Jonge hond en oude rot willen verdrinkingsdood planten voorkomen

Body: 

Planten waterproof maken. Het is dé oplossing voor het wereldvoedselprobleem, menen ‘oude rot’ Rens Voesenek en ‘jonge hond’ Sjon Hartman. Hun fundamentele onderzoek moet hieraan bijdragen. Een dubbelinterview.

“Was je een tijdje geleden niet ook al met die plantjes bezig? Heb je dat nu nog niet opgelost?” Mensen vragen het op feestjes weleens aan ‘oude rot’ Rens Voesenek (1957), wanneer hij vertelt over zijn werk. “In de buitenwereld bestaat een merkwaardig beeld over de complexiteit van fundamenteel onderzoek”, aldus de hoogleraar Ecofysiologie van Planten. “Om de wetenschap een millimeter verder te brengen, moet je ongelooflijk veel werk verzetten en creativiteit inbrengen.” En dat doet hij. Al vanaf 1984 werkt hij onvermoeibaar door, daarbij steeds het maatschappelijke nut verkondigend van het fundamentele onderzoek naar de tolerantie van landbouwgewassen voor een teveel aan water.

Die maatschappelijke relevantie; het is dé reden dat ‘jonge hond’ en Voeseneks promovendus Sjon Hartman (1987) net wat harder rent. Hij rolde toevallig in het onderzoek naar het plantenhormoon ethyleen, dat een cruciale rol lijkt te spelen in de overlevingstactiek van planten tijdens een overstroming. Na twee scripties en het begin van een promotieonderzoek hierover, sluit hij niet uit dat hij een onderzoeksonderwerp voor het leven heeft gevonden. Tenminste, als hij tussen zijn vele nevenactiviteiten door toekomt aan het schrijven van een topproefschrift.

Een eerste keer ‘nee’
Voor de portretserie ‘Jonge honden, oude rotten’ spreken de onderzoekers over hun carrière in de wetenschap. Promovendus Hartman heeft laatst voor het eerst in zijn prille carrière ‘nee’ gezegd. Tot grote vreugde van Voesenek, die in ‘ja’ zeggen de grootste valkuil ziet voor jonge wetenschappers. “Als mensen goed zijn, zoals Sjon, wordt dat gezien door veel mensen in hun omgeving. Vervolgens storten ze zich als aasgieren op zo’n jongen, die vaak te aardig is om ‘nee’ te zeggen”, constateert Voesenek. Gevolg: de aandacht voor het promotieonderzoek verdunt in vier jaar zo erg, dat goede resultaten uitblijven.

Hartman leert. “Het afgelopen jaar kwam er veel op me af en ik ging op alles in. Zoals les geven, voorlichten en Science Battle, een nieuw theaterconcept waarin promovendi vertellen wat ze doen. Ik begon wel te merken dat ik heel druk was, dus heb ik de uitnodiging om mee te doen aan eenzelfde concept van de UU afgewezen.”

Voesenek: “Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van je proefschrift en het aantal toppublicaties dat daaruit is voortgekomen. Het is mijn verantwoordelijkheid om te waarschuwen voor te veel bijzaken. Neemt hij toch te veel uitnodigingen aan, dan is dat zijn eigen keuze.”

De wetenschap heeft eigenwijze flapdrollen nodig
Aangezien Voesenek “de gewoonte heeft zich overal mee te bemoeien”, werpt hij zich op als een mentor voor Hartman. Daarbij neemt de hoogleraar de meest wijze les mee die hij heeft geërfd van zijn eigen mentor en latere rector van de Radboud Universiteit Kees Blom. “Het beste wat Kees deed, was dat hij mij als jonge jongen overal bij betrok. Het was een illusie, maar voor mij leek het alsof ik zó belangrijk was dat ik niet gemist kon worden. Dus werkte ik me volstrekt drie keer uit de naad. Net zoals iedereen in Kees’ omgeving. En met zijn allen gingen we fluitend naar het werk.”

