegenwoordig ook als een muziekbandje  ‘Utrecht, hoe gaat het?!’ naar het publiek heeft geschreeuwd. Daarbij steken de studenten dan steevast de wijsvinger en duim de lucht in. Samen maken ze de letter U.

Die liefdesbetuiging aan hun studiestad namen de studenten opvallend genoeg over van de fans van FC Utrecht. De Utrechtse studenten staan niet bekend om hun intieme relatie met de Galgenwaard, al kan local hero Mark van der Maarel een of twee keer per jaar rekenen op de steun van een zingend vak corpsstudenten.

Trotse Triton-fans vieren Varsity-overwinning. Foto: DUB

Een Moesman-stad
Studenten die pronken met de naam van hun studiestad is in Utrecht geen vanzelfsprekendheid. Weinig verbazingwekkend, want de Utrechters zelf zijn ook nooit zo lovend over hun ‘staodsie’. Het chauvinisme is er wel, maar blijft onderhuids.

Utrecht lijkt gebukt te gaan onder het juk van de bisschopszetel. Het imago is dat van de kanunnikenstad van weleer: bedaard en saai. De bekende stadshistoricus Anbertus van Hulzen omschreef de volksaard in het Ublad als volgt: ”Utrechters zijn niet lawaaierig. Het zijn heel rustige mensen. Op het conservatieve af. Met de nodige eerbied voor hoger geplaatsten.” De Amsterdamse suprematie had een minderwaardigheidscomplex opgeleverd, zo veronderstelde hij.

Utrechters die in het begin van de jaren zeventig student waren, hebben het vaak over de stilte in de stad. Aan de Oudegracht was er het ‘Bloemterras’ en je had natuurlijk net ‘Hare Majesteits Eerste Discobar de Woolloomooloo’ bij de corpsjongens op het Janskerkhof. Maar verder leek Utrecht op het werk van de surrealistische schilders die er furore maakten. Lege straten en donkere luchten: het was een 'Moesman-stad'. Lang was Utrecht ook een armoedige en afgetrapte stad; de Voorstraat was een gribus om nog maar te zwijgen van de junkenstraat onder Hoog Catharijne. Een halve stad ook, aan de andere kant van het spoor had je weinig te zoeken. Daar stonden tot eind jaren tachtig nog twee grote kazernes. Lombok was een verloederde arbeiderswijk.

Het revolutionair elan in Utrecht was ook nooit zo groot als in andere studentensteden. Er was verzet tegen de aanleg van de A27 door Amelisweerd en tegen het “grootkapitaal” dat Hoog Catharijne bouwde. En er was een behoorlijk bloeiende krakersscene. Op de Ganzenmarkt was het ‘Ubica-pand’ nog lang een opzichtig reliek. Maar in Amsterdam gingen de stenen uit de straten, in Utrecht niet.

Meest dichtbije stad
Een stad met zo’n bescheiden karakter krijgt niet de meest extraverte studenten. Historisch gezien was de Utrechtse universiteit de voor de hand liggende bestemming voor de zonen van de landadel uit de omgeving. Nog steeds trekt de universiteit veel eerstejaars uit de omringende gemeenten. Maar er komen ook veel nieuwelingen naar Utrecht omdat het “zo lekker centraal” ligt. Het ironische nieuwsmedium De Speld stak de draak met de ranglijstjesgekte onder universiteiten en kopte: “Utrecht opnieuw dichtstbijzijnde universiteit ter wereld”. Dat was misschien niet eens zo héél ver van de werkelijkheid.

Als je al een profielschets van ‘de’ Utrechtse student wilt opstellen, dan is ‘ietwat provinciaals’ een voor de hand liggende karaktertrek. “Utrecht overdondert je niet”, zei een student in het U-blad. “Utrecht is Randstad voor mietjes”, grapte de Utrechtse geograaf Josse de Voogd op Twitter.

'Bloemterras' aan de Oudegracht, eind jaren zestig. Foto: Gemeentearchief Utrecht

Vocking-trots
Maar nu het Centraal station en de singels eindelijk ergens op beginnen te lijken, nu TivoliVredenburg iets van grootstedelijke allure uitstraalt en nu de stad prijkt op lijstjes van onontdekte tourist destinations, is er een kentering. Volgens Haagse Post-columnist Erdal Balci bedrijven in Utrecht nieuwbouw en de historische binnenstad “in de mooiste harmonie de liefde met elkaar”. De stad en de Utrechters vertonen meer branie. En de studenten etaleren zonder ironische bijbedoelingen hun verbondenheid als ze bijvoorbeeld in blauwe sweaters met 1636-opdruk (het oprichtingsjaar van de universiteit) door de binnenstad lopen.

