DUB-panel wil geen dresscode voor studenten en docenten: 'Maar een college is geen beachparty'

Nee, alsjeblieft zeg. Op kledingvoorschriften voor studenten en docenten zit het DUB-panel niet te wachten. Aan de andere kant: van schaarsgeklede studenten op slippers en docenten met bloemetjesblouses worden de panelleden ook niet vrolijk. Zeven prangende kledingissues.

Eén zonnestraal, Nederland gaat uit de kleren, en er volgt discussie. Een verbod voor naveltruitjes op middelbare scholen was dit voorjaar landelijk nieuws

Wat vinden we eigenlijk aan de UU? Mag elke student en docent op de universiteit dragen wat hij of zij wil? Of zijn er situaties denkbaar dat we eisen mogen stellen aan de kleding die iemand draagt?



We vroegen ons DUB-panel: Zijn er grenzen aan (ont)kleding?

Aan formele kledingvoorschriften hebben de panelleden geen behoefte, zo blijkt uit de antwoorden. Er zijn wettelijke bepalingen voor gezichtsbedekkende kleding (integraalhelm, niqaab) die de communicatie belemmert en voor naaktloperij. Alles wat zich tussen die twee extremen afspeelt is in principe geoorloofd, maar of het ook allemaal wenselijk is?

1) Sexy geklede studenten

“De hele discussie over verbieden van minirokjes, korte broekjes en topjes bij meisjes op middelbare scholen vind ik absurd en verbieden hiervan is seksistisch”, mailt Miranda Jansen, directeur bedrijfsvoering bij het departement Maatschappijwetenschappen. 

Ook studente Pedagogische Wetenschappen Sterre Raterman ziet in kledingeisen “een seksistisch verhaal”. “De normen zijn vaak gericht op het bedekken van vrouwelijke vormen.”

Filosoof Floris van den Berg stelt: “Dat vrouwen zelf kunnen beslissen hoe bedekt of bloot zij erbij lopen, zonder door mannen te worden lastig gevallen, is een graad van beschaving. En die moeten wij koesteren.”

Ook docent-onderzoeker Sociale Geografie en Planologie Bouke van Gorp vindt dat iedereen aan moet kunnen trekken wat hij of zij wil. “Maar”, zo mailt ze, “het is wel goed om te beseffen wat je uitstraalt met wat je aanhebt. Een collegezaal is geen strand of disco. Je thesis presenteren in een naveltruitje...?  Liever niet als je wilt dat het publiek naar je presentatie luistert.”

Research-analist Mies van Steenbergen is het enige panellid dat expliciet aandringt op een dresscode aan de UU. “We zijn hier om te werken niet om een modeshow te lopen”, schrijft hij. "Op het gevaar af seksistisch genoemd te worden: een schaars geklede dame is afleidend voor hen die daarop vallen.” 

2) Studenten die zich verstoppen

Volgens docent Kunstgeschiedenis Annemieke Hoogenboom is het ook weer niet zo dat alle studenten zich te buiten gaan aan exhibitionisme. Integendeel. Ze komt met een opmerkelijke omdraaiing.

“Ik suggereer studentes (eigenlijk altijd vrouwen) die zich uit verlegenheid verstoppen in dikke sjaals en hun mouwen over hun handen trekken wel eens te streven naar een meer communicatieve stijl. Dat zou passen bij hun ontwikkeling tot professional.”


 
Binnen het DUB-panel geven studenten en medewerkers hun mening over universitaire kwesties. Klik hier voor de samenstelling van het panel en eerdere discussies.
 
3) Te casual geklede studenten

”Laatst moest een groepje studenten presenteren over toerisme, komt een van de groepsleden aan in korte broek, slippers, hemd en open wapperende blouse”, schrijft Bouke van Gorp. “Ik dacht even dat ze een rollenspel zouden doen en dat hij 'de backpacker' zou spelen..., maar helaas niks daarvan. Je wilt toch dat het publiek denkt dat je iets over het onderwerp weet, niet dat je net van het terras afkomt?”

