Foto: Shutterstock, illustratie DUB

Een aantal lekkere boeken voor op een koude winterdag

Body: 

Het wetenschappelijke wordt gecombineerd met het persoonlijke. Dat schrijft onze recensent over het boek Alles smelt van Peter Kuipers Munneke. En dat geldt voor meer boeken geschreven door UU’ers die door DUB op een rijtje zijn gezet. Of het nu gaat over werkethos, geweld, het klimaat, de cultuur of het terugkijken op een studentenleven in coronatijd. Eén boek gaat letterlijk over lekkere zaken: een kookboek met 52 recepten voor 52 zoete gerechten.

Read in English

Zwerkbal & ander quarantaineleedAlles smeltHet herstel van Nederland

Aan het werkElementaire deeltjes - GeweldOpen Science: the Very Idea

Ask me anythingThe Philosophy of MatterLiterary Performances of Post-Religious Memory in the Netherlands

Stappen door m'n Stadsie52 Weeks 52 Sweets 

Herkenbare beelden van het leven in lockdown
 

De lockdown was voor studenten een “bizarre tijd”, constateert Jan Bogerd collegevoorzitter van de Hogeschool Utrecht in het voorwoord van het boek Zwerkbal en ander quarantaineleed. Dit boek bevat 15 columns geschreven door studenten journalistiek Noah Moeys en Xander Zwemstra en docent/journalist Marijke Kolk. Alle columns zijn eerder verschenen op het studentenplatform Trajectum van de HU. In elke column wordt een andere situatie binnen de lockdownperiode in geuren en kleuren omschreven vanuit de blik van de schrijver.

De lockdown wordt in de meeste columns op een erg warme manier omschreven, zoals wanneer Noah voor de eerste keer in haar tuin gaat tuinieren en een enorm leuke tijd heeft. Toch komt ook het gemis van onze vrijheid aan bod. School, horeca, clubs en festivals, een hele tijd kon je niet zoveel leuke dingen meer doen. Je kan jezelf in minimaal één column helemaal terugvinden. Ook als je geen student of docent bent. Bijna alle kanten van de lockdown worden omschreven. Voor mij was herkenbaar dat ik de eindexamens opeens niet meer hoefde te doen. Later zal dit een perfect boekje zijn om terug te lezen en dan te denken aan de bizarre tijd van de eerste lockdown.

Het is een klein boekje met een groot lettertype. Je kan het heel gemakkelijk in je kast stoppen om er eens in de zoveel tijd even in te gluren en zo hopelijk een wat positievere blik te krijgen op “het nieuwe normaal”. (Menke Leber)

Marijke Kolk, Noah Moeys en Xander Zwemstra. Zwerkbal & ander quarantaineleed – student en docent in tijden van corona. 2021. Uitgeverij Blooming. 9,99 euro


IJs is de ultieme graadmeter
 

Alles smelt is een intrigerend boek: het combineert wetenschap moeiteloos met het persoonlijke. Peter Kuipers Munneke, NOS-weerman en glacioloog aan de UU, noemt in de proloog een grafiek van het VN klimaatpanel IPCC. Die toont de broeikasgassen die de mens in de atmosfeer heeft gepompt. De grafiek is tegelijk kil en hoopvol. Op de volgende pagina’s zie je een indrukwekkende foto van de Noordelijke IJszee, vrijwel zonder ijs. Ook hier een tegenstelling van adembenemend natuurschoon en een onontkoombaar alarmsignaal. Dan, vlak voor de inhoud, eerst een liefdesverklaring: "Op een zonnige ochtend eind april 2004, boven op de berg Hellerusthamaren op bijna 79 graden noorderbreedte, werd ik verliefd. Verliefd op de wereld van sneeuw en ijs."