Goed met elkaar overweg kunnen is mooi, maar botsingen kunnen volgens Voesenek ook functioneel zijn. “In een academische setting mag er met deuren gesmeten worden. Om de wetenschap verder te brengen, heb je ambitieuze, eigenzinnige en onorthodoxe denkers nodig. Eigenwijze flapdrollen.”

Wat volgens hem ook broodnodig is: een gebrek aan hiërarchie. Tot een paar maanden geleden kampte Voeseneks team met stilstand, een jaar lang. Voesenek: “We hadden veel pech met een bepaalde methodiek. Iedere week kwamen we samen met alle medewerkers. Wie heeft het beste idee? Kunnen we al ons verstand op een hoop vegen en dan net iets slimmer zijn dan de som der delen?” Hiërarchie, zo stelt hij, is daarbij een belemmering. Hoe zijn ze uiteindelijk uit de put gekomen? Voesenek: “Uiteindelijk heeft Sjon het probleem opgelost. Samen met de andere promovendi.”

Voesenek over Hartman:

"Sjon is fanatiek, ambitieus en een buitengewoon harde werker, zeker gezien het feit dat hij pas net is begonnen met zijn promotieonderzoek. Hij heeft een goed stel hersens en doorziet nu al het hele vakgebied.
Waar hij voor moet uitkijken, is dat hij niet te veel hooi op zijn vork neemt. En hij zou iets scherper gefocust moeten zijn. Durf eens een keer 'nee' te zeggen. Maar goed, veel mensen van die leeftijd vinden dat moeilijk."







 

 

Hartman over Voesenek:

"Dat ik nu een promotieonderzoek mag doen, komt mede omdat Rens zo gepassioneerd is. Bovendien neemt hij je serieus, ongeacht het stadium van je carrière. Moet er iets gebeuren, zoals de aanschaf van een apparaat, dan doet hij het meteen - ongeacht op welk universitair niveau het moet worden geregeld.

Het kan wel lastig zijn dat hij soms wat ongeduldig is. Zijn de resultaten niet zoals verwacht, dan wil hij het graag meteen anders proberen. Ik wil juist eerst nogmaals uitproberen of iets is misgegaan door het experimentele protocol, of dat het inderdaad een betrouwbaar resultaat is."

Het heilige vuur van de biologie
Hartman droomt ervan om in zijn carrière zo ver te komen als Voesenek. Hartman: “Toen het heilige vuur van de biologie in mij begon te branden, ontdekte ik gelukkig dat ik het ook kán. Ik ben benieuwd waar voor mij de lat ligt. Zoals Rens een team aansturen, alles testen, beurzen aanvragen en alle bijzaken regelen, dat lijkt me fantastisch. Hoewel het ook een ongelooflijk drukke baan is.”

Niet in de laatste plaats omdat Voesenek nog van alles doet naast onderzoeken en lesgeven. Zo was hij hoofd van het departement Biologie, vicedecaan van de Bètafaculteit en is hij momenteel ‘trekker’ van Future Food Utrecht. Dit focusgebied, waarin voedselonderzoekers van alle zeven UU-faculteiten zijn verenigd, richt zich op de problemen rondom de voedselvoorziening voor de groeiende wereldbevolking.

Miljarden mensen redden van de honger
Hoewel Voesenek en Hartman ook bevlogen kunnen praten over Americana-muziek, zijn zij nog veel gepassioneerder over de praktische toepassing van hun fundamentele onderzoek: het tegengaan van de voedselschaarste. Als landbouwgewassen resistenter worden gemaakt tegen gevolgen van klimaatverandering zoals overstromingen en droogte, kunnen mogelijk miljarden mensen van de honger worden gered.

Maar, om de wetenschap weer wat millimetertjes verder te krijgen, is dus onorthodox, eigenzinnig en ambitieus denkwerk nodig. Voeseneks recentste zet op dat vlak: “Binnen Future Food Utrecht heb ik onlangs plantenwetenschappers gekoppeld aan onderzoeksgroepen van diergeneeskunde, iets dat zonder de focusgroep niet zou zijn gebeurd. Het ligt niet voor de hand, maar er zijn wel degelijk interessante raakvlakken tussen die twee.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail