Onderzoekster Wytske Versteeg van de Urban Futures Studios (Geowetenschappen) tijdens haar gastcollege bij IMC Weekendschool

Een diversere universiteit begint op de weekendschool

Body: 

Een aantal studenten en docenten van de UU geven in hun vrije tijd les op IMC Weekendschool; een aanvullend onderwijsprogramma voor kinderen uit achtergestelde wijken. De hoop is dat 10- tot 13-jarigen zo het meeste uit zichzelf halen en eventueel doorstromen naar de universiteit. Na de zomervakantie is er voor het eerst ook een cursus van de faculteit Sociale Wetenschappen.

“Dit is mijn hond Bambi”, begint onderzoekster Wytske Versteeg van de Urban Futures Studios (Geowetenschappen) haar college. “Ah wat lief”, klinkt er in reactie op de foto die achter haar op het schoolbord te zien is. Gevolgd door een klassikale “ieeel” als daarna haar ratachtige huisdieren in beeld verschijnen.

Het zou een vreemd begin van haar college zijn als de zaal vol met UU-studenten zou zitten, maar de leeftijd van de ‘studenten’ in dit klaslokaal ligt zo’n zeven jaar lager dan die van een eerstejaars aan de universiteit. In de belevingswereld van deze dertien jongens en meisje is Frans Timmermans “een oude opa” en val je bijna van je stoel bij de gedachte dat je over twintig jaar dertig bent.

De 10-jarigen komen bijna iedere zondag naar IMC Weekendschool. Het idee is dat kinderen uit sociaaleconomisch achtergestelde wijken daar tijdens een 3-jarig traject in contact komen met “bevlogen professionals” zoals Versteeg. Met de lessen van onder andere onderzoekers, advocaten en kunstenaars hoopt de organisatie de toekomstperspectieven van de kinderen te verbreden, hun zelfvertrouwen te vergroten en hun verbondenheid met de samenleving te versterken. “Want als je weet wat er later allemaal mogelijk is, ben je als leerling meer gedreven.”


UU-student Ontwikkelingspsychologie Celine Beck die vrijwilliger op IMC Weekendschool is.

Uit een onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam in 2016 uitvoerde onder alumni van de school, blijkt dat deze doelen ook gerealiseerd worden. “Deelname aan de weekendschool wordt niet per definitie gezien als iets positiefs (bijvoorbeeld als een leuke tijdsbesteding), maar wel als iets vormends en levensbepalends. Het merendeel geeft dan ook aan de ervaring niet te hebben willen missen. “Kinderen krijgen een kijkje in de toekomst door hen te laten zien wat hun mogelijkheden zijn. Hierdoor zijn zij gemotiveerder om hun middelbare school af te ronden en willen zij daarna verder leren.”

Het is één van de redenen waarom een aantal faculteiten van de Universiteit Utrecht bij de stichting betrokken zijn. Een diverse studentenpopulatie begint al op de basisschool, zo is de gedachte. Want er zijn basisschoolkinderen uit sociaaleconomische achterstandsposities die wel een VWO-advies krijgen, maar thuis onvoldoende mogelijkheden hebben om het ook daadwerkelijk tot de universiteit te schoppen. Door ze vanaf groep zeven extra te prikkelen, is de hoop dat zij het beter doen op de middelbare school en dit op den duur dus ook in een diverse studentenpopulatie resulteert. Hoewel niet de indruk moet ontstaan dat de weekendschool alleen bedoelt is voor kinderen met universitaire potentie. “Het doel is niet dat kinderen bovenaan de sociale ladder komen te staan, maar bovenaan hun eigen ladder”, aldus oud-deelneemster en UU-student Maryam Lyousoufi.

“We vinden het belangrijk om kinderen verderop te helpen”, beaamt docent Joyce Parlevliet van Diergeneeskunde. Die faculteit verzorgt al twaalf jaar twee colleges op de weekendschool en een excursie naar de ‘thuisbasis’ in De Uithof. Op de eerste dag is het letterlijk een beestenbende in de klas. Parlevliet en een aantal studenten Diergeneeskunde laten de kinderen dan kennismaken met verschillende dieren; van wandelende takken tot konijnen en van boomkikkers tot slangen en kippen. Net wat ze mee kunnen nemen. In het tweede college leren kinderen wat je eigenlijk kunt worden als je diergeneeskunde hebt gestudeerd; van dierenarts tot kwaliteitscontroleur van vlees of onderzoeker. In het derde college gaan ze op excursie en mogen ze zelf aan de slag. Ze kijken dan of melk “ziek” is, mogen in de pens (eerste van de vier magen) van een koe voelen, leren hechten op een plankje met zeemlerenlap en leggen een verband aan bij een paard.

Parlevliet durft niet te zeggen of er ook weekendschool-studenten zijn doorgestroomd naar de opleiding Diergeneeskunde. Toch is die hoop voor universitair hoofddocent Leoniek Wijngaards-de Meij aanleiding om vanuit de faculteit Sociale Wetenschappen samen met twee honoursstudenten een cursus voor de weekendschool te ontwerpen. Wijngaards-De Meij werkt als Teaching Fellow vanuit het Centre for Academic Teaching aan de vraag hoe je met diversiteit en een inclusieve cultuur het onderwijs kan verbeteren. Daarbij gaat het onder andere over het aantrekken van ondervertegenwoordigde groepen zoals de kinderen die naar de weekendschool gaan.

“We hebben bij Sociale Wetenschappen een weinig diverse studentsamenstelling. En dan met name bij studies zoals Algemene Sociale Wetenschappen, Pedagogiek en Culturele Antropologie. Er is niet één knop waar je aan kunt draaien om dat te veranderen, maar we hebben het idee dat één van de redenen dat er minder voor die studies wordt gekozen is dat ze niet bekend zijn. Via de weekendschool willen we de Sociale Wetenschappen meer bekendheid geven en duidelijker maken wat je ermee kunt doen.”


Door te fantaseren over de toekomst van een plek in hun wijk, laat Wytske Versteeg van de Urban Futures Studios de eerstejaars weekendschoolklas ervaren wat haar werk inhoudt. “We gaan een kleine tijdreis maken”, zegt ze als we bij een paar winkeltjes tegenover station Overvecht staan. Als ze iedereen daarom vraagt om de ogen dicht te doen, klinkt er een klein protest. “Mensen zien ons”, mompelt één van de meisjes duidelijk beschaamd. Als uiteindelijk toch iedereen hun ogen heeft dichtgedaan, vervolgt Versteeg: “We gaan twintig jaar vooruit in de tijd. Hoe ziet de wereld er dan uit? Wat zie je?” “Zwart”, reageert één van de jongens. Er klinkt gegiechel. 

Het zo ver vooruit kijken blijkt lastig. Maar met wat vragen komen de jongeren los. Want als we steeds meer spullen online kopen, hebben we over twintig jaar dan nog wel winkels? En zo nee, wat komt er dan op de plaats van de winkeltjes? “Een daklozenopvang”, suggereert Milan die vindt dat die ontbreekt in de wijk. En er missen nog wel meer dingen, zo blijkt als de ideeën een beetje boven komen borrelen. Goede sloten op flatdeuren bijvoorbeeld (“je trapt ze zo open”), stoepjes waar mensen met een rollator makkelijk van op en af kunnen en vooral bomen. Heel veel bomen. “En”, zegt Mohammed, “Er is geen speelplek voor meisjes. Voor jongens zijn er voetbalveldjes, maar meisjes kunnen alleen maar lopen.”

Jesse Hoffman, net zoals Versteeg verbonden aan de Urban Futures Studios, vindt die observaties van de Weekendschool-studenten indrukwekkend. Hij was zelf in een ander gedeelte van de wijk op stap met een groepje studenten. Dat resulteerde onder andere in het idee om groene hangplekken voor jong en oud aan te leggen; leuk en tegelijkertijd goed voor het milieu. “Het is opvallend dat ze dichtbij zichzelf en hun omgeving blijven”, aldus Hoffman over de suggesties van de Weekendschool-studenten. “Ze zijn al heel scherp op wat er op dit moment is, zowel de goede als slechte zaken.”


Die “scherpe” observaties omzetten in een posterpresentatie blijkt voor het groepje van Versteeg lastig. Als de zes leerlingen hun toekomstbeeld uitwerken op een foto van de locatie, transformeert het winkelstraatje onherkenbaar. Links en rechts worden rigoureus plaatjes van bomen, bloemen en planten geplakt. De winkels en de huizen verdwijnen in een zee van groen. Plotseling kijken we niet meer naar een foto van een woonwijk, maar naar een park met een rondvliegende ufo. Dat laatste is de enige herinnering aan het feit dat het om een toekomstbeeld gaat. Alle andere ideeën zoals de speelplaats voor meisjes en daklozenopvang vinden zich geen weg naar het papier.

Als tijdens de klassikale presentatie één van de meisjes giebelend vertelt over de getekende ufo, laat Versteeg merken dat ze ietwat teleurgesteld is. “Jullie hebben veel meer gedaan dan jullie nu laten zien. Je mag jezelf meer verkopen. Jullie hebben goed onderzoek gedaan en hadden concrete oplossingen. Dat vond ik heel bijzonder. Als onderzoeker is het belangrijk om daarna ook te laten zien wat je hebt gedaan.” Als de Versteeg daarna vertelt dat ze het wel een “hele leuke” dag vond en dat de leerlingen eigenlijk veel betere ideeën had dan de “oudere mensen” aan wie ze weleens lesgeeft (“die zijn wat meer vastgeroest, jullie hebben fantasie”), gaan ze allemaal glimmend van trots naar huis.

IMC Weekendschool is een stichting die draait op vrijwilligers. Ze zijn altijd opzoek naar studenten en docenten die op zondag de klassen willen begeleiden. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail