De Uithof blijft voorlopig vrijwel leeg door de OV-beperkingen. Foto: Hans van Leeuwen

Gefrustreerd UU-bestuur: onderwijs in gebouwen voorlopig in spaarstand

Body: 

Terwijl overal in het land scholen, musea, bibliotheken en kroegen de deuren weer openen, zijn de universitaire campussen nog in een verregaande staat van lockdown. Dat is moeilijk te verteren. Hoe moet het verder met het Utrechtse onderwijs? Een gesprek met Elaine Mak, voorzitter van een werkgroep die voor het UU-bestuur scenario’s opstelde, en rector Henk Kummeling.

Read in English

Een hele generatie wordt gedupeerd als studenten niet heel snel hun medestudenten en docenten weer ontmoeten. Dat was de kern van het opiniestuk dat de Utrechtse rector Henk Kummeling samen met enkele andere rectoren vorige week publiceerde. De rectoren hekelden het feit dat studenten zo’n beetje als laatsten aan de beurt lijken te komen om weer van het OV gebruik te maken.

Het zijn volgens de rector vooral de “ridicuul korte tijdslots” die universiteiten beperken. Instellingen moeten van het kabinet hun onderwijs zo organiseren dat studenten alleen tussen 11 en 3 en na 8 uur ’s avonds met het ov reizen. “Het is frustrerend om te zien dat andere sectoren wel meer vrijheden krijgen. Vooral ook als je bedenkt dat wij mensen opleiden die in de toekomst voor onze welvaart en ons welzijn moeten zorgen.”

Het opiniestuk volgde op een week waarin SER-voorzitter Mariëtte Hamer opperde dat online onderwijs wel eens een structurele oplossing voor het spitsprobleem in het OV kan zijn. Dat was een boodschap die verschillende politici maar wat graag hoorden.

“Maar dan zeg ik: ho, ho. De huidige situatie mag geen vanzelfsprekendheid worden. Voor goed onderwijs is het echt nodig dat studenten elkaar en hun docenten regelmatig zien. Een opleiding is bovendien ook een noodzakelijke vorm van socialisering die studenten helpt om zich te ontwikkelen.”

Het is naief om te zeggen dat we een grote kladderadatsch hadden moeten organiseren

Sommige academici opperden cynisch dat universiteiten deze ontwikkeling aan zichzelf te danken hebben. Dat kreeg je er immers van als je overal zegt dat de overgang naar het online onderwijs zo soepeltjes verloopt en als de VSNU mooie slogans lanceert als ‘On Campus als het kan, online omdat het kan’.

De Utrechtse rechtendocent Margo Trappenburg schreef op Twitter:
 



Kummeling: “Dat is echt flauwekul. We waren het als universiteiten aan onszelf verplicht om het onderwijs op peil te houden. Dat is bewonderenswaardig goed gelukt, dankzij docenten die daar gruwelijk hard voor gewerkt hebben. Het is naïef om te zeggen dat we een grote kladderadatsch hadden moeten organiseren en dat we dan nu onze zin hadden gekregen.”

De rector verwerpt daarmee ook de opvatting dat studenten op dit moment géén volwaardig onderwijs krijgen. “Natuurlijk heeft men niet bij alle vakken de gebruikelijke hoge kwaliteitsstandaarden kunnen handhaven, maar nergens is men door de bodem gezakt. Ik heb daar althans geen aanwijzingen voor gevonden. Het diploma dat studenten straks krijgen heeft niets aan kwaliteit ingeboet. En daar kunnen docenten én studenten trots op zijn."

De huidige situatie mag geen vanzelfsprekendheid worden

Voorlopig moeten de universiteiten het doen met de beperkingen die er zijn. Vanaf vandaag kan er weer mondjesmaat onderwijs worden gegeven. In Utrecht komen de komende weken naar schatting zo’n duizend studenten per dag naar de universiteit voor practica, voor tentamens, voor onderzoeksstages en voor persoonlijke begeleidingsgesprekken. Verreweg de meesten van de 31.000 studenten zullen hun onderwijs online blijven volgen.

Onder leiding van Elaine Mak, vicedecaan Onderwijs van de faculteit REBO, onderzocht een universitaire werkgroep onder meer hoe de weinige mogelijkheden voor onderwijs op locatie de komende maanden het best kunnen worden benut.

Mak: “De opleidingen hebben allereerst een inventarisatie gemaakt van alle onderwijsactiviteiten en alle tentamens van blok 3 en 4 die niet online konden plaatsvinden en die ze toch graag voor de zomer zouden afronden. Daarvoor zouden studenten naar de universiteit moeten komen. Met die lijst zijn we naar de veiligheidsregio gegaan en gelukkig is die daarmee akkoord gegaan.”

Hierdoor hoeven er volgend jaar geen vakken te worden ingehaald. Daar hield de werkgroep aanvankelijk wel rekening mee. De gedachte om in de zomervakantie door te gaan met onderwijs was eerder wel al afgeschoten. Kummeling: “Studenten en docenten hebben het echt nodig om even tot rust te komen.”

Toch kan niet al het onderwijs afgerond worden. Mak: “Er zijn studenten die hun stage niet kunnen afmaken of die hun scriptieonderzoek niet kunnen voltooien omdat alles stil ligt. Met die studenten moet naar maatwerkoplossingen worden gezocht.” De herintroductie van de “zachte knip” waardoor studenten nu bij uitzondering met deficiënties aan een master mogen beginnen, biedt hierbij voor een deel van die studenten enige uitkomst.

Studenten en docenten hebben de zomervakantie echt nodig om tot rust te komen

Maar wat kunnen studenten na de zomer verwachten? De universiteit liet eerder al weten dat heel veel onderwijs ook dan online zal worden gegeven. Voor de gebouwen gaat de UU op dit moment uit van een maximale bezetting van 10 tot 30 procent.

De werkgroep van Mak stelde kaders op die opleidingen moeten helpen om te bepalen welke studenten en welke typen onderwijs voorrang krijgen. Weinig verbazingwekkend is dat het ‘locatiegebonden’ - onderwijs zoals practica bovenaan het prioriteitenlijstje staat. Keuzevakken staan onderaan dat lijstje. Opleidingen hebben zelfs de vraag gekregen of daarin niet wat geschrapt kan worden.

Mak vertelt dat haar werkgroep zich verder heeft laten pf-Mak-serie-001.jpginspireren door het ‘Campus Lite’-concept dat de Maastrichtse onderwijskundige Barend Last in een veelgelezen LinkedIn-artikel ‘Hoger Onderwijs in de 1,5 meter samenleving’ beschrijft. Hij stelt daarin onder meer dat de fysieke ontmoetingen van studenten en docenten vooral gebruikt moeten worden voor communityvorming en het bevorderen van samenwerken. Zeker voor eerstejaars is dat van groot belang. Instructie en kennisoverdracht, bijvoorbeeld door middel van hoorcolleges, kan daarentegen prima online.

De plannen van de opleidingen moeten half juni klaar zijn. Daarna wordt bekeken of aan alle wensen kan worden voldaan en of het onderwijs daadwerkelijk kan worden ingeroosterd. Studenten horen vervolgens uiterlijk in de eerste weken van juli hoe hun onderwijs er in blok 1 uit gaat zien.

In sommige gevallen is er geen alternatief voor proctoring

“Ik zie dat er voor eerstejaars bachelor- en masterstudenten bijvoorbeeld gedacht wordt aan samenkomsten van kleine groepen van zes studenten met een tutor. Maar sommige opleidingen zien meer in een grotere bijeenkomst met een deel van de studenten in de zaal en een deel die het online volgt. Er is veel mogelijk. Gelukkig hebben we het Centre for Academic Teaching dat daarbij advies kan geven.”

Ouderejaars bachelorstudenten hoeven volgens de werkgroepvoorzitter overigens niet te vrezen dat ze geheel buiten de boot vallen. “Die worden zeker niet vergeten als ik afga op wat ik hoor over de plannen van opleidingen.” Toch zijn er wel degelijk een aantal opleidingen die overwegen alleen online onderwijs te blijven geven. “Maar dat is dan omdat er rekening wordt gehouden met de studentenpopulatie, bijvoorbeeld als er veel internationale studenten zijn die nog in hun thuisland zijn.”

Aan het omstreden proctoring, de online surveillance bij tentamens, wil rector Kummeling vooralsnog ook na de zomer vasthouden. Vooral voor de faculteit Geneeskunde met het grote aantal kennistoetsen is het een uitkomst. Een definitief besluit wordt in augustus of september genomen, ook op basis van de evaluatie van de ervaringen van blok 3 en 4.

De universiteit wil de privacyrisico’s zoveel mogelijk beperken en studenten altijd de kans geven om deze toetswijze te weigeren. “Het lukt ook om voor het overgrote deel een andere oplossing te vinden. Maar in sommige gevallen is er nauwelijks een alternatief voorhanden zonder dat er studievertraging optreedt. Studenten vragen er om die reden ook om.”

Je weet hoe druk de fietspaden waren

Toch vragen veel studenten zich af of de universiteit niet creatiever kan zijn. Studenten die in Utrecht wonen, hoeven niet met het OV te reizen. Zouden die niet meer kansen kunnen krijgen om samen te studeren op de universiteit?

Volgens Kummeling zoekt de universiteit wel degelijk naar mogelijkheden om het OV-probleem te omzeilen met “loop- en fietsmobiliteit”. Maar is dat volgens hem nog niet zo gemakkelijk. “Je weet hoe druk de fietspaden naar het Utrecht Science Park kunnen zijn. En in de binnenstad hebben we te maken met oude gebouwen waar de anderhalve meter-eisen erg lastig te handhaven zijn.”

Bovendien is het volgens de rector van belang dat de universiteit zich zo nodig ook snel weer kan aanpassen aan veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld een tweede coronagolf. “De werkgroep van Elaine denkt in scenario’s. Er wordt gezocht naar een soort harmonicamodel waarmee we ons als universiteit minder kwetsbaar maken voor verrassingen.”

Mak: “Wat we niet moeten vergeten, is dat er óók een groep docenten en studenten is, die liever nog niet naar de universiteit komt. Omdat ze bang zijn, omdat zijzelf of familieleden gezondheidsproblemen hebben of om andere redenen. Daarvan gaan we voorlopig zeker geen probleem maken. Studenten moeten gewoon de opleiding kunnen blijven volgen en docenten moeten hun werkzaamheden kunnen afstemmen met hun faculteit.”

Het werk dat docenten doen, moet binnen hun uren passen

Ondertussen worden veel docenten opnieuw geconfronteerd met een opgave om hun onderwijs online aan te bieden. Het universiteitsbestuur drong er de afgelopen maanden herhaaldelijk op aan dat docenten hun fysieke en mentale gezondheid in de gaten hielden. Er kon onder de coronaomstandigheden niet een even grote productiviteit gevraagd worden als eerder. De vraag is of dat geen loze opmerkingen zijn. Docenten klagen al jaren over werkdruk.

pf-Kummeling-serie-001.jpgKummeling: “Als universiteitsbestuur zeggen we dat het werk dat docenten moeten doen ook in hun uren moet passen en dat docenten zichzelf niet moeten overvragen, maar ook niet overvraagd mogen worden. Maar dat blijft uiteindelijk toch iets dat binnen opleidingen zelf moet worden bekeken. Het is de opdracht aan leidinggevenden om ervoor te zorgen dat iemand voldoende tijd voor zijn werk heeft.”

Om de docenten tegemoet te komen, zal er mogelijk een centrale universitaire pot komen om het thuiswerken beter te ondersteunen met bijvoorbeeld apparatuur of goede stoelen. Maar het is volgens de rector niet mogelijk om meer geld uit te trekken voor extra doceeruren of extra docenten. Het onzekere financiële toekomstperspectief door de coronacrisis maakt dat lastig.

"Als iemand zoveel taken verricht dat een uitbreiding van zijn contract in alle redelijkheid op zijn plaats is, dan moet een faculteit daarvoor zorgen. Al voor de coronacrisis drongen wij aan op betere contracten, zeker voor tijdelijke docenten. Daar moeten faculteiten echt prioriteit aan geven, helemaal nu.”

Een mogelijkheid om docenten meer ruimte en rust te bieden, is volgens Kummeling overigens ook om keuzevakken tijdelijk te schrappen. “Sommige van die vakken moeten we misschien maar even niet geven. Het is op dit moment belangrijker om de kern van het onderwijs van opleidingen op een goede manier overeind te houden. ”

We zijn nog aan het leren

Tegelijkertijd blijken veel docenten nog steeds veel vragen te hebben: Aan welke voorwaarden moet dat online onderwijs precies voldoen? Hoe wordt de kwaliteit beoordeeld? Zijn uitgangspunten als een minimaal aantal contacturen nog van toepassing?

Mak snapt de onzekerheid. “Je kunt niet alles wat je eerst op locatie deed, nu online gaan doen. Maar de leerdoelen en de eindtermen van de opleiding blijven het uitgangspunt. Die moeten centraal staan bij het vormgeven van het onderwijs.”

Kummeling: “We moeten ook weer niet denken dat blended onderwijs inferieur is. Maar we zijn nog aan het leren, er zijn nog geen vaste maatstaven. Op basis van evaluaties onder studenten en docenten gaan we kijken of we op de goede weg zijn en of dat we dingen anders of beter moeten doen.”

Waar de twee in ieder geval ruimte voor verbetering zien, is de communicatie tussen studenten en docenten bij online onderwijs. Kummeling: “Op dit moment zitten docenten nog heel vaak tegen een zwart scherm te praten omdat studenten hun camera hebben uitgezet. Ze krijgen dan geen enkele respons en weten niet of hun verhaal overkomt. Dat is niet goed voor je onderwijs en is funest voor de lol in het doceren.”

Op verzoek van de werkgroep gaan universitaire onderwijsspecialisten nu handreikingen voor docenten en studenten opstellen om de online interactie te verbeteren. Daarbij zullen ook de gewenste omgangsvorm aan bod komen.

Mak: “Ik begrijp die studenten ook wel. Het is best eng om opeens voor iedereen in beeld te zijn met je naam erbij vermeld. Maar het is misschien goed om toch eens te gaan nadenken over afspraken en de etiquette hiervoor.”

Grote groepen studenten dreigen minder kansen te krijgen

De rector heeft nog één ander belangrijk punt van zorg. Hij ziet dat verschillende groepen studenten uit beeld verdwijnen na de noodzakelijke omslag naar thuis studeren.

“De toegankelijkheid van het hoger onderwijs is in het geding als ik hoor dat studenten problemen ondervinden doordat ze geen of gebrekkige wifi hebben, in een moeilijke thuissituatie zitten, te maken hebben met persoonlijke problemen of nadelen hebben van een fysieke beperking. Die studenten kun je niet aandacht en zorg geven als je ze niet met enige regelmaat ziet of spreekt.”

Vanaf vandaag kunnen een aantal van die studenten terecht in de UB Binnenstad waar veertig plekken beschikbaar zijn. Kummeling: “Maar als we heel veel online blijven doen, krijgen grote groepen minder kansen. Dat vraagstuk wordt naar mijn idee onze grote opgave voor de komende periode.” 

De universiteit in tijden van corona
De universiteit zag er de afgelopen maanden heel anders uit dan normaal. De gebouwen stonden praktisch leeg, het onderwijs werd digitaal gegeven en vergaderingen gingen Teams. Wat betekende dit voor de UU? En welke ervaringen nemen we mee naar de toekomst? Verschillende werkgroepen zijn met deze vragen aan de slag gegaan. De komende tijd blikt DUB samen met de UU-bestuurders en de voorzitters van de werkgroepen terug en vooruit. Dit interview met rector Henk Kummeling en vicedecaan van de Rebo-faculteit Elaine Mak is het eerste in deze reeks artikelen. 
Facebook Twitter Whatsapp Mail