Een universiteit in Zeeland: economische en intellectuele boost

'De Roosevelt-studenten in het oude stadhuis van Middelburg hebben grote economische waarde'

Zeeland heeft veel te winnen bij wetenschappelijke kennis en jonge ambitieuze studenten, hoort DUB. Er liggen kansen op minstens drie terreinen. Het University College Roosevelt is goed voor de stad Middelburg, voor bedrijven en instellingen, maar ook voor het Zeeuwse zelfbewustzijn. Zo helpt de Universiteit Utrecht met het intiatief de regio vooruit.

1 ‘Middelburg is fundamenteel veranderd’.
Wat de komst van een universitaire opleiding betekent voor een stad.




Standplaats Middelburg
Het University College Roosevelt bestaat 10 jaar. DUB schrijft een reeks artikelen over dit tweede college van de UU. Kijk  hier.

Als Dick van den Bout door Middelburg loopt, verbaast het hem nog steeds wat de komst van een paar honderd studenten kan doen. “De zichtbaarheid van die jongeren is enorm. De café’s , de befaamde boekhandel De Drukkerij; de hele Middelburgse gemeenschap is erdoor verrijkt. Alleen dat al is een economische factor van belang. De stad is fundamenteel veranderd.”

Van den Bout was, samen met zijn oude buurjongen Hans Adriaansens, de grondlegger van het University College Roosevelt. De directeur van SCOOP, het Zeeuwse Sociaal en Cultureel Planbureau, is er nog steeds trots op dat hen lukte wat vele voorgangers niet lukten: een wetenschappelijk instituut naar het kennisarme Zeeland halen. “Dat was verschrikkelijk belangrijk. De trek naar de grote steden zorgde voor een dip in de bevolkingspyramide. Tussen de 17 en 30 jaar was iedereen vertrokken.”

Inmiddels pleit Van den Bout openlijk voor een tweede college in Middelburg. “De belangstelling voor het huidige college is groot. De formule is dus succesvol. Ik zie in Middelburg graag een sfeer ontstaan zoals je die in Oxford en Cambridge aantreft.”

In een interview met de Provinciale Zeeuwse Courant berekenden Van den Bout en Adriaansens dat een student de regio 25.000 euro per jaar oplevert.


2. ‘Zeeland als Florida aan de Schelde’.
Wat UCR bijdraagt aan de kenniseconomie.

De komst van een wetenschappelijk instituut betekende voor Zeeland veel meer dan de introductie van een nieuwe pleisterplaats voor ambitieuze jongeren, weet Van den Bout. Hij noemt de samenwerking tussen de onderwijsinstelling en andere Zeeuwse organisaties en het Zeeuwse bedrijfsleven als één van de grootste winstpunten van de afgelopen jaren. “Mensen zeggen dat er een bredere blik is ontstaan.”

Als voorbeeld noemt Van den Bout de betrokkenheid van UCR bij ontwikkelingen op het gebied van biobased  industry in de Zeeuwse en Vlaamse havens. Daar wordt geprobeerd bedrijven en industrieën op een groenere manier producten te laten produceren. Daarnaast willen bedrijven en overheden duurzamer met afvalstromen omgaan. “Onderzoeksprojecten van studenten dragen daar zeker aan bij.”

De Wetenschappelijke Raad Zeeland (WRZ) werkt aan een advies waarin de rol van kennisinstellingen als de Hogeschool Zeeland en het UCR in de broodnodige innovatie van de Zeeuwse economie centraal staat. Grote bedrijven als Dow Chemicals in Terneuzen zijn nauw betrokken bij de voorstellen.

UCR-docent Joris Meijaard is één van de auteurs van het WRZ-adviesrapport ‘de slimme kracht van Zeeland’ dat dit voorjaar naar de Provinciale Staten van Zeeland wordt gestuurd. “Hoe ga je slim om met minder geld? Dan moet je je concentreren op dingen die de grootste effecten hebben. Uit al het vergelijkende onderzoek blijkt dat R&D-investeringen, samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en bedrijfsleven en het opleiden van mensen dan het allerbelangrijkst zijn.”

Meijaard zou daarom graag nog veel meer kennisinvesteringen willen zien in Zeeland. Hij verwijst naar het Finse Epanet-initiatief in de regio Zuid-Ostrobothnië waarbij in een gebied zonder eigen universiteit of hogeschool lokale bedrijven en instellingen 20 leerstoelen oprichtten als ‘filialen’ van diverse Finse universiteiten.

Met wetenschappelijke kennis kan het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen veel voordeel behalen, denkt Meijaard. Het UCR is volgens hem op de juiste weg. Zo draagt het Zeeuwse instituut veel bij aan twee thema’s die de provincie in een toekomstvisie voor 2040 centraal stelt: recreatie en gezond ouder worden. De provincie richt zich daarbij onder meer op kapitaalkrachtige ouderen die de rust opzoeken. “Zeeland staat niet voor niets bekend als het Florida aan de Schelde. Daar zit ook economische waarde in.”

