Foto DUB

DUB-panel: ‘Waar blijft de inspirerende studentenleider?’

Body: 

Docenten die gebukt gaan onder werkdruk en studenten die hun basisbeursmiljoenen zien verdampen. Reden genoeg voor luid protest, zou je denken. Maar daarvoor is weinig enthousiasme, denkt het DUB-panel. Studenten merken nog te weinig van de problemen en medewerkers vrezen dat ze met hardere acties vooral zichzelf treffen. 

Na een Utrechtse actieweek met een debat en een collegereeks in de buitenlucht, is de vraag: hoe nu verder met de kruistocht tegen bezuinigingen en werkdruk?

De Amsterdamse WOinActie-voorman Rens Bod voorspelt een stormachtige herfst, mét ontregelende acties. Misschien wel tijdens de tentamenweken in oktober. De Utrechtse filosoof Ingrid Robeyns pleit al langere tijd voor een ‘witte’ staking waarbij docenten niet meer werken dan het aantal uur dat in hun contract staat. 

De vraag is of ze de doorsnee docent en student meekrijgen, want het is niet zo dat massa’s medewerkers vorige maand deelnamen aan de acties. En van studenten wordt ook niet veel vernomen, tot grote spijt van universiteitsraadslid Floris Boudens.

Vandaag vergadert WOinActie in Utrecht over de manier waarop het protest moet worden voortgezet. Iedereen is welkom.

Reden voor DUB om zijn panelleden te polsen. Voelen zij iets borrelen onder de oppervlakte?

Als student zou ik razend zijn

Na onze mail volgde in eerste instantie een veelzeggende stilte. “Eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe groot de actiebereidheid daadwerkelijk is”, antwoordt cultureel geograaf Bouke van Gorp aarzelend op een herinneringsmail. “Of het nu gaat over staf of studenten … ik heb echt geen idee. Ik hoor er weinig over …, terwijl ik wel - ook al is periode 1 net halverwege – de effecten van de werkdruk op iedereen al weer bespeur.”

Kunsthistoricus Annemieke Hoogenboom liet studenten voorafgaand aan de actiedag op het Domplein een dia zien met het programma van de minicolleges op het Domplein: “Slechts één van de studenten voelde zich aangespoord om naar de actiebijeenkomst te gaan”, mailt ze. “‘Geen tijd, moet tentamens leren’, meenden de twintig anderen.”

Onderwijswetenschapper Casper Hulshof: “Ik heb in mijn faculteit Sociale Wetenschappen niets of niemand gehoord over de actieweek, ook geen rode vierkantjes gezien. Ik heb het aan wat collega’s gevraagd en de algemene teneur was: de enige die last heeft van een staking zijn wijzelf. (…) Als student zou ik razend zijn om de bezuinigingen, die direct tegen alle eerder gemaakte beloftes ingaan – maar ook vanuit die hoek blijft het vrij stil.”

Het is maar de vraag of het geld straks niet naar internationalisering gaat

Masterstudent Youth Studies Gwenny Jongebloed denkt dat de geringe animo bij studenten en medewerkers te maken heeft met het gebrek aan tijd en energie (“paradoxaal genoeg”) en het gebrek aan kennis over de problematiek. “Daardoor blijft de motivatie om iets te doen laag.”

Ook masterstudent Molecular & Cellular Life Sciences Laura Veerkamp meent dat studenten en medewerkers te druk zijn met de zaken die zij voor zichzelf belangrijk vinden. “Als alle energie opgaat aan het timmeren aan de eigen weg, blijft er weinig tijd over om het gezamenlijk goed te verdedigen.”

Volgens student Onderwijswetenschappen Leonie Schiphorst verwachten veel studenten bovendien dat zij zelf geen profijt gaan hebben van protesten en actie. Als er nieuwe investeringen mochten komen dan zijn zij al afgestudeerd. “Bovendien is het maar de vraag of het geld niet voornamelijk naar internationalisering, diversiteit en excellentie gaat.”

De studenten merken te weinig van de werkdruk onder docenten

Annemieke Hoogenboom verwijst naar conflictonderzoeker Jolle Demmers die op het Domplein enkele onmisbare voorwaarden voor collectieve actie noemde. Om te beginnen het hebben van een gemeenschappelijke vijand. Hoogenboom: “In Amsterdam zijn dat behalve de minister ook het college van bestuur en het faculteitsbestuur. Wij hebben alleen de minister, aangezien het CvB en het faculteitsbestuur ook rode vierkantjes dragen. Dat kan je representatieve tolerantie noemen, maar ik ben de laatste om de besturen te verwijten dat ze protesteren.”

