Als president van de KNAW moet Clevers het boegbeeld van de hele wetenschap worden

Hans Clevers for president

Body: 

De Utrechtse hoogleraar Hans Clevers wordt genoemd als de nieuwe president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Een verrassende stap voor de rasonderzoeker. Een profiel.

Na Frits van Oostrom staat met Hans Clevers opnieuw een Utrechtse hoogleraar op de nominatie om president te worden van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Een verrassende stap voor de rasonderzoeker, die recent de prestigieuze Heinekenprijs won en door velen getipt wordt als potentieel Nobelprijswinnaar. Profiel van een sprinter die nu tienkamper moet worden.

“Wat ik vind van de voordracht van Hans Clevers?” Universiteitshoogleraar Frits van Oostrom hoeft niet lang na te denken. “Het lijkt me een gerechtvaardigde keuze. Voor het imago van de KNAW is het van groot belang dat de organisatie geleid wordt door een wetenschapper van naam en Hans is op zijn vakgebied, de moleculaire genetica, een topper. Ik ben heel blij dat we na Robbert Dijkgraaf opnieuw een president krijgen van zo’n voortreffelijke wetenschappelijke standing.”

De Utrechtse mediëvist, die zelf van 2005 tot 2008 leiding gaf aan de KNAW, staat niet alleen in zijn enthousiasme. Alom klinkt instemming met de keuze voor Clevers, die al op jonge leeftijd grote indruk op zijn omgeving maakte. Emeritus-hoogleraar fysiologische chemie Peter van der Vliet herinnert zich nog goed hoe de benoemingsadviescommissie waarvan hij lid was, in 1991 moest kiezen uit twee kandidaten voor het hoogleraarschap immunologie. “De een was Hans Clevers, de ander een onderzoeker van begin 40 met een uitstekende reputatie. In feite had die man in bijna alle opzichten de beste papieren. Hans was begin dertig en stond na vier jaar post-doc in Amerika nog helemaal aan het begin van zijn carrière. Maar hij had zoveel flair en uitstraling, dat voor iedereen in de commissie duidelijk was: deze jongen heeft enorme potentie, die mogen we niet laten lopen.”

De commissie had het goed gezien, want Clevers bleek een creatief en productief wetenschapper die een onorthodoxe aanpak niet schuwde. Over zijn onderzoek naar het ontstaan van darmkanker zei hij in 2000 in het Ublad: “Als je in ons lab komt kijken, zou je niet geloven dat we een afdeling zijn van een ziekenhuis. Van de dertig onderzoekers werken er maar vier aan het menselijk immuunsysteem. De rest werkt in kikkers, muizen, wormen, vliegen noem maar op. Eigenlijk kan dat helemaal niet voor een ziekenhuislab, maar zo hebben we wel de oorzaak van darmkanker ontdekt.”

Een werkende darm

Die ontdekking in de jaren negentig vormde de basis voor andere wetenschappelijke successen met als gevolg dat Clevers de laatste jaren steeds vaker als aanstaand Nobelprijswinnaar wordt getipt. Op de vraag naar zijn kansen op die prijs reageert collega Hans Bos aarzelend. “Of Hans kans maakt op de Nobelprijs? Moeilijk te zeggen, want Nobelprijzen gaan doorgaans naar single inventions en de vraag is hoe het Nobelcomité het werk van Hans zal beoordelen.”

KweekdarmVolgens de Utrechtse hoogleraar moleculaire biologie heeft Clevers in de afgelopen twintig jaar voor drie wetenschappelijke doorbraken van formaat gezorgd  “Nadat hij in de jaren negentig de genetische achtergrond voor het ontstaan van darmkanker had ontrafeld, heeft hij vervolgens in de darm volwassen stamcellen geïdentificeerd. Dat was al uniek, maar wat volgens mij zijn echte claim to fame zal blijken te zijn, is dat hij uit die stamcellen in het laboratorium een werkende darm heeft weten op te kweken. Het is voor het eerst dat dat met een orgaan is gelukt. Mocht dit ooit tot medische toepassingen leiden, dan is een Nobelprijs niet denkbeeldig.”

Op de vraag wat de nieuwe KNAW-president tot zo’n uitzonderlijk succesvol wetenschapper maakt, antwoordt decaan Frank Miedema van de faculteit Geneeskunde: “Hans is hyperintelligent en heeft een extreem goede intuïtie voor de problemen die op een bepaald moment om een oplossing vragen. Daarnaast begrijpt hij ook de zakelijke, minder romantische,  kant van het  wetenschappelijk onderzoek als geen ander. Die combinatie zie je trouwens bij veel topwetenschappers.”

Eén langgerekte toespraak

Als onderzoeker is Hans Clevers kortom onomstreden. Maar hij is ook ambitieus en de vraag is waarom een succesvol wetenschapper opeens kiest voor een zo bestuurlijke en vaak ceremoniële functie als die van KNAW-president. Omdat de kandidaat zelf tot 26 maart een spreekverbod heeft, blijft het tot die tijd gissen, maar Bos heeft wel een vermoeden.

“Ik denk dat hij toe was aan iets nieuws. Hij reist nu permanent de wereld rond en wordt overal gevraagd voor keynote lectures, maar ik denk dat hij dat internationale circus wel gezien heeft. Dan zijn er drie opties. Of je wordt in Amerika directeur van een groot instituut. Daar is hij voor gevraagd, maar kennelijk heeft hij ‘nee’ gezegd. Of je gaat het bestuurlijke circuit in, je wordt bijvoorbeeld ergens decaan, maar daar ligt zijn interesse niet. Dan is het presidentschap van de KNAW een goede derde optie.”

Wat bij Hans zeker meespeelt is zijn maatschappelijke betrokkenheid, vervolgt Bos. “Ik waardeer dat zeer, want hij steekt met deze beslissing wel zijn nek uit. Veel topwetenschappers zouden op het verzoek van de KNAW niet thuis hebben gegeven en waren veilig naar Amerika gegaan. Kennelijk gaat de Nederlandse wetenschap Hans zo aan het hart dat hij bereid is om zijn onderzoek daarvoor op een lager pitje te zetten.”

Hoe laag dat pitje is, heeft Van Oostrom gemerkt. “Formeel betreft het een aanstelling voor drie dagen per week. Hans heeft aangegeven dat hij onderzoek wil blijven doen, maar ik ben benieuwd of hem dat zal lukken. Bij mij is de wetenschap er volledig bij ingeschoten.”

De nieuwe president zal vooral erg moeten wennen aan het grote aantal toespraken dat hij moet houden, waarschuwt Van Oostrom. “Ik denk dat Hans geen idee heeft van wat hem in dat opzicht te wachten staat. Als KNAW-president moet je ontzettend veel bijeenkomsten openen en sluiten en eerste exemplaren in ontvangst nemen, vaak over onderwerpen waarvan je niets weet. Maar het is wel belangrijk dat je er iets van maakt. 

“Ik heb het voor de grap in 2007 een jaar lang bijgehouden en kwam uit op 150 toespraken. In feite is je bestaan als president één langgerekte toespraak, want in je vrije tijd loop je voortdurend te denken: kan ik dit voor mijn volgende verhaal gebruiken? Ik schreef al mijn toespraken zelf en Robbert Dijkgraaf deed dat ook. Je kunt zoiets wel aan voorlichters overlaten, maar het succes van een toespraak staat of valt met de eigen toon die je erin legt.”

Wereldkampioen honderd meter

Het op die manier uitdragen van de wetenschap is volgens Van Oostrom met name zo belangrijk omdat het de enige manier is voor een KNAW-president is om politiek Den Haag te bereiken. “Rechtstreeks lobbyen heeft weinig zin, want politieke keuzes worden op heel andere dan inhoudelijke gronden gemaakt. Een van de dingen die ik mijn jaren als president geleerd heb, is dat politiek over politiek gaat. Neem onderwijspolitiek. In mijn naïveteit dacht ik altijd dat die over onderwijs ging en dat daar verschillende politieke opvattingen over bestonden. Maar in werkelijkheid gaat het over politiek en is onderwijs, of welk onderwerp ook, alleen de arena waarin de politieke strijd zich afspeelt. Het enige waardoor de politiek zich daarbuiten nog laat leiden, is de publieke opinie. Er is dan ook veel voor de wetenschap te winnen door iemand die met verstand van zaken en op een charmante manier over wetenschap kan praten.”

Dat Hans Clevers in dat opzicht een waardig opvolger is van Robbert Dijkgraaf, is voor Van der Vliet een uitgemaakte zaak. “Iedereen zegt nu: zoals Robbert de wetenschap voor de TV over het voetlicht bracht, dat is niet te overtreffen, maar ik heb dat Hans ook vaak voortreffelijk zien doen. Hij praat heel gemakkelijk. Ik heb hem meermalen tijdens een congres zien optreden, terwijl hij in feite weinig nieuws te melden had. Maar hij wist er altijd weer een prachtig verhaal van te maken, zo zelfs dat ik soms dacht: nou, ik moet het nog zien.”

Van Oostrom: “Op zijn eigen vakgebied zal hij geen problemen hebben. De uitdaging voor hem is om zich ook in andere vakgebieden te verdiepen. In zekere zin is zijn kandidatuur te vergelijken met de uitnodiging aan de wereldkampioen op de honderd meter om mee te doen aan de tienkamp. Dat sprintnummer gaat hij ongetwijfeld winnen, maar hij moet nu ook gaan verspringen en kogelstoten en dat moet je allemaal leuk vinden, anders houd je het niet vol.”

Amerikaanse onderzoeksomgeving

Een andere valkuil voor Clevers zou wel eens zijn ongeduld kunnen zijn. Als hoogleraar in het UMC maakte hij meermalen duidelijk zich groen en geel te ergeren aan de bureaucratische grenzen waartegen hij opliep. Van der Vliet: “Hans was ontevreden over de expansiemogelijkheden in het UMC. Hij had ruimte nodig en die was er niet. Dat ergerde hem mateloos.” Miedema lachend: “Hij liep regelmatig tegen me te mopperen: Zo’n groot ziekenhuis met al die aandacht voor patiënten, daar kun je toch geen fatsoenlijk onderzoek doen?”

Dat hij niet uit Nederland vertrok, was te danken aan het feit dat hij in 2002 naast Ronald Plasterk directeur kon worden van het Hubrecht Laboratorium, een van de twintig Nederlandse KNAW-instituten. Daar vond hij de ‘Amerikaanse’ onderzoeksomgeving die hij voor toponderzoek onmisbaar achtte.

Maar ook daarna liet Clevers van zich horen. In een essay in het Ublad hield hij in 2005 een vlammend pleidooi voor een op Angelsaksiche leest geschoeide herschikking van het Nederlandse onderzoek met per vakgebied niet meer dan twee of drie centres of excellence. Ook keerde hij zich meermalen fel tegen de in zijn ogen funeste overheidsbemoeienis met het onderzoek. De vraag rijst dan ook of Hans Clevers eigenlijk wel de geschikte man is voor een functie waarin diplomatie vermoedelijk meer zal opleveren dan strijdlust.

Hans Clevers 3.0

Decaan Miedema van Geneeskunde maakt zich daar geen zorgen over. “In 2005 sprak nog de wetenschapper die meende dat hij aan zijn lab voldoende had. Maar inmiddels heeft Hans een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Als directeur van een instituut met tweehonderd medewerkers beseft hij dat wetenschap in deze tijd niet meer kan zonder nieuwbouw en andere grote investeringen en dat zijn dingen die nu eenmaal hun tijd nodig hebben.

“Ik ken Hans al heel lang en ik heb alle stappen in zijn loopbaan van dichtbij gevolgd. Als inleiding op zijn David de Wiedlezing van een paar jaar geleden heb ik een praatje gehouden met als titel: ‘Becoming Hans Clevers’. Daarin presenteerde ik hem als rolmodel voor de manier waarop je in de wetenschap carrière kunt maken. In zekere zin is zijn besluit om ‘ja’ te zeggen tegen het presidentschap van de KNAW een volgende fase in het proces van ‘Becoming Hans Clevers’. Hij nadert nu de status van oudere en wijzere onderzoeker, Hans Clevers 3.0 als het ware.”

Ook Bos ziet geen probleem: “Hans is behoorlijk uitgesproken, dat klopt. Maar is dat een valkuil of is dat juist wat we nodig hebben? Frits van Oostrom was ook duidelijk en dat heeft de KNAW geen kwaad gedaan. En ach, in zo’n functie word je vanzelf diplomatieker.”

“Hans zet wat sterker in op excellentie in de wetenschap dan Robbert en ik hebben gedaan”, zegt Van Oostrom. “Niet dat wij tegen excellent onderzoek zijn, we hebben tenslotte alle drie de Spinozaprijs gewonnen, maar de vraag is of je vindt dat het biomedisch model voor het hele bestel leidend moet zijn. Tot nu toe heeft Hans daar nadrukkelijk ‘ja’ op gezegd. Robbert en ik hebben iets meer de Nederlandse cultuur gevolgd, wij zijn in dit opzicht iets meer ‘Erasmiaans’, maar er is niets op tegen als een president tegendraadse dingen zegt. Kort voor mijn aantreden zei Sijbolt Noorda: Je moet vooral veel stelling nemen, want de president van de Akademie is een van de weinigen met een zo onafhankelijke positie dat hij zich dat kan permitteren. Ik hoop dat Hans die raad ter harte neemt.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail