Voor het eerst op kamers

‘Het enige wat ik dacht was: “Papa bellen”’

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB
Foto's: Julie Nijburg

Opeens woon je in een huis waar de dingen níet vanzelf gebeuren. Als je je kleren op een hoop in een hoek van de kamer gooit, liggen ze er aan het eind van de dag nog steeds. En wat de afwas betreft: die blijkt zich zomaar te kunnen vermenigvuldigen. En voor wie lang blijft hopen dat de magische verdwijntruc die in het ouderlijk huis werkte zich ook voordoet in het studentenhuis, krijgt een magische verrassing van moeder natuur: want ook zonder water of zon kan op de bodem van een ongewassen koffiekopje leven groeien! In tinten blauw, groen en lichtroze; de schimmel kleurt mooi bij je nieuwe dekbedovertrek (dat dan weer wel).

Toen Maren (19, student Engels) twee weken geleden haar nieuwe huis betrok, voelde ze zich helemaal volwassen. ‘s Avonds dronk ze in de achtertuin een biertje met haar huisgenoten en dacht: een nieuwe, zelfstandige levensfase is begonnen. Toen ze de volgende ochtend op haar gloednieuwe Marktplaatsfiets naar de supermarkt wilde, liep haar ketting eraf. “Het enige wat ik kon denken was: ‘papa bellen, papa bellen’.”

Als echt zelfstandige student heeft ze die neiging natuurlijk weten te onderdrukken en is ze naar de fietsenmaker gelopen. Maar in de dagen die volgden was er nog veel meer dat ze niet bleek te weten: op hoeveel graden was je je kleding? En welke producten gebruik je om de wc schoon te maken? “Mijn huisgenootjes waren superlief, die hebben me uiteindelijk met veel dingen geholpen.”

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB

Maren op haar kamer.

Sociale dynamiek
Maren woont in de oude kamer van haar zus, die recentelijk met haar vriend is gaan samenwonen. Ze bofte want anders had ze heen en weer moeten reizen naar Maastricht waar ze vandaan komt. Veel van de spullen van haar zus heeft ze overgenomen: crèmekleurige Ikeameubels en een handvol planten waarop ze beloofd heeft goed te passen. Haar eigen toevoeging: twee grote filmposters, een deur vol polaroidfoto's en boeken.

Echt thuis voelt ze zich nog niet. “Het is meer een beetje alsof ik op vakantie ben. Maar dat is ook iets positiefs: door het lekkere weer zit ik elke dag in de tuin. ‘s Avonds voor het slapengaan klets ik daar vaak nog even met mijn huisgenootjes. Heel gezellig.”
Van tevoren was ze bang dat ze zich eenzaam zou voelen, maar daar heeft ze nog geen last van gehad. “Wat ik eerder eng vind, is de sociale dynamiek van het samenwonen met nieuwe mensen.” Ze vraagt zich bijvoorbeeld af: Vinden die meiden het wel leuk als ik zomaar op hun deur klop? Moet ik per se een gesprek beginnen als er tijdens het koken iemand de keuken inloopt?

Turkse-pizzavlekken
Ook Broos (18, filosofie), die drie weken geleden zich inschreef op een zolderkamer in Overvecht, is al voor verschillende uitdagingen komen te staan. Zo raakte hij onlangs zijn pinpas kwijt. Gisteravond nog, kreeg hij de helft van iemands Turkse pizza over zijn witte linnen broek. “Dat moeten jullie zien.” Hij vist het ding uit zijn wasmand en noemt de situatie drie keer “supergoor”. De vlekken zijn inmiddels helemaal ingedroogd. Ja, hij weet het, misschien had hij meteen moeten beginnen met poetsen. Maar hij was moe en dronken, dan denk je daar niet aan. “Volgens mij had mama mij voor dit soort situaties trouwens een speciaal middeltje meegegeven.” Hij laat zijn ogen over de rondslingerende spullen in zijn kamer glijden. “Waar ligt dat ook alweer?”

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB

Broos op zijn kamer.