Voorwaarde nummer twee is: verwachten dat je in de toekomst schade ondervindt. Hoogenboom: “De studenten merken (te) weinig van de werkdruk onder docenten. Zij vinden dat ze collegegeld betalen en daarmee recht op goed onderwijs gekocht hebben. De docenten honoreren die eis, door heel veel over te werken.”

Vervolgens wijst Demmers op de noodzaak van authentieke leiders. Hoogenboom daarover: “De Utrechtse medewerkers laten zich inspireren door Ingrid Robeyns. Maar een centrale, inspirerende figuur onder studenten heb ik nu niet in beeld.”

Misschien moeten we de rode vierkantjes als een soort 'zwarte hand' verspreiden

Maar als je studenten en medewerkers wel in beweging wilt krijgen, hoe zou je dat dan moeten aanpakken? Hoogenboom concludeert in haar mail: “We hebben meer repressie nodig (toch maar eens iets bezetten, en dan ontruimd worden liefst met traangas en arrestaties?), we zouden onder de studenten een beter beeld van de nadelen van de werkdruk van de docenten moeten creëren (een witte staking?), en er zou een inspirerende actieleider (m/v) voor de studenten moeten opstaan.”

“Maar”, zo vult zij aan, “dat wil niet zeggen dat de veel saaiere stille diplomatie, het strategisch onderhandelen, het schrijven van rapporten en het taaie lobbyen, niet minstens zoveel kunnen opleveren.”

Gwenny Jongebloed denkt aan laagdrempelige acties en betere informatievoorziening. “Zodra ik met studenten praatte over waarom ik een rood vierkantje droeg, wilden zij er direct ook één. Misschien is het een idee om de rode vierkantjes als een soort 'zwarte hand’ te verspreiden over de universiteitsgebouwen. Wellicht schudt die zichtbaarheid de mensen wakker om uiteindelijk zelf de straat op te gaan. Maar ja, wie gaat deze kar trekken? De mensen die de problematiek kennen en dus geen tijd hebben, of de mensen met tijd en daardoor zonder motivatie?"

Leonie Schiphorst: “In mijn ogen heeft het geen zin om te protesteren met potten, pannen en andere geluiden in de universiteitsbibliotheek zoals laatst is gebeurd. Naast het feit dat je de overheid niet bereikt, stoor je studerende medestudenten. In denk dat als je iets wil bereiken, je daadwerkelijk gezien moet worden door politiek Den Haag.”

Voormalig UCU-onderwijsdirecteur Fried Keesen is zelf inmiddels verlost van de alsmaar toenemende werkdruk: “Maar als onderwijsman in hart en nieren heb ik op één punt een hele duidelijke mening: acties moeten de veroorzakers van het probleem raken en dat zijn niet de studenten. Dus de tentamens gewoon nakijken, en liever de visitatie, het inleveren van rapporten voor de inspectie of het financiële jaarverslag maar een keertje overslaan.”

Deze samenleving zal het protest niet horen

Historicus en antropoloog Henk van Rinsum, ten slotte, wordt “een beetje verdrietig en nostalgisch” als hij denkt over universiteit en protest. Het protest in de jaren zestig was een uiting van verzet tegen autoritaire structuren, maar de samenleving zit nu heel anders in elkaar. “Ik lees de felle discussie tussen de vertegenwoordigers van WOinactie en Willem Schinkel in De Groene. Zeker, geld erbij is nodig, zeker, maar dat lost de fundamentele problemen van academia niet op. Allebei hebben ze gelijk, mooie inhoudelijke discussie maar protest?  

“De samenleving krijgt de universiteit waar ze om vraagt. Deze samenleving is niet wezenlijk geïnteresseerd in reflectie, in twijfel, in een wetenschap die niet pretendeert voortdurend snelle antwoorden te geven. Valorisatie, nut, efficiëntie, zwart-wit, dat is wat deze samenleving wil. Daarom is protest zo moeilijk te organiseren. ‘Men’ zal het protest niet horen. ‘Men’ spreekt een andere taal, de taal van ‘Kennis, Kunde, Kassa’.  Misschien rest ons om gewoon ons werk te blijven doen. Vooral doorgaan met waarheidsvinding met passie maar niet met triomfantelijk pasklare antwoorden en recepten (a.u.b. ook niet bij De Wereld Draait Door). Wie weet draait deze wereld wel door……”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail