Foto Pixabay

Hoe veranderde Nederland door de komst van koffie?

Body: 

Loop ‘s ochtends de deur uit met een beker koffie in je hand en niemand kijkt ervan op. Maar ga op pad met een kelk bier en je wordt vreemd aangestaard. Hoe kan het dat onze samenleving opeen zo verschillende manier naar deze twee genotsmiddelen kijkt? UU-historicus Stephen Snelders probeert samen met een internationaal team van onderzoekers antwoorden op onder meer deze vraag te vinden.

Achter iets heel eenvoudigs als een bakje koffie blijkt een enorme historie te zitten die vandaag de dag nog steeds voelbaar is. Kan de geschiedenis ons iets leren over de manieren waarop wij omgaan met de introductie van genotsmiddelen? Dat is de vraag waarop Snelders en zijn Europese collega’s een antwoord zoeken.

Zij doen onderzoek naar de geschiedenis van de introductie van ‘nieuwe’ genotsmiddelen als koffie, tabak en suiker in Amsterdam, Hamburg, Londen en Stockholm. Deze steden zijn niet alleen gekozen vanwege hun culturele overeenkomsten, maar ook vanwege hun koloniale verleden en de grote rol die zij speelden bij mondiale handel en smokkel. De steden waren nauw met elkaar verbonden door een voortdurende aanvoerstroom van mensen en goederen. Hierdoor zijn ze niet los van elkaar te bestuderen. “Het is interessant om na te denken over wat er precies gebeurt met een maatschappij wanneer nieuwe stoffen het dieet binnenkomen”, zo verwoordt Snelders de kern van het onderzoek. “Die veranderen namelijk ook de manieren waarop mensen zich gedragen en met elkaar omgaan.”

Snelders richt zich met name op de impact van de introductie van deze nieuwe genotsmiddelen op het alledaagse leven in Amsterdam. Zo zorgde de introductie van koffie voor een opkomst van koffiehuizen. Dat heeft de stad volgens hem blijvend veranderd. In plaats van naar de herberg of de tapperij te gaan om zaken te doen of de krant te lezen, gingen stadsbewoners voor een kopje koffie en een praatje naar een koffiehuis.

Alcohol is onlosmakelijk verbonden met de Westerse cultuur
Volgens Snelders ontbreekt er nog veel kennis over de culturele aspecten van genotsmiddelen. Neem nou bijvoorbeeld apotheken. “In tegenstelling tot nu hadden apotheken vroeger een soort sociale functie, dus ook om een al dan niet medicinaal glaasje wijn met elkaar te drinken.” Maar er zijn ook culturele aspecten waar wel al meer over bekend is. Zo vond het leven in Amsterdam vroeger meer in openbare ruimtes plaats. Volgens Snelders valt er veel te leren van wat er zich in deze ruimtes afspeelt. Waar mensen elkaar ontmoeten zullen altijd discussies, ruzies, of meningsverschillen ontstaan. “Dus als je wilt weten waarom we minder alcohol en meer stimulerende middelen tot ons nemen, dan is het kijken naar de openbare ruimtes en de mogelijke conflicten die daar plaatsvinden een hele mooie manier om als het ware van binnenuit naar je eigen cultuur te kijken.”

Die cultuur is tevens de reden dat er niet naar de maatschappelijke effecten van alcohol wordt gekeken. “De Westerse maatschappij heeft eigenlijk altijd al een alcoholcultuur gehad, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Arabië, waar veel meer een rookcultuur heerst.” Hij bedoelt hiermee dat alcohol onlosmakelijk verbonden is met de Westerse cultuur, en dat nieuwe stoffen zoals koffie en tabak, maar ook bijvoorbeeld lachgas of XTC, vervolgens deze cultuur beïnvloeden. Dus Westerlingen zijn niet gestopt met alcohol drinken, maar zijn daarnaast bijvoorbeeld koffie gaan drinken. “Je kan eigenlijk nooit één middel isoleren, ze worden altijd gebruikt in combinatie met andere middelen. Eigenlijk zou het een mooie volgende stap zijn om een Islamitisch gebied te onderzoeken waar tabak of koffie de norm is, en te kijken naar wat er gebeurde toen alcohol dáár werd geïntroduceerd.”

Hoe ons verleden de toekomst vormt
Met de komst van koffie, tabak en suiker moet ook een minder fraai onderdeel van de handel worden besproken. De groeiende vraag naar genotsmiddelen heeft een essentiële rol gespeeld in de komst van slavernij en de kolonisatie van de ‘Nieuwe Wereld’. Hier zijn meerdere redenen voor. Economisch gezien werd deze nieuwe koopwaar steeds belangrijker voor steden zoals Amsterdam. Bovendien hebben de planten waarvan middelen als koffie of rietsuiker worden gemaakt een warm klimaat nodig om te kunnen groeien. “Om die genotsmiddelen op een grote schaal te kunnen produceren moest je de natuurlijke omgeving gaan veranderen in plantages. waarvoor arbeidskracht nodig was en het liefst zo goedkoop mogelijk. Dat is economisch gezien niet anders dan hoe er nu bijvoorbeeld olie wordt geleverd, of cocaïne bij wijze van spreken.”

Het belangrijkste om van dit onderzoek mee te nemen, is volgens hem het besef dat dit geen natuurlijke processen zijn geweest. “Economische productiesystemen zijn gebaseerd op een bepaalde cultuur van gebruik en zijn dus geen onveranderlijke wetmatigheden. En juist doordat je die processen en die cultuur bestudeert, kun je zien dat ze veranderbaar zijn.” Dit soort onderzoeken kan dus bijdragen aan bewustwording van de hedendaagse effecten van onze cultuurhistorische geschiedenis. Je kan hierbij denken aan het huidige mondiale economische systeem, waarin ondanks de afschaffing van slavernij veel landen nog steeds economisch afhankelijk zijn van het Westen, maar ook aan conflicten rondom migratie of het gebruik van de middelen zelf. “In onze cultuur hangt heel erg het idee dat er iets goeds en iets slechts is, terwijl het misschien allemaal wel contextueel gebonden is. Als alleen al dit laatste besef zou doordringen in de politiek en in onze omgang met die middelen, dan zouden we al iets moois voor elkaar hebben gekregen.”

Stephen Snelders doet al jarenlang onderzoek naar stoffen die ons bewustzijn beïnvloeden. Hierbij richt hij zich met name op de historische problematiek rondom deze stoffen en de rol die ze spelen in onze maatschappij. Hij deed een vijfjarig promotie-onderzoek aan de Vrije Universiteit naar het gebruik van LSD en andere hallucinogene stoffen in Nederland. Ook deed hij onderzoek naar de geschiedenis van drugssmokkel in Amsterdam en het grootschalige amphetaminegebruik in Nazi-Duitsland.
Het onderzoek krijgt een digitale tentoonstelling in Nederlandse, Britse, Duitse en Zweedse musea, maar zal ook zijn weg vinden naar het klaslokaal. Middelbare scholieren uit de vier betrokken Europese landen zullen met de bevindingen aan de slag gaan. Door middel van werkstukken zullen zij de geschiedenis van genotsmiddelen gaan koppelen aan hun eigen ervaringswereld. Dit kan te maken hebben met de komst van koffiewinkels of -shops in hun buurt, maar ook met bijvoorbeeld migratie. Uiteindelijk zullen zij hun resultaten met elkaar delen in het Scheepvaartmuseum.

Facebook Twitter Whatsapp Mail