Die afwisseling kenmerkt het prachtig vormgegeven boek. Het staat vol met uitzichten, landschappen en satellietbeelden. De rustige, maar doelgerichte teksten waarschuwen ons intussen voor de rampzalige toekomst van klimaatverandering: hoe warmer, hoe instabieler het ijs op de wereld, hoe rapper het smelt. Dan zou de zeespiegel met 63 meter stijgen. "Als het smelt, is alles verloren." De soepele manier van onderbouwd en toegankelijk informeren wekt indruk. De auteurs hebben daarnaast ook oog voor de samenlevingen rond de noordpoolcirkel, die al eeuwen met sneeuw leven. De auteurs eindigen hun boek onverwacht hoopvol. Op de hamvraag ‘denk jij dat wij het klimaatprobleem nog op tijd op gaan lossen?’ luidt het antwoord dat niets ons in de weg staat. Het is nog niet te laat. We kunnen van fossiele brandstoffen af, er zijn alternatieve energiebronnen, geld is geen probleem en het heeft alle zin. Maar politiek, bedrijven en de maatschappij moeten het wel wíllen. Het ijs is de ultieme graadmeter geworden. (Roel Weerheijm)

Peter Kuipers Munneke en Martijn van Calmthout, Alles smelt, 2021, Uitgeverij Lias,  19,99 euro


Het neoliberale drama

Nederland is slachtoffer van een ver doorgevoerde neoliberale politiek waarbij de marktwerking en individuele vrijheid prevaleren bovendien het belang van de kwetsbaren. Dat is boodschap die blijft hangen na het leven van het boek Het herstel van Nederland van journalist en UU-alumnus Bas Mesters. Of het nu gaat om de woningmarkt, de klimaatcrisis, de gezondheidszorg, het onderwijs, de toeslagenaffaire of het migratiebeleid, de oorzaak van de crisis is ontstaan door de staat klein te maken en de marktwerking groot. Voor zijn boek interviewt hij twaalf deskundigen. In deel één wordt het probleem geschetst. Hij praat met enkele sleutelfiguren en vraagt hen welke heilige huisjes omver moeten om Nederland er weer bovenop te helpen. 

Eén van hen is Marjan Minnesma, de alumnus van het jaar uit 2016,  die met haar organisatie Urgenda de staat voor de rechter daagde om klimaatmaatregelen af te dwingen. “Als er geen visie is en je laat de markt reageren op subsidies, dan ga je de doelen nooit halen”, zegt ze. “We moeten afrekenen met het calculerende, neoliberale, oude denken dat maar niet investeert in de toekomst.” Die tendens hoor je ook bij de andere geïnterviewden.

De mooiste bijdrage in het boek vond ik het interview met de Utrechtse hoogleraar Annelien de Dijn. Zij analyseert het begrip vrijheid en constateert dat in onze maatschappij dat begrip gelinkt wordt aan ‘individuele vrijheid’ gericht op het doen waar je zin in hebt en het consumeren en feesten zoveel je wil. Daarom is vrijheid in ons land gekoppeld aan rechtse partijen. Zij pleit voor een collectieve vrijheid, om samen voor elkaar te zorgen en rekening met elkaar te houden. Hoewel Mesters bij zijn interviewers zoekt naar oplossingen, blijf je als lezer niet heel optimistisch achter. Er moet veel veranderen, maar de echte handvaten van zo’n herstel zijn nog niet zichtbaar.  (Ries Agterberg)

Bas Mesters, Herstel van Nederland. 2021. Uitgeverij Balans. 20,00 euro.
Je kunt tot 20 december een exemplaar van dit boek ook winnen via DUB prijsvraag.


Hard werken als deugd

De Amerikaanse James Kennedy kwam rond de milleniumwisseling als hoogleraar moderne geschiedenis naar Nederland en verbaasde, in eerste instantie zelfs ergerde, zich aan de werkhouding van de Nederlander. Met zijn andere kijk neemt hij de werkethos onder de loep, waardoor je je ook als lezer afvraagt waarom we werken op de manier zoals we dat doen.

In een historische vogelvlucht schetst hij de Nederlandse arbeidsethos vanaf de Tweede Wereldoorlog tot aan nu. Wat betekent werk voor de Nederlander? En welke invulling krijgt werk in zijn leven? In vier korte periodes, verklaart hij aan de hand van de heersende tijdgeest, geschiedkundige gebeurtenissen en maatschappelijke ontwikkelingen de arbeidsethos van de Nederlander: het welbekende ‘handen uit de mouwen steken’ tijdens de wederopbouw, meer vrije tijd met de komst van de verzorgingsstaat, meer mentaal intensief werk door technologische ontwikkelingen en de sterkere nadruk op zelfontplooiing door de individualisering van de maatschappij.

En hoewel de Nederlandse arbeidsethos meegegaan is met haar tijd – en op momenten ook radicaal veranderde – loopt er een rode draad door de geschiedenis: de Nederlander bleef ‘hard werken’ als deugd zien en als noodzaak om mee te kunnen draaien in de maatschappij.

Interessant is zijn analyse op de innerlijke tegenstrijdigheden die Nederlanders hebben. We identificeren ons maar al te graag als harde werker, maar roepen als eerste dat we niet te veel hooi op de vork moeten nemen en compenseren onszelf met veel vrije dagen en vakanties. We zijn ons werk steeds meer gaan zien als middel in ‘zelfverwezenlijking’, terwijl het werk zelf een steeds minder centrale rol is gaan spelen in ons leven. Al met al hebben wij een sterke arbeidsethos, concludeert Kennedy, die deze met de tijd is gaan waarderen. (Isabella Hesselink)

James C. Kennedy. Aan het werk. 2021. Uitgever Prometheus 4,99 euro


Geweld in wording

“Geweld is een glibberig begrip.” Dat is de openingszin van het boek Elementaire Deeltjes 73 – Geweld van Jolle Demmers, hoogleraar Conflict Studies aan de Universiteit Utrecht, en Luuk Slooter, universitair docent Conflict Studies aan de UU. Deze boodschap is een terugkerend thema in het boek. Door het begrip geweld vanuit allerlei invalshoeken te belichten leggen de auteurs uit waarom. Want wat is geweld nou eigenlijk? Het antwoord op deze vraag blijkt niet zomaar gegeven. Demmers en Slooter proberen hier, met hun brede kijk maar op een toch heldere manier, meer grip op te krijgen. Ze nemen de lezer mee op een interessante en prikkelende reis langs een groot aantal denkers en hun theorieën over geweld. Zo gaan ze in op het verschil tussen de smalle en de brede definitie van geweld en verklaren ze waarom fysieke geweldspektakels en structurele vormen van geweld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Als toelichting op de goed behapbare theorie wordt een groot aantal conflicten aangehaald: van de oorlog in Joegoslavië tot de rellen tegen coronamaatregelen hier in ons eigen land. Kortom, het onderwerp is complex, maar dit kleine boekje, rijk aan belangrijke informatie over het ontstaan van geweld en de definitie ervan, zorgt dat je het fenomeen snel beter begrijpt. Door de afwisseling tussen theorie en voorbeelden, en de toegankelijke schrijfstijl is Geweld aangenaam om te lezen. “Dit boek is een pleidooi om beweeglijk en bevragend te kijken naar geweld. Een pleidooi om geweld niet zozeer te zien in termen van oorzaak en gevolg, maar als continu ‘in wording’”, aldus Demmers en Slooter zelf. Dat is absoluut een goede samenvatting van wat dit Elementaire Deeltje is. (Sophie Law)

Jolle Demmers & Luuk Slooter,  Elementaire deeltjes 73 - Geweld. 2021. Uitgever Athenaeum – Polak & Van Gennep . 9,99 euro


Het omver werpen van filosofische mythen

Iedere student en onderzoeker heeft ondertussen wel van Open Science gehoord, maar waarom is het nodig en hoe is deze beweging ontstaan? Auteur Frank Miedema bevindt zich als vice-rector Onderzoek van de Universiteit Utrecht en voorzitter van het Open Science programma van de universiteit in de ideale positie om deze vragen te beantwoorden. In zijn boek Open Science, very idea analyseert hij de filosofische oorzaken van de problemen waar wetenschap momenteel mee kampt, en beschrijft hij vanuit persoonlijk en historisch perspectief hoe Open Science initiatieven hier werk van maken.

Fraude, laag publiek vertrouwen, onderwaardering van kwalitatieve methoden in de sociale- en geesteswetenschappen en onderzoek dat nauwelijks of geen maatschappelijke impact heeft: volgens Miedema zijn veel van deze problemen te herleiden naar de ineffectieve meetsystemen en impact-scores waarmee we ons onderzoek waarderen, maar op een fundamenteler niveau is het ook ons filosofische begrip van de wetenschap dat fout zit. Miedema stelt dat de meeste academici, politici en journalisten de wetenschap nog steeds zien als een waarden-vrije, objectieve methode die ons tot de waarheid kan leiden. Deze mythe is een restant van de analytische filosofie en is sinds de jaren zestig herhaaldelijk ontkracht door denkers als Kuhn, Toulmin, Shapin en Ziman die wetenschap met een sociologisch of historisch perspectief benaderden en daarmee de sociale fundering van wetenschap erkenden.

Miedema pleit voor een alternatief door maatschappelijke problemen bovenaan de onderzoeksagenda te zetten. Miedema’s probleemanalyse leunt sterk op de geschiedenis van wetenschapsfilosofie en hierdoor blijven institutionele veranderingen en de opkomst van neoliberaal beleid enigszins buiten beeld. Desondanks is het een waardevol boek voor wie meer wil weten over onze huidige onderzoekscultuur en de geschiedenis van Open Science in Nederland – zeker omdat het vele autobiografische stukken bevat over de belangrijke rol die Miedema zelf heeft gespeeld in de Open Science beweging. (Marcel Hobma)

Frank Miedema, Open Science: the very idea. 2021. Uitgeverij Springer Gratis via deze link..


Je mag deze docent alles vragen

Ask Me Anything (AMA) is ontstaan uit de pogingen van UU-docent filosofie Floris van den Berg om de online lessen tijdens de pandemie interactiever te maken. Hij nodigde studenten uit om hem via  Mentimeter vragen te stellen... over alles eigenlijk.

Van den Berg is een activistische veganist en een uitgesproken atheïst die niet terugdeinst zijn standpunten openhartig en streng te delen (ik zou het omschrijven als Nederlandse directheid op zijn best). Onderwerpen als veganisme en atheïsme zijn in onze samenleving enigszins taboe. De meeste mensen zeggen wel in God te geloven en/of eten vlees zonder zich echt af te vragen waarom ze dat doen. Van den Berg nodigt ze expliciet uit daarover na te denken en daardoor voelen mensen zich al snel persoonlijk aangevallen. Geen wonder dat de meeste vragen van studenten een toon hebben waarbij ze ofwel beledigd ofwel verbijsterd lijken door het wereldbeeld en de levensstijl van hun leraar.

Toch hoeven zijn atheïsme en veganisme niet te verbazen als je bedenkt dat hij zichzelf omschrijft als een liberaal voor wie de academische wereld een ruimte is om via de wetenschappelijke methode naar de waarheid te zoeken (geen ruimte voor religie dus) en die vindt dat we er allemaal naar moeten streven anderen - en met anderen bedoelt hij ook niet-menselijke dieren - geen leed te berokkenen.
Ik raad AMA aan voor iedereen die geïnteresseerd is in reflectie over deze en andere onderwerpen. Het boek staat ook vol met interessante leestips. Helaas mist het boek een redactie. Van den Berg heeft het procedé van vragen stellen in drie semesters uitgevoerd, en elke vraag is in het boek opgenomen. Dit betekent dat veel vragen erg op elkaar lijken en de antwoorden ook. Van den Berg zegt dat we daardoor kunnen zien welke onderwerpen studenten het belangrijkst vinden, maar het gevolg is eerder dat lezers zich ontmoedigd voelen als ze op pagina 122 de vraag "Ben je gelovig?" aantreffen nadat de docent al tientallen pagina's heeft besteed aan zijn ongelovigheid en het begrip atheïsme vanuit verschillende invalshoeken heeft belicht. (Marjorie van Elven)

Floris van den Berg, Ask Me Anything. 2021. Uitgeverij Boek Scout, 20.99 euros


Onze tijdloze verbintenis met de aarde

The philosophy of matter is een bondig maar geconcentreerd boek over de relatie tussen ons huidige turbulente leven en de planeet. Hoewel het een ‘meditatie’ is, duiken her en der scherpe, felle standpunten op, zoals in de kern van Dolphijns insteek: “Het wordt tijd dat we inzien dat de aarde niet van ons is, maar dat wij mensen in feite niets dan schimmel zijn op het aardoppervlak. Of beter: de meest destructieve levensvorm die de aarde ooit heeft gekend.”