Student Algemene Sociale Wetenschappen Michiel Vonk vindt dat studenten moeten snappen hoe ze zich gepast moeten kleden. “Anders mag er wel een vraagteken geplaatst worden bij de mate van zelfreflectie die de studenten wordt bijgebracht hier op de universiteit.”

Hij omschrijft zijn idee van “basis-fatsoen” tot in detail. “De minimumbedekking is wat mij betreft gelijk voor mannen en vrouwen, van onder naar boven: halverwege het bovenbeen tot aan een bedekte borst (waarbij strapless bij vrouwen mogelijk moet zijn en tanktops bij mannen), see-through in hele lichte mate, maar eigenlijk niet. Alles daartussen in hoeft niet zichtbaar te zijn."

4) Niet-representatieve docenten

Student Wouter Lammers schrijft: “Docenten gaan helaas nog te vaak bijzonder matig gekleed voor een werkgroep of collegezaal staan. Vaak erg grappig, maar vooral pijnlijk gênant. Dus: stop met die bloemenshirts onder het hemd, opstaande kraagjes van lelijke kringloopjasjes, loshangende riemen, bevlekte broeken, bergschoenen en open gulpen!”

Onderwijsdirecteur van het UCU Fried Keesen zag in de jaren tachtig als secretaris van een UU-examencommissie hoe studenten steeds vaker strak in het pak bij diplomauitreikingen verschenen en docenten steeds vaker in een slobbertrui. Hij stelde een dresscode voor docenten die diploma's moeten uitreiken.

“Bij zo’n gelegenheid gaat het niet aan om studenten en hun ouders te schofferen door een paar niveaus underdressed te verschijnen", mailt Keesen. "Zelf draag ik tot op de dag van vandaag niet graag een pak en een das, maar op mijn kamer heb ik altijd een setje paraat voor als de situatie daarom vraagt.”

5) Te formele studenten

Michiel Vonk heeft moeite met de nadruk op ‘representativiteit’ en ‘formele kleding’. Alsof je daar de kwaliteit van iemands werk of denken aan kan afmeten. 

“Ik vind pakken voor besturen van studentenverenigingen bespottelijk en hetzelfde geldt voor de pakken voor de Universiteitsraad die elk jaar opnieuw gemaakt worden. Vooral binnen de organisatie zelf lijkt me dit compleet overbodig en ronduit raar.”

6) Schadelijke kleding

Floris van den Berg komt met een heel ander perspectief: mogen mensen kleding dragen die leed heeft veroorzaakt?

“Het dragen van dierlijke producten, zoals leren schoenen, donsjassen, bontkragen is in strijd met het liberale niet-schadenprincipe en zou derhalve niet toegestaan moeten zijn. Dat geldt ook voor kleding afkomstig uit sweat shops waar arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden werken.”

7) Ieder zijn ding

Sterre Raterman heeft een persoonlijke aversie. “Enige verbod waarin ik mij zou kunnen vinden is dat op het dragen van slippers of ander schoeisel dat onverzorgde voeten en tenen laat zien. Ongetwijfeld zijn er een heleboel mensen die zich hier absoluut niet aan storen en dat is wat mij betreft ook het probleem met kledingeisen. Voor iedereen zijn andere dingen storend.” 

Enkele panelleden besluiten een bijdrage door expliciet hun waardering uit te spreken voor de vrijheid die universiteit bieden als het om kleedgedrag gaat.

Miranda Jansen: "Ik zal zelf nooit in een kanten mini-jurkje verschijnen met een enorm decolleté en ook tuinbroeken draag ik niet, maar ik ben blij dat de vrijheid in Nederland en binnen de UU bestaat om dit wel te doen als ik daar zin in zou hebben."

Floris van den Berg: "Ik vind het fantastisch om werk te hebben waar ik me mag kleden hoe ik wil en waar ik geen stropdas hoef te dragen."

Tags: dub-panel | kleding

Advertentie