Broos heeft zijn kamer net als Maren via familie gevonden: hij woont in het huis van de vrouw die vroeger op zijn moeder paste. In zijn zolderkamer woonde de verzorger van het gehandicapte kind van de voormalige oppas. De kamer stond al enige tijd leeg. Op de verdieping onder hem woont één van zijn beste vrienden. De gedeelde keuken - lees: een tafel met campinggasstelletje - staat op Broos’ slaapkamer. Zijn huisgenoot komt dus meerdere keren per dag binnenlopen om eten te maken. Tot nu toe heeft Broos daar geen last van gehad. “Als ik nog slaap, doet hij heel stil hoor. En we zijn goede vrienden, dus eigenlijk is het dicht op elkaar wonen alleen maar gezellig. Gisteravond nog hebben we samen De slimste mens gekeken.”

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB

De keuken van Broos.

Alles bij elkaar bevalt het op zichzelf wonen hem goed. “Mijn moeder had me gewaarschuwd voor eenzaamheid, maar tot nu toe vind ik het alleen thuiskomen juist heerlijk. Even uitrusten van alle introductiedagen, de ontgroening bij mijn vereniging, dat soort dingen.” Alleen het schoonmaken is wennen. “Thuis deed ik helemaal niks, ik ben best verwend eigenlijk. Vlak voor ik op kamers ging, heeft mijn moeder me een spoedcursus gegeven. Strijken, opvouwen, de wc schoonmaken.” Hij zucht. “Het kost best veel tijd allemaal en eerlijk gezegd interesseert het me niks.”

Schoonmaakrooster
Miek (21) vindt schoonmaken en de andere vormen van zelfstandigheid die bij het op kamers wonen komen kijken, juist heerlijk. Ze is vierdejaars student Interdisciplinaire Wetenschappen en woont sinds april op zichzelf. Ze had niet zo’n haast om het huis uit te gaan. Haar ouders, bij wie ze het gezellig had, wonen negenhonderd meter van haar nieuwe studentenwoning vandaan. Toch heeft ze hun hulp nog nergens bij nodig gehad. De spullen voor haar nieuwe kamer, afkomstig van haar oude slaapkamer en van Marktplaats, heeft ze allemaal versleept met de fiets. Ook wat betreft huishoudelijke taken was de overgang voor haar niet groot. “Wij hadden thuis elke week kookbeurt en hielpen ook al met schoonmaken en de was doen. Ik vind het heel fijn om een muziekje op te zetten en de dingen weer mooi en netjes te maken.”

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB

Miek op haar kamer.

Wél een grote overgang was hoe de anderen in huis met hun schoonmaaktaken omgaan. “We hebben een schoonmaakrooster, maar daar houdt bijna niemand zich aan. De uitdaging voor mij was dus niet het schoonmaken zelf, maar eerder te leren om daar het gesprek over aan te gaan. Gelukkig hebben we daar met het huis een oplossing voor bedacht.” Ze glimlacht bij de gedachte. “Wie zijn wekelijkse taakje niet doet, moet 10 euro betalen. Binnen een paar maanden hadden we ruim 200 euro gespaard. Daarvan ben ik helemaal los gegaan bij Ikea. Kwam ik thuis met een bloemetjes badmat, een tijgerprint douchegordijn, een gek vergiet.”

Hoewel ze het huis hier en daar te rommelig vindt, ziet Miek zichzelf hier nog lang wonen. “Ik ben inmiddels best close geworden met mijn huisgenootjes. En ik zou echt geen afscheid kunnen nemen van het uitzicht op de Singel. Het liefst zit ik de hele dag op mijn bed naar buiten te kijken.”

Voor het eerst op kamers. Foto: DUB

De kamer van Miek.

Ontwikkeling
Zijn er dingen die de studenten hebben geleerd, sinds ze op zichzelf zijn gaan wonen?

Maren voelt zich zelfredzamer: “Eerst had ik het idee dat ik bij veel dingen mijn ouders nodig had. Nu ik die niet in de buurt heb, ontdek ik steeds vaker: hé, dit kan ik ook zelf oplossen.”

Miek: “Ik denk dat ik wat socialer geworden ben. Ik hou er niet zo van om constant mensen te ontmoeten. Toch klets ik nu elke dag met mijn huisgenoten en de mensen die zij meenemen. Het meisje dat in de kamer naast mij woont, is inmiddels één van mijn beste vrienden geworden. Ik vind het super gezellig hier.”

Broos: “Dat valt wel mee, maar ik denk dat ik nog wel veel zal leren. Vorige week mocht ik van mijn ouders voor de laatste keer mijn was mee naar huis nemen. Dat wordt nog wat het komende jaar.”

Advertentie