Foto Patricia Bruijning: UMCU. Foto Berend Jan Bosch: Bas Niemans, UU. Foto Cécile van Els: Ivar Pel. Foto Arjan Stegeman: Ivar Pel.

De coronakopstukken een jaar later: 'We zijn bezig met een inhaalrace'

Body: 

Nederland zit in de derde coronagolf. Patricia Bruijning laat haar hond uit, Cécile van Els en Arjan Stegeman komen net uit een meeting en Berend Jan Bosch verheugt zich op zijn eerste week vrij in maanden. Hoe staat het ervoor met de Utrechtse coronakopstukken die DUB vorig jaar interviewde? En hoe zit het nu met mutaties, mentaal welzijn en antilichamen anno mei 2021?

Read in English

Leren leven met het Covid-19 virus

Dat corona ‘een blijvertje’ is, daar zijn de vier wetenschappers het over eens. Berend Jan Bosch is inmiddels werelds meest geciteerde coronaviroloog. “Hoe en in welke vorm het virus blijft, dat moet nog blijken. Ook of het nog steeds even ziekteverwekkend is. Wat we nog niet weten is of de immuniteit van vaccinaties en natuurlijke infectie lang houdbaar is.”

“Je kan natuurlijk niet in een glazen bol kijken”, zegt vaccinoloog Cécile van Els. “Het virus heeft bij de humane populatie met 1-0, zo niet met 10-0 voorgestaan. Door draconische, middeleeuwse maatregelen en fysieke barrières op te werpen hebben we het virus een klein beetje in toom kunnen houden en beperkt tot de verschillende waves die we hebben. Ik ben nogal hoopvol dat we met de eerste generatie vaccins het virus kunnen vertragen en indammen. Maar we moeten slimmer worden en voor de toekomst goed anticiperen op varianten.”

Epidemioloog Patricia Bruijning denkt dat corona een soort griep gaat worden. “Een seizoens-coronavirus. Bepaalde groepen zal je met enige regelmaat moeten vaccineren. En voor jongere groepen volstaat misschien wel natuurlijke immuniteit. Als je sinds dat je een baby was al aan coronavirussen bent blootgesteld, bijvoorbeeld. Waarschijnlijk wordt het een combinatie van vaccineren van bepaalde groepen en natuurlijke boosting door blootstelling aan het virus.”

Patricia Bruijning. Foto: UMCU

Vaccinaties en mutaties

De Braziliaanse, de Zuid-Afrikaanse en de Britse variant zijn al langsgekomen en de Indiaase is niet zo lang geleden vastgesteld in Nederland. Werken de huidige vaccins nog wel tegen deze mutaties van het virus?

Cécile van Els, hoogleraar Vaccinologie bij de Faculteit Diergeneeskunde en immunoloog bij het RIVM: “Het hangt af van het dossier van het virus. Of het virus niet nóg meer konijntjes uit de hoge hoed kan toveren, zeg maar. Wat het nu gedaan heeft, is op verschillende continenten dezelfde truc uithalen. We zien dat de veranderingen die door mutaties worden geselecteerd onafhankelijk van elkaar gebeuren in verschillende personen. Dat is blijkbaar logisch voor dit virus. Het kan muteren op verschillende punten zonder zijn ‘coronaviruseigenschappen’ te verliezen. Maar op een gegeven moment zit daar een limiet aan. Ik verwacht dat het virus na een tijd klaar is met de makkelijke variaties. En dat het qua muteren gaat afremmen. In de tussentijd kunnen wij zo veel mogelijk mensen immuun maken, waardoor het aantal virusdeeltjes in de populatie lager is en er dus ook minder mutaties zullen zijn. We zijn bezig met een inhaalrace.”

Cécile van Els. Foto: Ivar Pel

Maar tegen sommige varianten beschermen de vaccins wat minder goed, aldus universitair hoofddocent, kinderarts en epidemioloog bij het UMC Utrecht Patricia Bruijning: “Alleen is de vraag dan: wat voor soort infectie volgt er? Word je nog steeds doodziek, of is het enkel een milde infectie? Uit data blijkt vooral dat tweede: bij een variant werkt het vaccin niet perfect maar er is nog steeds sprake van bescherming tegen ernstige ziekte. In de komende maanden moet blijken of dat beeld standhoudt naarmate deze varianten – zoals de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse – meer gaan circuleren.”

Van Els beaamt dit. “De vaccins hebben nog steeds een geweldig effect op de varianten. Misschien is het niet meer de 90 of 95 procent effectiviteit zoals het eerst was, maar ligt het lager. Bescherming gebeurt op twee manieren: je maakt antistoffen aan en je hebt T-cel bescherming. De antistoffen slaan misschien minder goed aan op de varianten wanneer we in het laboratorium in-vitro testen, maar in de praktijk zien we dat de bescherming er nog steeds is. T-cellen lijken minder gevoelig voor bepaalde mutaties en de antistoffen zijn er in overmaat. Dan is er wel wat ruimte voor verlies in antistofeffectiviteit.”

Het wereldberoemde antilichaam

Vaccineren is niet de enige manier om iemand tegen Covid-19 te beschermen. Vorige zomer haalde Berend Jan Bosch, Universitair Hoofddocent en coronaviroloog bij de Faculteit Diergeneeskunde het wereldnieuws met het antilichaam dat hij met zijn team eerder had ontwikkeld tegen Sars-virussen, en welke ook aansloeg op corona. Wat is er inmiddels mee gebeurd?

Berend Jan Bosch. Foto: Bas Niemans, UU

“Het farmaceutische bedrijf AbbVie zag er veel heil in en heeft ons antilichaam in ontwikkeling genomen. Ze willen een behandeling maken tegen Covid-19, en dat is hartstikke mooi”, zegt Bosch. Inmiddels zit het antilichaam in fase 1 van de testfase. “De resultaten voor antilichaamtherapieën die al ontwikkeld zijn, zien er goed uit. Als antilichamen kort na infectie met het virus worden toegediend bij patiënten, kan het ziekenhuisopnames tot 85 procent verminderen. Daarbij kan het worden ingezet bij mensen die niet gevaccineerd zijn of slecht reageren op vaccinaties. Ik denk dat antistoffen een blijvende rol kunnen vervullen in de gezondheidszorg, ook in een setting waar mensen meer en meer gevaccineerd worden.”

En reageert een antistof ook op een mutatie van het virus? “Dat is een goede vraag. Eén mutatie kan al voldoende zijn om een antilichaam ineffectief te maken. Bij sommige antilichamen die ingezet worden tegen Covid-19 is dat al het geval. Maar ons antilichaam is in dat opzicht duurzamer; technisch gezegd: het bindt aan een minder variabel deel van het viruseiwit.

Dieren met corona

Niet alleen mensen krijgen corona: ook dieren spelen een belangrijke rol in het onderhouden van het virus. Konijnen, muizen, honden, katten, fretten en nog tal van andere dieren kunnen het krijgen. Afgelopen jaar werden door corona-infecties alle nertsenfokkerijen in Nederland geruimd. Wat vindt Arjan Stegeman, hoogleraar Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren bij de Faculteit Diergeneeskunde en vicevoorzitter van het Outbreak Management Team Zoönosen, hiervan?

Arjan Stegeman. Foto: Ivar Pel

“Ik vind het een goede zaak dat de nertsen niet meer terug zullen komen in Nederland. Nertsen zijn wilde dieren in een kooitje. Dat vinden we niet acceptabel, los van de dierziektes die ze dragen”, zegt Stegeman. Maar wanneer het over zoönosen – het overdragen van een virus van dier op mens – gaat, moet er naast de nertsen ook iets gebeuren aan de varkens, aldus de hoogleraar. “Varkens zijn erg gevoelig voor de griepvirussen van de mens. En omdat er zulke grote varkensstallen zijn, blijven de virussen maar circuleren. Het is een systeem van infecties dat zichzelf onderhoudt. Daarbij is het een mogelijke bron van nieuwe virussen.

“Er zijn veel redenen die aantonen dat we vinden dat onze veeteelt buiten de voegen van wat we aankunnen gegroeid is, waaronder milieu, stikstof en besmettelijke ziektes zoals de vogelgriep. We zijn het dichtsbedierde stuk land in Europa. Maar door het aanpakken van de Nederlandse veehouderij zal de kans op een pandemie maar een heel klein beetje afnemen.”

Vooral Zuidoost-Azië is een bron van virussen, zegt Stegeman. “De levende diermarkten daar zijn een miljoenen-business – alleen in China gaat 75 miljoen euro om in deze markten. Daarbij spelen er veel culturele tradities mee. Het sluiten van deze markten, wat nu de bedoeling is, zal er één van lange adem zijn.”

De wetenschap is voorgoed veranderd

Niet alleen de omgang met dieren is veranderd. Ook in de wetenschap zijn ommezwaaien gemaakt die niet snel teruggedraaid zullen worden.

Coronaviroloog Bosch: “Ik heb er ineens duizenden collega’s bijgekregen. Hiervoor was er maar een kleine groep coronavirologen. Men spreekt van de covidisation van de wetenschap. De competitie is hierdoor ook toegenomen.”

Vaccinoloog Van Els is vooral positief verrast hoe de wetenschap zo in een stroomversnelling is beland. “We hebben in een ongekend tijdsbestek bestaande technologieën ingezet en zijn heel efficiënt studies gaan doen. Qua ontwikkeling had het niet sneller gekund.”

Epidemioloog Bruijning benadrukt dat Utrecht zoveel heeft kunnen bijdragen aan de bestrijding van de pandemie. “Het is echt indrukwekkend dat Utrecht als universiteit in een wereldwijde gezondheidscrisis zo veel werk heeft kunnen bijdragen. Ik ben wel trots dat ik daar onderdeel van mag zijn.”

Aandacht voor mentaal welzijn van studenten

Een ander punt is het sociale welzijn van jongeren. Een op de drie studenten heeft psychische klachten, en kinderen hebben leerachterstanden opgelopen. Was hier eigenlijk wel genoeg aandacht voor tot nu toe?

“De capaciteit van de zorg en de ziekenhuizen heeft absoluut bepaald hoe sterk de maatregelen moesten zijn”, zegt Van Els. “Ik vind nu de ophef over de Field Labs wel interessant: of je zoveel geld in deze proeven moet steken. Dit is nou typisch een voorbeeld waarmee je aandacht geeft aan die bijeffecten en waarmee je mensen hoop geeft dat hier wél aandacht voor is. Nu is het wel een beetje klaar met alleen maar hameren op hoe erg het allemaal is. Natuurlijk blijven we voorzichtig. Maar we moeten gaan openstellen en dat moeten we nu doen.”

Bruijning denkt dat de discussie over bijeffecten nog heel lang gaat voortduren. “Of je over vijf jaar nog last hebt van deze mentale bijeffecten van de pandemie: ik kan het niet zeggen. Met name de jongeren zijn veel meer afhankelijk van sociale contacten buiten het huishouden, en dat is juist wat niet kan. Zij hebben er veel meer last van dan iemand als ik. Maar ik denk niet dat we een andere keuze hadden. Er waren zoveel meer doden gevallen als er geen lockdown was geweest.”

Bosch ziet bij zijn eigen kinderen de demotivatie om elke dag thuisonderwijs te volgen. “Toen ze laatst hoorden dat ze weer naar school mochten, stonden ze te juichen. Dat was bij mij vroeger wel anders.”

De nabije toekomst

Hoe zien de wetenschappers de nabije toekomst voor zich?
Arjan Stegeman hoopt dat in de zomer iedereen een vaccinatie heeft. Of dieren ook gevaccineerd gaan worden in Nederland, betwijfelt hij. “In Rusland doen ze het wel, en in Finland binnenkort ook. Maar ik denk niet dat huisdieren nog een hele grote rol gaan spelen in deze pandemie.”

Coronaviroloog Berend Jan Bosch maakt zich zorgen over de niet-Westerse landen, waar veel minder vaccins aanwezig zijn. “Het is zowel ethisch als in ons eigen voordeel dat er ook in die landen meer vaccins beschikbaar komen. Anders heeft het virus te veel ruimte om te blijven muteren. Covid-19 is een wereldwijd probleem dat vraagt om een wereldwijde aanpak.”

Bosch en Van Els zeggen allebei dat infectieziekten in de gaten gehouden moeten worden. Bosch: “Er moeten vaccins en antivirale middelen op de plank komen die op een breed scala van virussen effect hebben. Het beleid moet daarvoor nu al gemaakt worden.” Van Els: “De hele wereld is nu ontwricht door een simpel virus. Laten we niet onderschatten dat het gewoon nogmaals kan voorkomen. We moeten nu al lessen hieruit trekken en langetermijnbeleid voeren om dit te voorkomen.”

Patricia Bruijning verwacht steeds meer vaccinatie-effect te gaan zien. “Ik heb het vertrouwen dat we deze zomer weer in restaurants kunnen zitten. Wat ik wel heel graag ook had gezien, is dat we universiteiten en hogescholen al wat meer ruimte hadden gegeven. Het duurt allemaal maar lang en er had al veel meer mogelijk kunnen zijn qua fysiek onderwijs geven. Mits je de juiste voorzorgen treft.”

Wat zeiden deze vier Coronakopstukken vorig jaar in DUB?



Cécile van Els is hoogleraar Vaccinologie bij de Faculteit Diergeneeskunde en immunoloog bij het RIVM: Ze stond eerder in DUB met ‘Tegen corona vaccineren doe je uit solidariteit’.

Patricia Bruijning is Universitair Hoofddocent, kinderarts en epidemioloog bij het UMC Utrecht en stond eerder in DUB met ‘Snel uitzoeken hoe we kunnen samenleven met het virus’.

Arjan Stegeman is hoogleraar Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren bij de Faculteit Diergeneeskunde en vicevoorzitter van het OMT Zoönosen. Hij stond eerder in DUB met ‘Dieren kunnen een coronareservoir worden’.



Berend Jan Bosch is Universitair Hoofddocent en coronaviroloog bij de Faculteit Diergeneeskunde: in DUB stond hij eerder met ‘Onze antistoffen blokkeren infectieziekten’.


 
Facebook Twitter Whatsapp Mail