Een praktijkvoorbeeld van deze manier van samenwerken is het dementie-onderzoek bij de Zeeuwse geheugenpoli’s. Dit UCR-onderzoek maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Maintaining Health. Binnen dat programma doet docent-onderzoeker Gerda Andringa samen met studenten onderzoek naar de opzet en toepassing van een test die ouderen met beginnend geheugenverlies moet helpen: de Test Your Memory-test (TYM).

Samen met Andringa hebben de studenten gewerkt aan de vertaling van de oorspronkelijk Britse test naar de Nederlandse situatie en aan een beschrijving van de standaardprocedure die gevolgd moet worden bij de afname. Andringa: “Met de TYM-vragenlijst kunnen we redelijk nauwkeurig vaststellen of er sprake is van een neurocognitieve stoornis zoals Alzheimer. De test is bovendien veel laagdrempeliger dan de veel intensievere medische onderzoeken. Onderzocht wordt of de test in de toekomst gewoon thuis kan worden afgenomen. We hopen dat ouders minder schroom zullen voelen om hun probleem bespreekbaar te maken. De meeste ouderen met geheugenverlies willen niet zozeer een oplossing, ze willen gehoord worden.”

Tel uit je winst: ouderen gelukkiger en het is op termijn ook nog eens goedkoper. Andringa ziet daarnaast een ideale kruisbestuiving tussen UCR en ziekenhuizen. Studenten die een medische vervolgopleiding ambiëren, doen nuttige ervaring op in een ziekenhuisomgeving. Artsen worden geprikkeld om na te denken over hun alledaagse handelen. “Die moeten opeens lastige vragen beantwoorden van eigenwijze studenten.”

En dan zijn er de netwerkopbrengsten waar Meijaard en de WRZ op hopen. Andringa: “De samenwerking binnen die hele keten in de gezondheidszorg krijgt een impuls. Ziekenhuizen, wijkgezondheidszorg, huisartsen gaan met elkaar in gesprek. Dat is niet alleen goed voor de behandeling van dementie, lijkt me zo.” De offspin van de kennissamenwerking is er inmiddels ook: een Zeeuws bedrijf zorgt voor de digitalisering van de testen.


3. ‘De verdiepingsslag’.
Hoe UCR het intellectuele klimaat in Zeeland prikkelt

De derde opbrengst van kennisontwikkeling voor Zeeland, is "zachter" en indirecter van aard, weet Meijaard. UCR draagt bij aan iets dat na de glorieperiode in het VOC-tijdperk misschien wat in de vergetelheid is geraakt: een uitdagend intellectueel klimaat.

“Wetenschappelijk onderzoek stimuleert de geest”, vindt hij. “Dat komt op alle niveaus het economische, bestuurlijke en politieke proces ten goede”. Ter illustratie wijst de UCR-docent hij op het onderzoek van het Middelburgse Roosevelt Study Center en de jaarlijkse uitreiking van de Four Freedoms Award, afwisselend in Middelburg en New York, aan personen die zich inzetten voor burgerlijke vrijheden in de wereld. “Dat is natuurlijk voor een deel een imago- en marketinginitiatief. Maar het is ook echt wel meer dan dat. De Zeeuwen worden weer aangemoedigd na te denken over wie ze zijn of willen zijn.

Ook volgens Dick van den Bout is de aanwezigheid van het UCR essentieel voor de ‘verdiepingsslag’ die Zeeland op sociaal-cultureel gebied wil maken. “De Zeeuwse bibliotheek nodigt binnen het project ‘Standplaats Zeeland’ prominenten als Alexander Rinnooy Kan en Paul Schnabel uit om te debatteren over de toekomst van de provincie. Zo’n project lag voor de komst van het University College veel minder voor de hand.”

In het WRZ-rapport komen Meijaard en zijn co-auteurs tot de conclusie dat investeringen in kennis en scholing op tal van vlakken van belang is voor Zeeland. Als investeerders, bedrijven en jonge ondernemende mensen het idee krijgen dat de provincie aantrekkelijker wordt, kan er een “virtueuze cirkel” ontstaan waarbij investeringen steeds nieuwe investeringen oproepen.

Bang dat studenten na hun bacheloropleiding Zeeland geheel en al vergeten en dat hun bijdrage aan een innovatief Zeeland daarmee vervliegt, is SCOOP-directeur Van den Bout niet. “Ik zie grote betrokkenheid bij alumni. Op vacatures in Zeeland wordt zeer regelmatig door oud-studenten gereageerd. In die eerste studiejaren leg je de basis voor wie je wordt. Niemand vergeet die periode.”

Advertentie