De vraag is of het andersom ook geldt. Is Utrecht een beetje trots op zijn studenten? Uit een onderzoek van regionale omroepen en de NOS bleek onlangs dat Utrechters vooral trots waren op de Dom, de grachten, de FC en de Vockingworst. Onzin, bromde de Utrechtse historicus Maarten van Rossem. “Dat Utrecht in de afgelopen veertig jaar een leuke stad geworden is, is voor een belangrijk gedeelte natuurlijk te danken aan de omvangrijke studentenpopulatie.”

Skodagarage op het Domplein
Het is ontegenzeggelijk zo dat de levendigheid in de Utrechtse binnenstad in de afgelopen decennia enorm is toegenomen. Vanaf het eind jaren van de zeventig ontwikkelde de Oudegracht zich van “vieze stinksloot” tot hotspot. In de jaren tachtig en negentig werd discotheek Fellini onder het stadhuis populair; Utrechtse studenten zochten daarvoor hun heil vaak bij ad hoc-feesten van studieverenigingen in de catacomben aan de werven. De vaste sluitingstijden werden afgeschaft; niet langer was café het Pandje het enige toevluchtsoord voor nachtbrakers. Alleen terrassen op de pleinen lieten nog even op zich wachten. Op het Domplein stond nog een benzinepomp voor een Skodagarage. Maar vanaf de jaren negentig explodeerde de omvang van de Utrechtse horeca. De afgelopen zeven jaar was er zelfs een groei met 30 procent. Volgens de New York Times heeft Utrecht inmiddels “one of the liveliest terrace cultures in Europe”.

De koppeling met de toename van het aantal studenten -een vertienvoudiging- is tot op zekere hoogte te rechtvaardigen. Er was na de massaficatie van het onderwijs niet langer sprake van een elite die zich onder elkaar verschanste binnen de studentenvereniging. Er kwamen jongeren met allerlei verschillende achtergronden naar Utrecht. Met studiefinanciering en bijbaantjes kregen studenten nog wat te besteden ook.

Maar er zijn meer factoren aan te wijzen. Overheden zagen in een night-time economy een belangrijke impuls voor de aantrekkelijkheid van de stad. Tegelijkertijd groeide de consumptiebehoefte overal in Nederland. De studenten die eerder de mensa bezochten of voor een goedkope pizza naar de Connaisseur of Mr. Jacks gingen, kunnen nu op legio plekken terecht. Ook voor een ontbijtje, lunch of latte tussendoor. En ook buiten het traditionele centrumgebied, op Rotsoord bijvoorbeeld.

Hoogopgeleide stad
Er studeren inmiddels zo’n 70.000 studenten in de stad waarvan ongeveer 30.000 daadwerkelijk in de stad wonen. Maar Utrecht is tegenwoordig ook de snelstgroeiende stad van het land en sprint de komende tien jaar naar meer dan 410.000 inwoners. Eigenlijk is Utrecht verhoudingsgewijs steeds minder een ‘studentenstad’ geworden, eerder een ‘hoogopgeleidenstad’.

Eén van de redenen voor die groei van het Utrechtse bewonersaantal is immers dat veel studenten in Utrecht blijven wonen. En waarom zou je ook vertrekken? Voor een baan hoef je niet te verhuizen. Na de sluiting van de grote Demka- en Werkspoorfabrieken ontwikkelde Utrecht zich van industriestad tot een dienstencentrum van formaat. Inmiddels spreken we over een van de meest competitieve regio’s van Europa. Bovendien is een groot deel van Nederland vanuit Utrecht prima te bereizen. ‘Echte Utrechters’ zijn dus steeds vaker ex-studenten, uit Utrecht zelf of uit andere windstreken. Was in 2000 56 procent van de Utrechters nog in de stad geboren, nu is dat ongeveer 33 procent en in 2030 naar verwachting nog maar een kwart.

Sardientjesvervoer
Die situatie leidt ook tot bezorgdheid. Dreigt er geen tweedeling in de stad? Op sociale media gaan mensen te keer over “de GroenLinks-stad” en over die gekkigheid om De Uithof opeens “Utrecht Science Park” te noemen. En waarom Engels praten tegen zo’n internationale student die in de bediening werkt?

De toename van het aantal studenten heeft Utrecht bovendien opgezadeld met grote mobiliteitsproblemen. Linten van fietsers rijgen zich aaneen op te smalle fietspaden, en in de stadsbussen is sprake van “sardientjesvervoer”. De capaciteit van de nieuwe tramlijn is waarschijnlijk binnen no time te klein.

Daarnaast wordt soms nog altijd met scheve ogen gekeken naar de positie van de studenten op de Utrechtse woningmarkt. Studenten wonen op de mooiste plekken, drijven de huizenprijzen op en maken er nog een zootje van ook. Volgens sommigen is er in de Utrechtse wijken sprake van studentification. Die term waaide over uit het Verenigd Koninkrijk waar in steden als Birmingham en Leeds hele woonwijken vanaf het begin van de jaren negentig werden overgenomen door beleggers, met alle sociale spanningen van dien.

Het Utrechtse horeca-aanbod tenslotte is eenzijdig gericht op studenten en young professionals die er nog een studentenlevensstijl op na houden: Student Night rules. Door de homogene groep bezoekers en het relatief grote aandeel vrouwen is het in Utrecht relatief veilig in de nachtelijke uren, maar veel binnenstadsbewoners vinden dat het inmiddels de spuigaten uitloopt met de studentikoze festivalisering en verenigen zich in protestgroepen.

Het zijn invoelbare klachten. Zeker als je weet dat ook de gemeentepolitiek wordt gedomineerd door raadsleden die in Utrecht studeren of er ooit gestudeerd hebben, zoals DUB vorig jaar constateerde. Hoogleraar Mark Bovens uitte zijn zorgen daarover. “Dan ontstaat een beetje het beeld dat de rest van de bevolking niet meedoet.”

Tijdens de Utrechtse Introductietijd (UIT) maken studenten kennis met de stad. Foto: DUB

Studentificatie
De zorgen over een tweedeling binnen de stad tussen een hoogopgeleide en een minder bevoorrechte bevolking moeten serieus worden genomen. Utrechtse onderzoekers zagen bijvoorbeeld ook dat allochtone Utrechters zich zelden laten zien in het uitgaansleven, waarschijnlijk door het gebrek aan danspodia met alternatieve muzieksoorten en de studentikose nadruk op bier drinken.

Maar waar in Amsterdam de studenten verdrinken in de stad en in Leiden de stad in de studenten, lijkt de relatie tussen studenten en de stad in Utrecht evenwichtiger. Natuurlijk, er is overlast en studenten leven vaak in hun eigen Utrechtse bubbel. Maar met zoveel ex-studenten als buren, is de tolerantiegrens hoog.

Al die nieuwkomers dragen bovendien bij aan de florerende Utrechtse economie, zorgen voor een bloeiend cultureel leven en vormen naar verluidt ook de redding voor veel zieltogende sportverenigingen in de stad. Zo erg als in het Verenigd Koninkrijk is het in Utrecht ook bij lange na niet met de studentification, omdat al snel werd besloten om achterstandswijken uit te sluiten van kamerverhuur. Het opsplitsen van woningen werd later in de hele stad aan banden gelegd. Bij Utrechtse studentenghetto’s denk je eerder aan de geïsoleerd liggende wooncomplexen als het IBB of Tuindorp-West of de nieuwe flats in De Uithof. Maar daar hebben vrij weinig mensen last van.

Dat Utrecht een leukere, levendigere en misschien ook wel mooiere stad aan het worden is, daar lijken de meeste Utrechters het wel over eens. Vier op de vijf Utrechters is tevreden over het culturele en horeca-aanbod in de stad. Bijna negen op de tien Utrechters is bovendien tevreden met zijn of haar leven in de stad, blijkt uit cijfers van de gemeente.

Utrechtse studenten zijn meer dan lawaaierige feestvierders, constateerde ook burgemeester Jan van Zanen in april bij de boekpresentatie van een boek over de Utrechtse student vanaf 1945. Door er te studeren, te wonen, uit te gaan, vrijwilligerswerk te doen en te werken dragen studenten in hoge mate bij aan de sfeer en het karakter van de stad, vond Van Zanen. “Het zou een stuk leger en saaier zijn zonder hen.” Best een reden om trots op de studenten te zijn.

Dit verhaal staat ook in het magazine StudentEnStad dat DUB in september 2019 publiceert. Met dat magazine viert DUB vijftig jaar onafhankelijke universiteitsjournalistiek in Utrecht. Het thema is de verhouding tussen de Utrechtse studenten, de stad Utrecht en de Utrechters. Klik hier vanaf woensdagavond voor alle verhalen uit het magazine en enkele extra artikelen. 
Facebook Twitter Whatsapp Mail