We hebben ideeën over onze relatie met de aarde die ver van de logica van de aarde afstaan en die toch, als ‘humanistische’ ideeën, lange tijd meegaan. Dolphijn introduceert een tijdloze mens, een ‘geometer’, die zich vanaf prehistorische tijden verhield tot de verhouding tussen voorspelling en de reële chaos van nieuw ontdekt gebied. De tijdloze mens veranderde gaandeweg in de ‘econoom’, letterlijk iemand ‘die het huishouden leidt’. Daar is het misgegaan: de econoom werkt met sterk versimpelde feiten en cijfers. Dolphijn noemt hem een “sociale wetenschapper met pleinvrees”. Op de overgang van de geometer naar de econoom kwam eerst de uitvinding van de familie als sociaal construct, en daaruit religie, humanisme en kapitalisme. Ver weg van sociale, mentale en natuurlijke ecologie en de niet-menselijke realiteit kwam deze nieuwe samenleving tot bloei.

Het leidt naar het centrale punt: de breuk die de aarde openbreekt en de wond die het lichaam openbreekt. In de onderstroom van het leven zijn deze breuken en wonden te vinden. De geometers zijn niet verdwenen; in bijvoorbeeld de Japanse schrijver Murakami herkent Dolphijn een echte geometer. Zijn betoog toont het belang aan van deze mensen, die onze tijdloze verbintenis met de aarde blijven bekrachtigen. (Roel Weerheijm)

Rick Dolphijn, The philosophy of matter, a meditation, 2021, Bloomsbury, 19,99 euro


 


De link van Salman Rushdie naar Reve, Wolkers en ’t Hart

De Utrechtse literatuurwetenschapper Jesseka Batteau heeft haar proefschrfit Literature and the Performance of Post-Religious Memory in the Netherlands: Gerard Reve, Jan Wolkers and Maarten ’t Hart mogen omzetten in een boek. Een Engelstalig boek nog wel.  Ze is vooral nieuwsgierig welke rol deze auteurs speelden in de jaren 60 en 70 bij de secularisering van Nederland. Daarbij kijkt ze naar de invloed van bestsellers als Nader tot U (Reve), Terug naar Oegstgeest (Wolkers) en Een vlucht regenwulpen (Maarten ’t Hart). Maar ze kijkt ook naar de rol die deze spraakmakende auteurs speelden in het openbare leven. Reve baarde opzien met een paar interviews op tv waaronder die in de Allerheiligste hartkerk. Wolkers was een toonbeeld van activisme en seksuele vrijheid, Maarten ’t Hart toonde zich op tv  in vrouwenkleren. Het waren iconen die alleen al door hun performance in het openbaar een rol speelden bij de ontkerkelijking. Dat hun werk deels autobiografisch was, maakte dat effect sterker.

Opvallend is het verband dat Batteau in haar introductie legt tussen de drie Nederlandse auteurs en de ontvangst van het werk Satanische Verzen van Salman Rushdie. Moslims zagen het boek als blasfemie en hadden weinig begrip voor de literaire fictie. Die parallel ziet Batteau ook in de jaren 60 en 70 waarin de fundamentele christenen het werk van de Nederlandse schrijvers als blasfemisch of tegen de goede zeden terzijde schuiven en zelfs willen verbieden. Het effect is averechts. Doordat de auteurs algemeen erkende figuren worden, dragen ze met hun werk en hun persoon bij aan de secularisatie van de samenleving. Vrouwelijke auteurs waren toen niet in beeld, schrijft ze. Hun stem kwam pas de laatste jaren naar voren met auteurs als Francisca Treur en Marieke Lucas Rijneveld. Batteau eindigt haar boek met een beschouwing over Lale Gül die zich verzet tegen haar islamistische opvoeding en komt zo ook weer terug bij Rushdie. Het boek geeft  een mooi beeld van de naoorlogse morele veranderingen in de Nederlandse samenleving. Alleen zal de studie van de auteurs en de literair theoretische beschouwing voor de lezers van een publieksboek wel wat te gedetailleerd zijn. (Ries Agterberg)

Jesseka Batteau, Literary Performances of Post-Religious Memory in the Netherlands. 2021. Uitgeverij Brill. 139 euro.


Stappen door m’n stadsie: een Utrechter over Utrecht

“‘De parel van Europa’, zo werd ze wel genoemd. Anna Maria van Schurman (1607-1678) was een wonderkind dat zo ongeveer alles kon. Maar studeren, dat mocht ze niet. Ze was namelijk een vrouw.” Zo begint hoofdstuk 14 van Stappen door m’n stadsie van Iris Dijkstra. Het verhaal over Anna Maria van Schurman, de eerste officieuze vrouwelijke student aan een Nederlandse universiteit, is een verhaal dat te lang tot het verleden heeft behoord en vaker verteld mag worden. En daar heeft Stappen door m'n stadsie er meer van.

Dijkstra promoveerde in de psychologie, maar leidt al jaren groepen rond in verschillende steden in Nederland. Het liefst doet ze dat, naar eigen zeggen, in Utrecht. Om die laatstgenoemde in het zonnetje te zetten, komt ze nu met haar eigen boek. Haar eerste. In dertig onderwerpen, onderverdeeld in acht thema’s, neemt Dijkstra de lezer mee naar plekken in Utrecht waar gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan, maar waar ‘vergane glorie’ en ‘beroemde dames en heren’ nog springlevend zijn.

Dijkstra is in haar onderzoek voor het boek op een aantal ‘heim-weetjes’ gestuit – verhaaltjes waar weinig mensen van weten – en ontkracht een paar hardnekkige onjuistheden over de stad. Stappen door m'n stadsie geeft daardoor antwoord op vragen die je voorheen niet had, maar niet had willen missen. Dat maakt het boek boeiender dan de doorsnee stadsgids. Ook voor degenen die dachten alles al te weten. Soms valt Dijkstra in herhaling, zoals in de hoofdstukken over het Kerkenkruis of Sint-Maarten, maar vervelen doet het nooit. (Martine Jansen)

Iris Dijkstra, Stappen door m’n stadsie. 2021. Uitgeverij WBOOKS. 24,95 euro.


Rechtenstudent bakt zoete koekjes

Het komt niet vaak voor dat een student Legal Research aan de universiteit een kookboek schrijft. Daar brengt Vedika Luthra dus verandering in. Luthra is bekend van haar kook- en bakplatform Hot Chocolate Hits waar een aantal van haar recepten uit het boek 52 Weeks, 52 Sweets ook zijn terug te vinden.

Wat direct opvalt is dat het uiteraard heel veel zoetigheid is. Daar moet je wel van houden. Het boek bevat diverse recepten, van simpele fool-proof-koekjes – daar straks meer over –en een decadente warme chocolademelk waarvan ik dan denk, moet dit echt in een boek, tot aan vrij ingewikkelde recepten. De mix van niveau en recepturen bevat een fijne afwisseling.

Verder bevatten de recepten een luchtige inleiding met soms een persoonlijk verhaal, waarmee Luthra haar eigen signatuur aan het baksel verbindt. Daar kan Sonja Bakker, de goeroe met recepten om op gewicht te komen, nog wat van leren.

Voor deze recensie bakte ik onder meer No-Bake Raw, Vegan Brownies, Lime and Coconut Cake en Snowball Cookies met mijn buren als proefkonijn.

Een goed veganistisch recept is lastig te vinden. Mijn vegan-buurvrouw was dan ook blij verrast toen ik kwam aanzetten met deze brownies. Het recept is vrij simpel, de verhoudingen zorgen voor de juiste chewyness. Wellicht een tikkeltje te zout, maar dat staat in fijn contrast met de zoete dadels.

Limoen en kokos; een heerlijke combinatie! Maar waar ik persoonlijk nooit aan zou denken, is om volle kokosmelk in het cakebeslag te gieten. De textuur van de cake komt het echt ten goede, maar zorg wel dat hij voldoende is afgekoeld voor je ‘m uit het cakeblik haalt.

Tot slot de Snowball Cookies die er letterlijk uitzien als kleine sneeuwballen. Dit foolproof recept is letterlijk foolproof en de auteur raad je ook aan om lekker ermee te experimenteren qua smaakpallet. Ik hield me aan het basisrecept, maar moet wel zeggen dat het voor mij iets te zoet is. De koekjes twee keer door de poedersuiker rollen, daar zal mijn tandarts anders over denken. Maar wel lekker voor bij de koffie of thee tijdens de kerstdagen!

Al met al bevat dit kookboek een verscheidenheid aan recepten. Let wel, sommige zijn zeer seizoensgebonden. Gelukkig kun je dan wel elke week aan de bak. En anders kun je altijd nog gaan watertanden bij de fantastische foto’s in het boek.(Matthijs Meulblok)

Vedika Luthra, 52 Weeks, 52 Sweets. 2021. Uitgever Mango Publishing Group. Via Amazon NL 32,58 euro.

Facebook Twitter Whatsapp Mail