Ronja Rötgerr en Maarten Goos, foto's Annelies Waterlander

Jonge hond Röttger en oude rot Goos kijken naar de verliezers op de arbeidsmarkt

Body: 

Digitalisering, robotisering en globalisering. Allemaal ontwikkelingen die zorgen voor verschuivingen op de arbeidsmarkt. En die verschuivingen kennen zowel winnaars als verliezers. Het zijn vooral de verliezers waarvoor economen oude rot Maarten Goos als jonge hond Ronja Röttger een fascinatie hebben.

Wat is de invloed van nieuwe digitale technologieën op de arbeidsmarkt? Dat onderzoekt promovendus en jonge hond Ronja Röttger (25). Röttger: “Voor sommige werknemers verbeteren hun baankansen dankzij nieuwe technologieën, maar anderen hebben er juist geen baat bij. Ik wil weten wie er bij de kwetsbare groepen horen. Hoe vinden zij nieuw werk als hun baan verdwijnt en op welke manier kunnen ze daarbij gesteund worden?” Voor haar promotieonderzoek kreeg Röttger de NWO-financiering voor uitmuntend onderzoekstalent binnen de maatschappij- en gedragswetenschappen. Ze is gestart aan haar tweede jaar. 

Röttgers promotor en hoogleraar Economie en Instituties Maarten Goos (43) heeft zijn sporen al verdiend met onderzoek naar de arbeidsmarkt. Centraal in de onderzoeken van de oude rot staat het spanningsveld tussen de arbeidsmarkt en technologische vooruitgang. Hij onderzoekt thema’s als ongelijkheid en banenpolarisatie. Oftewel: de stijging van het aantal banen aan de onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt ten koste van banen in het middensegment. 

Van baan naar baan: transitieproces in kaart gebracht
Voor haar onderzoek analyseert Röttger data van 550 ontslagen medewerkers van een Ford-fabriek in het Belgische Genk. In december 2014 trok de Amerikaanse autobouwer de stekker uit deze fabriek voor auto-onderdelen. De reden? Er werd in Europa te veel geproduceerd. Ford Genk was een van de grootste werkgevers in Belgisch Limburg. 4000 medewerkers en nog eens 2000 mensen die voor toeleveranciers werkten, verloren hun baan. 

Röttger: “De 550 mensen in mijn onderzoek deden productiewerk. Uit onderzoeken weten we dat productiemedewerkers slechtere kansen hebben op de arbeidsmarkt. Ik volg ze in hun werkloosheid. Hoe vergaat het ze en wat zorgt ervoor dat ze wel of niet een nieuwe baan vinden?” Zo hopen Goos en Röttger het transitieproces van de ene naar de andere baan in kaart te brengen. 

Goos: “We weten eigenlijk nog heel erg weinig van dat proces. Menselijke aspecten spelen er een grote rol in. Sommige Ford Genk-medewerkers werkten al 40 jaar bij de fabriek. Die verliezen een deel van hun identiteit en komen in een onzekere situatie terecht. Hoe zwaar is die aanpassing voor hen? En als ze een nieuwe baan vinden, is dat dan een goede match? Door de invloed van dit soort menselijke factoren met hulp van data te analyseren, kunnen we kijken hoe andere mensen die hun baan verliezen beter geholpen kunnen worden.”

Data-analyse om mensen te helpen
‘Interested in the human side of bits’, staat in de Twitterbio van Maarten Goos. Het is de combinatie van harde data en menselijke processen waar de econoom zo door gegrepen is. Naast zijn wetenschappelijk ambitie, wordt hij gedreven door de wil kwetsbaren op de arbeidsmarkt te helpen. 

Goos is bezig met een financieringsaanvraag voor een onderzoek naar mensen die door kleine risico’s al gauw in de armoede belanden. “Stel: je verlaagt het minimumloon, dan is dat voor een student die bijklust een minder groot probleem dan voor een alleenstaande moeder. Ze kan bijvoorbeeld niet langer haar huur of de opleiding van haar kinderen betalen. Door de opeenhoping van een aantal kleine risico’s vervalt zo’n familie snel in armoede. Ik wil kijken of we die risico’s, en hoe ze met elkaar samenhangen, aan de hand van big data en zelflerende algoritmes in kaart kunnen brengen. Ik denk dat dit een heel nieuwe kijk geeft op onze sociale zekerheid. En natuurlijk hoop ik dan uiteindelijk die kwetsbare mensen met dit onderzoek te helpen.”

Voor Röttger is het vooral de datakant die haar zo trekt in de economie: “Binnen de economie proberen we fenomenen heel nauwkeurig te onderzoeken en te verklaren, met theoretische modellen en data-analyses. Vooral data-analyse vind ik erg interessant.” Niet voor niets koos ze tijdens haar master extra datagerelateerde vakken. 

Ze hoopt wel dat haar promotieonderzoek ook buiten de wetenschap impact heeft: “Pas als we begrijpen wie de verliezers van technologische vooruitgang op de arbeidsmarkt zijn en hoe dat komt, kunnen we bepalen welke interventies op de arbeidsmarkt zin hebben en welke niet.”

Wetenschappers weten het niet altijd beter
De data die Goos voor zijn onderzoeken gebruikt, is tegenwoordig vaak afkomstig van bedrijven. Hij is een groot voorstander van samenwerking tussen de wetenschap en het bedrijfsleven. Goos: “Het is fout om te denken dat wetenschappers het altijd beter weten. Bedrijven investeren ook in kennisontwikkeling. Soms zijn ze daarin zelfs verder dan de wetenschap.” 

Een goed voorbeeld is volgens hem het Nederlandse uitzendbureau Randstad, dat vestigingen heeft over de hele wereld. “Randstad, waar ik mee samenwerk, koppelt werkzoekenden aan vacatures. Dat matchingsproces levert veel relevante data op. Welke competenties zorgen er bijvoorbeeld voor dat iemand geschikt is voor een bepaalde baan? Voor dat matchen gebruikt Randstad ook nog eens methodes uit de kunstmatige intelligentie. Die data en slimme methodes zijn voor ons wetenschappers heel interessant.” 

Staan bedrijven te springen om hun deuren (en data-archieven) open te gooien voor een stel nieuwsgierige wetenschappers? Nee, constateert Goos. De belangen van de wetenschap en het bedrijfsleven komen nou eenmaal niet altijd overeen. “Het is soms lastig de ondernemingen ervan te overtuigen dat ons onderzoek ook voor hen nuttige inzichten kan opleveren, bijvoorbeeld over de match tussen de vaardigheden van de werknemers en het werk dat ze doen. Daarvoor moet je goed kunnen communiceren over je expertise. Dat is voor economen, die werken met wiskundige en abstracte methodes, niet altijd eenvoudig. Maar je kunt het leren.” 

Wat als de uitkomsten van het onderzoek negatief uitpakken voor het bedrijf dat de data levert? Jonge hond Röttger: “Van negatieve uitkomsten kunnen bedrijven juist iets leren. Het geeft ze een idee van dingen die beter kunnen. Denk aan opleidingen aanpassen of extra cursussen aanbieden, zodat de vaardigheden van medewerkers beter passen bij hun werk. Maar bedrijven willen vanwege mogelijk negatieve uitkomsten soms inderdaad alleen geanonimiseerd meewerken. Dat mag, we maken daar vooraf afspraken over. Voor ons staat daarbij natuurlijk voorop dat we het onderzoek onafhankelijk kunnen doen en we de onderzoeksresultaten hoe dan ook gaan publiceren.” 

De keuze voor Utrecht
Zowel de Belgische Goos als de Duitse Röttger verlieten hun thuisland voor de wetenschap. En kozen Utrecht als hun basis. Waarom? Röttger: “Het sprak me enorm aan dat ik hier tijdens mijn bachelor en master vakken kon kiezen van andere faculteiten. Het is leerzaam vraagstukken vanuit verschillende disciplines te bekijken, omdat het nieuwe inzichten oplevert. Bovendien is Utrecht een mooie stad.” 

Voor Goos is Utrecht lekker handig vanwege de centrale ligging: “Precies in het midden van mijn familie in Antwerpen en schoonfamilie in Groningen.” Belangrijker nog voor hem: hij vindt dat de UU wetenschappers van verschillende faculteiten op de juiste manier verbindt. 

Daar draagt hij zelf een steentje aan bij. “Ik ben betrokken bij de UU-hub Future of Work. Wetenschappers van verschillende disciplines focussen hierin samen met organisaties en beleidsmakers op de maatschappelijke uitdagingen van globalisering en digitalisering voor economische groei, ongelijkheid en de werking van onze democratie.” 

De bakens worden in Boston verzet
Hoewel Utrecht zijn thuisbasis is, is de wetenschappelijke carrière van Goos net zo internationaal als de arbeidsmarkt die hij onderzoekt. Een paar keer per jaar reist hij af naar Boston, waar hij onderzoek doet aan zowel MIT als de Boston University. Het zijn dé plekken, stelt hij, waar de bakens voor zijn wetenschappelijke gebied worden verzet. “Onderzoekers in Boston hebben bijvoorbeeld met data-analyse aangetoond dat kunstmatige intelligentie leidt tot economische groei, maar tegelijkertijd zeer nadelig is voor bepaalde groepen werknemers die hun baan verliezen. Ze kunnen het zelfs kwantificeren. Dit is informatie die nog niet in mijn Nederlandse handboeken staat.” 

Ook Ronja staat te trappelen om naar Boston te gaan en daar een deel van haar promotieonderzoek te doen. Om dat mogelijk te maken heeft Goos haar voorgedragen voor een crowdfundactievan het Utrechts Universiteitsfonds. Of het geld daadwerkelijk naar haar gaat, is nog niet bekend. 

‘Live and let die’
Röttger weet dat ze na haar promotie-onderzoek wil blijven doen, maar of dat in de wetenschap is, staat voor haar nog niet vast. “Ik focus nu op mijn PhD en hoop de komende tijd te ontdekken of de academische wereld de mijne is.” Goos weet juist exact hoe zijn komende jaren eruit zien. Naast zijn hoogleraarschap, onderzoeken in Boston en betrokkenheid bij de Future of Work-hub is hij ook nog voorzitter van een expertgroepdie de EU adviseert over de invloed van digitalisering op de arbeidsmarkt. Goos: “Mijn agenda is tot 2023 vol.”

Is er nog een specifieke wetenschappelijke droom die hij najaagt? “Ik zou graag een omgeving creëren voor wetenschappers, experts uit het bedrijfsleven en beleidsmakers waarin creativiteit, discussie, opleiding en de ontwikkeling van nieuwe inzichten centraal staan. We worden op dit moment te veel geleefd door onze agenda’s, die vol staan met activiteiten die afleiden. Dat moet anders.” 

En dit is dan ook de wijze les van de oude rot aan de jonge hond: “Zeg nee op verzoeken die onbelangrijk zijn en bekommer je niet al te veel om problemen waar je zelf niks aan kunt doen. Live and let die, zeg ik dan.” 

Maarten Goos over Ronja Röttger:
 “Tijdens een doctoraat moet je zelf kennis creëren, in plaats van het te reproduceren zoals je dat in een master doet. Daarvoor moet je eigenaarschap nemen van de projecten die je doet, zelf de verantwoordelijkheid nemen. Ronja doet dat heel goed, ik heb haar daarin sterk zien groeien het afgelopen jaar.”

“In de wetenschap moet je oog hebben voor detail, maar ik denk dat Ronja soms iets te lang stilstaat bij bepaalde vragen. Ze duikt dan te diep de literatuur in. Ik wil haar daarvoor waarschuwen, want er is gewoon héél veel kennis. Informatie moet je dus heel selectief ophalen.”
Ronja Röttger over Maarten Goos:
“Maarten is geduldig en geeft altijd constructieve feedback, dat werkt heel prettig. Bovendien heeft hij ontzettend veel kennis van wat er in ons vakgebied gebeurt. Daar kan ik veel van leren. Iets negatiefs aan Maarten? Daarvoor moet je later in mijn PhD nog maar eens bij me aankloppen, haha.”

 

 

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail